Redactioneel IBR: “Eisen van goed en deugdelijk werk”

Bron: Instituut voor Bouwrecht (www.ibrtracker.nl), 29-08-2017

Redactioneel: Eisen van goed en deugdelijk werk en de verplichting tot leveren van handleiding voor gebruik en onderhoud

Inmiddels zal iedereen op de hoogte zijn van het voorlopig stilliggen van de behandeling van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Toch blijven de in de wet geregelde onderwerpen actueel. Eén van de onderwerpen die bij deze wet een rol speelt is het zogenaamde opleverdossier voor de consument. Dat het onderwerp leeft in de bouwpraktijk, blijkt ook uit een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage die hieronder door mr. dr. E.M. Bruggeman wordt besproken.

Het opleverdossier in de Wet kwaliteitsborging
Over het opleverdossier is al veel geschreven in TBR en in dit medium.1 Ik houd het daarom kort. In de Memorie van Toelichting werd al aangegeven dat de wens tot introductie van een dergelijk dossier leefde, maar was de levering ervan door de aannemer niet verplicht gesteld middels een (dwingendrechtelijke) bepaling.2 Met het aannemen van amendement nr. 17 wilde de Tweede Kamer toch een bepaling wijden aan dat dossier (art. 7:757a BW). In het dossier wordt o.a. aan de opdrachtgever informatie verstrekt die hem inzicht zou moeten geven in wat nu daadwerkelijk is geleverd. Voor de volledigheid: het nieuw in te voeren artikel is niet van dwingend recht, dus partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat geen dossier, of een dossier met andere inhoud dan genoemd in het artikel, wordt geleverd.3

De te leveren informatie en bescheiden genoemd in het wetsartikel, zijn niet allemaal even duidelijk omschreven, maar onder b is wel opgenomen dat ook gegevens en bescheiden die nodig zijn voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk geleverd moeten worden.

Dit is, in tegenstelling tot een aantal andere in het artikel genoemde punten, een redelijk concreet onderdeel van het voorstel. En het valt uit consumentrechtelijk oogpunt toe te juichen. Voor verkrijgers is informatie voor gebruik en onderhoud van hun woning uiteraard van essentieel belang om zo (onnodige) schade of vroegtijdige slijtage door onjuist gebruik of onjuist onderhoud, te voorkomen. Zeker voor het de Cv-ketel, de afwasmachine, ingewikkelde Warmte-terugwin-installaties (WTW), warmte-koude-opslag-installaties (WKO) en domotica-systemen is het ontvangen van een goede handleiding essentieel.

De Bouwpraktijk
De Raad van Arbitrage deed onlangs een interessante uitspraak over de vraag of op aannemers de verplichting tot het leveren van een goede handleiding en andere informatie nodig voor het onderhoud, niet (al) rust op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk. Het gaat om RvA 6 juli 2017, No. 80.966.

Aannemer heeft de woning van verkrijgers gebouwd op basis van een aannemingsovereenkomst (projectmatige bouw) voor eengezinshuizen met toepassing van de Woningborg garantie- en waarborgregeling overeenkomstig het Woningborg model van januari 2010.

De overeenkomst is gedateerd op 10 september 2010. In de overeenkomst heeft aannemer zich jegens verkrijgers verbonden conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en voor zover aanwezig staten van wijziging de woning (af) te bouwen naar de eisen van goed en deugdelijk werk met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. Bij de overeenkomst zit een technische omschrijving. In die technische omschrijving is een uitgebreide passage opgenomen over de eigenschappen van de Warmte- en Koude Opslag Installatie (WKO).

Bij de Raad van Arbitrage klagen verkrijgers, zeer kort samengevat, dat de WKO-installatie niet is uitgevoerd en functioneert zoals zij op basis van de technische omschrijving en de eisen van goed en deugdelijk werk mochten verwachten en niet goed is ingeregeld. Voorts voegen zij daar ter zitting aan toe dat aannemer schriftelijke specificaties, gebruiks-instructies en handleidingen moet verstrekken van het systeem dat is aangebracht (onder 1.5 van de uitspraak). In de memorie van eis is toegelicht dat aanneemster bij haar pogingen de klachten over de WKO te verhelpen wijzigingen in de aansturing daarvan heeft aangebracht die niet zijn omschreven in het onderdeel van de technische omschrijving dat ingaat op de WKO. Verkrijgers verlangen dat aannemer hen schriftelijke specificaties van de aangebrachte installatie-onderdelen met gebruiksinstructies en handleidingen verschaft.

In rov. 21 komt de Raad tot het oordeel dat de verkrijgers terecht klagen:
‘Aannemer is op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk verplicht verkrijgers voldoende informatie te verschaffen om het mogelijk te maken de aangebrachte voorzieningen te bedienen en te onderhouden.4 Hij dient daartoe de gebruiksinstructies van de installatie als geheel voldoende duidelijk, schriftelijk (waaronder arbiter tevens elektronisch verstaat) toe te lichten en de specificaties en handleidingen van de geplaatste apparatuur te verstrekken.’.

In het hier beschreven geschil ging het om een vrij ingewikkelde, althans voor consumenten, WKO-installatie die zowel ten aanzien van het gebruik als het onderhoud behoorlijk wat toelichting nodig had. Daar kwam bij dat aannemer, om de door verkrijgers geuite klachten over het systeem te verhelpen, ook wijzigingen had aangebracht ten opzichte van het systeem zoals dat omschreven was in de technische omschrijving. Verkrijgers konden op grond van de technische omschrijving en als gevolg van de aangebrachte wijziging, niet op juiste wijze (zo blijkt uit de uitspraak) het systeem bedienen en onderhouden. Derhalve oordeelde arbiter dat aannemer op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk verplicht was gebruiksinstructies van de installatie en de specificaties en handleidingen van de geplaatste apparatuur te verstrekken. Dit dient voldoende duidelijk en schriftelijk, waaronder arbiter tevens elektronisch verstaat, te geschieden.

Conclusie
Uit bovenstaande uitspraak blijkt dus onomwonden dat ook zonder de Wet kwaliteitsborging, maar mét de contractuele eisen van goed en deugdelijk werk, op de aannemer de plicht rust informatie te verschaffen die nodig is voor het gebruik en onderhoud van de woning en de geleverde installaties.

dr. E.M. Bruggeman

Eindnoten:

  1. H.P.C.W. Strang, ‘Redactioneel; Post Scriptum (2) bij tweede termijn Kamerbehandeling wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen’, Actualiteiten Bouwrecht 20 februari 2017; E.M. Bruggeman & H.P.C.W. Strang, ‘Wet Kwaliteitsborging behandeld in Tweede Kamer,’ TBR 2017/52; E.M. Bruggeman, Redactioneel: Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing, Actualiteiten Bouwrecht 4 juli 2017.
  2. E.M. Bruggeman: ‘De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Deel 1)’, TBR 2016/78, par. 5.
  3. Wat ik uit het oogpunt van duidelijkheid ook zou adviseren. Lees ook: E.M. Bruggeman, Redactioneel: Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing, Actualiteiten Bouwrecht 4 juli 2017, E.M. Bruggeman, De gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen voor het werk en de rechtsverhouding van de architect, TBR 2017/91, par. 4.3
  4. Meer over de invulling van de eisen van goed en deugdelijk werk: S..J.H. Rutten, De eisen van goed en deugdelijk werk, TBR 2012/28.

 

De WKB-eisen in het BW: wat moet en wat mag…

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wijzigt het Burgerlijk Wetboek (BW, Titel 7.12) op een aantal punten. Niet al deze wijzigingen zijn ‘dwingendrechtelijk van aard’, of wel, van een deel van de BW-wijzigingen kan en mag contractueel worden afgeweken. Hieronder is een overzicht opgenomen van de wijzigingen, waarbij is aangegeven of sprake is van regelend recht of van dwingend recht. Met dank aan Evelien Bruggeman van het IBR voor het meelezen.

Aansprakelijkheid na oplevering – art. 7:758 lid 4
De meeste besproken wijziging betreft het schrappen van het ‘ontslag’ van aansprakelijk voor de aannemer na oplevering. Met de toevoeging van het nieuwe vierde lid aan dit artikel is de aannemer “aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen”.

In het artikel is nadrukkelijk geregeld dat in het geval van een consument (een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) als opdrachtgever er niet van dit artikel mag worden afgeweken. In alle overige gevallen is het wel toegestaan om contractueel van de aansprakelijkheidsverdeling ten nadele van de opdrachtgever af te wijken indien dit nadrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen. Dat laatste wil zeggen dat de opdrachtgever dus instemt met de aangepaste aansprakelijkheidsverdeling.

Aanvulling van de waarschuwingsplicht – art. 7:754 lid 2
Het eerste lid van artikel 7:754 regelt (kortweg) dat de aannemer verplicht is fouten in de opdracht te melden aan de opdrachtgever. Het nieuwe tweede lid regelt dat in geval van aanneming van bouwwerken deze melding schriftelijk en ondubbelzinnig dient te gebeuren en dat daarbij moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn. Het idee van dit voorschrift – dat op laatste moment als amendement aan de wet is toegevoegd – is dat de aannemer meldt hoe hij met de geconstateerde fout omgaat. De opdrachtgever weet daardoor of de aannemer het plan helemaal niet uitvoert of slechts na vrijwaring van eventuele aansprakelijkheid als het gaat om de betreffende fout. Het idee van de indiener van het amendement is dat op deze manier vooraf duidelijkheid wordt verkregen over de eventuele aansprakelijkheid achteraf voor fouten.

De waarschuwingsplicht van lid 2, dus de plicht om schriftelijk en ondubbelzinnig te waarschuwen, is dwingendrechtelijk in geval van een consument als opdrachtgever. In andere gevallen mag contractueel van het voorschrift van lid 2 worden afgeweken. De voorschriften van lid 1 zijn niet van dwingend recht, hiervan mag dus door alle partijen van worden afgeweken. Partijen kunnen dus overeenkomen dat op de aannemer geen waarschuwingsplicht rust of een waarschuwingsplicht met een andere maatstaf. De vraag is wat het voordeel zou zijn om af te wijken van de voorschriften van lid 2, mede gezien het feit dat in geval van beroep op de waarschuwingsplicht het aan de aannemer is om aan te tonen dat hij heeft gewaarschuwd: ook zonder het nieuwe tweede lid zal een waarschuwing dus schriftelijk plaatsvinden.

Informatieplicht t.a.v. zekerheid/ verzekering van de aannemer – art. 765a BW
Doel van die nieuwe voorschrift is dat de aannemer bij het aangaan van de overeenkomst zijn opdrachtgever informeert over de zekerheid hij biedt tegen bijvoorbeeld faillissement en gebreken na oplevering. Er is overigens geen sprake van een verplichte verzekering, de informatie kan ook inhouden ‘ik ben niet verzekerd’.

Het betreffende voorschrift is opgenomen in afdeling 2 van titel 7.12 en dus onderdeel van de specifieke bescherming die het BW biedt aan consumenten. De bepaling is dwingendrechtelijk voor consumenten en voor overige opdrachtgevers kan contractueel worden afgeweken.

Waarschuwingsplicht verlengd inhouden van het depot bij de notaris (de 5%-regel) – art. 7:768 BW
Art.  7:768 regelt het depot (de laatste 5%) die een consument in depot kan storten bij een notaris bij bouw van een huis of appartement. Een nieuw in te voegen tweede lid regelt dat een notaris deze laatste 5% pas mag uitbetalen aan de aannemer als de aannemer informatie overlegt waaruit blijkt dat hij de consument heeft gewezen op zijn recht uitbetaling verlengd op te schorten (o.g.v. art. 6:262 BW) en de klant/consument niet heeft aangegeven hiervan gebruik te willen maken.

Het voorschrift is dingend rechtelijk van aard en niet van toepassing op andere opdrachtgevers dan consumenten.

Oplever- of consumentendossier – art. 7:757a BW
De tweede bij amendement toegevoegde plicht voor de aannemer is het leveren van een dossier bij oplevering. Het artikel schrijft voor dat bij een kennisgeving van een aannemer aan zijn opdrachtgever dat het werk klaar is en kan worden opgeleverd, informatie moet worden aangeleverd waaruit dat blijkt. De te leveren informatie moet volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst. In ieder geval moet het dossier tekeningen en berekeningen van het bouwwerk en de bijbehorende installaties bevatten en een beschrijving van de toegepaste materialen, installaties, en de gebruiksfuncties van het bouwwerk. Ook moet informatie worden geleverd die nodig is voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk.

Wat exact in het dossier moet worden opgenomen is niet bij wet geregeld. Het ligt voor de hand dit in de aannemingsovereenkomst te regelen. Het opleverdossier is regelend recht, wat wil zeggen dat partijen ook overeen kunnen komen om af te zien van levering van een dossier bij oplevering, of een andere inhoud van het dossier kunnen overeenkomen. Vanuit het oogpunt van de opdrachtgever is dit echter niet verstandig geen dossier te vragen, aangezien een deel van de informatie – op grond van de Woningwet – bij gereedmelding aan het bevoegd moet worden verstrekt!

Conclusie
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leidt er toe dat veel standaard bouwcontracten opnieuw tegen het licht moeten worden gebouwen. Met name als het gaat om het opleverdossier op grond van 7:57a BW is het aan te raden dat aannemers en consumenten gezamenlijk komen tot een goede invulling van de wettelijke plicht.

24 mei 2017 – Hajé van Egmond

Reactie VBWTN op antwoorden Kamervragen #Wkb

Onder de titel Waarom de wet kwaliteitsborging in de bouw? is op de website van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland een uitgebreide reactie te lezen op de beantwoording van Kamervragen van Van der Linde (VVD) over het Haagse experiment, die op 26 augustus aan de Tweede Kamer zijn toegestuurd. In het bericht stelt VBWTN dat het bouwtoezicht in Nederland dagelijks meerdere keren moet ingrijpen omdat anders niet aan de regels wordt voldaan. Niet vreemd, volgens VBWTN, dat is immers het werk van Bouwtoezicht. Hieraan wordt toegevoegd:

“Wie dit wel vreemd zou moeten vinden is de markt zelf. Zij, met uiteraard de goede bouwers buiten beschouwing gelaten, is niet in staat zich zodanig te organiseren dat zij uit zich zelf zorgt dat er wordt voldaan aan de afgesproken regels.  Wie dit ook vreemd zou moeten vinden is de opdrachtgever die de aannemer goed betaalt voor de te leveren prestatie.”

Het steekt VBWTN dan ook dat in de antwoorden op de vragen van Van der Linde benadrukt wordt dat “het bestaande stelsel te veel tekortkomingen kent” en dat daarbij voorbeelden van calamiteiten in het verleden worden genoemd. Als dat de reden is voor het aanpassen van de wet dan stelt VBWTN dat je ook de politie zou kunnen afschaffen omdat er – ondanks controles – nog te hard gereden wordt. Ondank dat deze vergelijking voorbij gaat aan het feit dat de Wkb het bouwtoezicht niet afschaft maar verplaatst, is het opvallend dat dit antwoord gegeven wordt op een vraag naar de gevolgen voor de pilots van de bevindingen in Den Haag….

VBWTN sluit af met de opmerking dat ze dan ook nog steeds een stelsel voor waarbij de markt zelf de kwaliteit gaat organiseren waarbij de overheid aan het eind de geleverde kwaliteit gaat controleren.  Navraag bij VBWTN leert dat hiermee bedoeld wordt dat het bouwproces met een melding afgesloten zou kunnen worden. In die melding moet dan ook aangegeven zijn hoe de kwaliteit in het bouwproces geborgd is. Los daarvan is en blijft het de bouw die verantwoordelijk is voor het voldoen aan de voorschriften!

Lees de gehele reactie van VBWTN via deze link

Nieuw paar ogen op de bouwplaats

bwa003_borgers01-1024x683In de Kwaliteitsborging special van Aannemer is een artikel opgenomen waarin een drietal toekomstige kwaliteitsborgers wan het woord komt. In het artikel geven Nieman Kwaliteitsborging, Gbou en Plangarant hun visie op de toekomstige taak. Aannemer sprak hen over hun manier van werken, ervaringen tot dusver en verwachtingen. “Hoe beter wij de aannemer equiperen, hoe gemakkelijker wij straks onze rol kunnen vervullen.”

Het gehele artikel is hier te lezen.

Cobouw: “Rompslomp voor de bouwer voorkomen”

In Cobouw staat vandaag een drietal artikelen over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Alle drie de artikelen hebben betrekking op het idee dat de beoogde toelatingsorganisatie enerzijds te weinig onafhankelijk zal zijn (“Al langer kritiek op bouworganisatie minister”) en anderzijds dat de toelatingsorganisatie te duur zal gaan worden voor de consument (“VEH hoopt via ‘binnenlijn’ op een goede afloop”). In het derde artikel pleit De Vries van de PvdA opnieuw voor een stelsel waarin de aannemer verantwoordelijk is en de gemeente achteraf haar akkoord moet geven (“PvdA wil bouwer rompslomp besparen”). In reactie hierop geeft Van der Linde (VVD) een voorbeeld waarin die manier van werken juist leidt tot rompslomp en extra kosten.

Zoals op 29 januari 2016 schriftelijk aan de Tweede kamer medegedeeld, zal minister Blok de Kamer informeren nadat een gedachtewisseling met betrokken partijen – onder meer over de rol van de Toelatingsorganisatie – is afgerond.

“Private borging geeft winst”

Dagblad Cobouw – 1 februari 2016

Overstappen naar private kwaliteitsborging levert een voordeel op van ruim 1,7 miljard euro. Dat blijkt uit de maatschappelijke kosten-baten analyse van het EIB.

Gemeenten zullen een voordeel behalen van bijna 1,4 miljard euro als het wetsvoorstel private kwaliteitsborging wordt ingevoerd. Daarvan wordt iets meer dan 1 miljard euro ‘verdiend’ door minder inzet van bouw- en woningtoezicht. Zo’n 350 miljoen euro komt uit minder inzet door vergroting van het aantal bouwbesluittoetsvrije bouwwerken. Het gaat hier om netto contante waarde, de jaarlijkse besparing ligt rond de 100 miljoen euro.

Lees het gehele artikel van Ferry Heijbrock op de site van Cobouw

De link verwijst naar een bericht op de website van Cobouw waarvoor een abonnement nodig is. Heeft u geen abonnement dan kunt u met een gratis registratie 10 berichten per week lezen.

ERB: “Omvormen begint met scholing”

Op Omgevingsweb doet ERB een oproep aan de bouw om in het kader van kwaliteitsborging in de bouw te zorgen voor een beter kennisniveau van de regels. Tevens pleit ERB voor verdere aanscherping van de aansprakelijkheid.

Lees het volledige bericht hier.

Artikelen Cobouw Wet kwaliteitsborging 8 december 2015

Op 8 december jl. is een aantal artikelen verschenen in Cobouw inzake het al dan niet doorgaan van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Naar aanleiding daarvan komen er veel vragen binnen bij iBK.

Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de Maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) door EIB. Het rapport wordt op korte termijn (nog dit jaar) verwacht. We hebben begrepen dat mede op basis van de MKBA (begin volgend jaar) nog enkele gesprekken worden gevoerd met betrokken partijen. Volgens planning gaat het voorstel daarna via de Ministerraad naar de Tweede Kamer.

Het feit dat legeskorting en andere effecten niet zijn meegenomen in de berekening van administratieve lasten en nalevingskosten is een gevolg van de daarbij gehanteerde definities. In de MKBA zal wel gekeken worden naar alle kosten en baten van het gehele stelsel. 

De artikelen over dit onderwerp zijn hier te vinden:

“Steek tijd en energie in het verbeteren van de bouwkwaliteit”

Binnen niet al te lange gaat de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen naar de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is – op basis van de commentaren die op de consultatieversie zijn binnengekomen – ten opzicht van de consultatieversie van een jaar geleden op een aantal punten aangepast. In Eigen Huis Magazine van september 2015 geeft Rob Mulder, Directeur Kennis & Belangenbehartiging van Vereniging Eigen Huis (VEH) zijn visie op deze wijzigingen.

Eigen Huis is van mening dat de lobby van de bouwsector heeft geleid tot een voor de consument slechter wetsvoorstel. Met name het weer terugbrengen van het opschortingsrecht van 15 naar 3 maanden is volgens Mulder geen goed nieuws voor de consument. Het weerwoord van de bouwsector is vooral dat de voorgestelde wijzigingen tot een toename van de kosten zouden leiden en tot minder stimulans om gebreken snel te herstellen.

Mulder sluit het artikel af met de opmerking dat ‘de bouwsector beter tijd en energie had kunnen steken in het luisteren naar de klant en het verbeteren van de bouwkwaliteit’ dan in de lobby richting het ministerie. Laten we hopen dat ze dat – zodra de wet naar de Tweede Kamer is – alsnog gaan doen!

Het artikel uit Eigen Huis Magazine is hier te lezen.

“Milieuprestatieberekening in private en publieke regelgeving geworteld”

Op de website van de Stichting Bouwkwaliteit is een reactie gepubliceerd op het artikel Stichting Bouwkwaliteit besteedt Milieudatabase uit, dat op 25 augustus in Cobouw is gepubliceerd. In de reactie wordt de suggestie tegengesproken dat er de afgelopen niets is gedaan aan de implementatie van de Nationale Milieudatabase. SBK benadrukt in het artikel dat het verschuiven van de werkzaamheden uit het oogpunt van efficiëntie heeft plaatsgevonden.

De reactie is hier te lezen.