Kwaliteitsborging: de agenda van december 2019

Meer weten over kwaliteitsborging? Dat kan via één van onderstaande bijeenkomsten over kwaliteitsborging.

Deze maand speciale aandacht voor de Themabijeenkomsten van BouwkwaliteitPlus. Ter voorbereiding op de invoering van de Wet kwaliteitsborging organiseren zij samen met diverse partners sinds 2017 themasessies. De sessies zijn bedoeld voor bedoeld voor partijen die iets willen of moeten met kwaliteitsborging: aannemers, opdrachtgevers, architecten, bouwmanagers, directievoerders, leveranciers, adviseurs en gemeenten.  De sessies zijn vooral bedoeld om gericht ondersteuning te geven om zelf aan de slag te gaan met kwaliteitsborging. Aan de hand van de ervaringen die zijn opgedaan tijdens pilotprojecten worden praktische handvatten voor elke doelgroep aangereikt.

Mist u bijeenkomsten? Mail ze door naar kalender@stichtingibk.nl 

Project “Bosvilla’s” Etten-Leur: eerste proefproject volgens spelregels Wkb

PlanGarant Nederland BV heeft samen met Sprangers Vastgoedontwikkeling BV end de Gemeente Etten-Leur het eerste proefproject in Nederland opgestart in het kader van de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het doel van proefproject ‘Bosvilla’s’ is dat alle partijen waardevolle praktijkervaring op doen en eventuele uitdagingen in het stelsel zichtbaar worden. Er wordt daarom bij dit project ‘Bosvilla’s’ zoveel mogelijk gewerkt volgens de werkwijze en taakverdeling van de Wkb en de Omgevingswet.

Lee’s meer over het project op de website van PlanGarant.

Ook starten met een proefproject? De spelregels hiervoor zijn hier te vinden.

Presentaties congres Kwaliteitsborging

Het op 25 november 2019 gehouden congres Wet Kwaliteitsborging; van wetgeving naar implementatie – georganiseerd door Cobouw en het ministerie van BZK – kan met ruim 450 bezoekers een succes genoemd worden. Naast uitleg over de wet en zaken als het borgingsplan was de rode draad vooral: ga aan de slag en begin met proefprojecten. De oproep kwam onder andere van Esther van Kooten Niekerk, die vanuit de VNG een duidelijke presentatie gaf over de rol van het bevoegd gezag binnen het nieuwe stelsel. Ze kondigde tevens een “starterskit” aan voor partijen die met kwaliteitsborging willen starten.

Wico Ankersmit van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht riep in zijn workshop gemeenten op de deur voor proefprojecten wagenwijd open te zetten. Het zal daarbij volgens Ankersmit noodzakelijk zijn om partijen te ‘lokken’ anders zal het aantal proefprojecten niet erg hoog zijn. Dus geef een korting op de leges, of zoals een aantal gemeenten al doen, stel een projectbudget beschikbaar om een stukje bij te dragen aan de kosten van de kwaliteitsborger.

Wil u alle presentaties nog eens nalezen dan kunt u ze vinden op de website van Cobouw.

Consultatie Praktijkrichtlijn consumentendossier (NPR 8092)

Gepubliceerd op IBR Tracker op 14-11-2019 door mr. dr. E.M. Bruggeman - Instituut voor Bouwrecht

Sinds 1 oktober van dit jaar is de ontwerpversie van de Nationale Praktijk Richtlijn (NPR) 8092 ‘Consumentendossier’ beschikbaar voor consultatie.[1] Deze richtlijn is opgesteld door de ‘Normcommissie Consumentendossier’, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, anticiperend op de inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (hierna: WKB).[2] Volgens het persbericht dat NEN uitbracht ten tijde van het ter consultatie leggen, is het ontwerp van NPR 8092 ‘bedoeld als handreiking aan aannemers om zelf een digitaal Consumentendossier op te stellen, dat straks bij oplevering aan consumenten moet worden overgedragen voor nieuwbouw en verbouw. In de NPR wordt omschreven waar het Digitale Consumentendossier ten minste aan moet voldoen.’[3] In deze redactionele bijdrage wordt door mr. dr. E.M. Bruggeman kort ingegaan op de achtergrond en inhoud van de richtlijn.

1. De Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen
De NPR-richtlijn (hierna: de richtlijn) is een uitvloeisel van een in de WKB opgenomen mogelijkheid tot het leveren van een dossier bij oplevering. 
Kort samengevat bevat de WKB zowel een publiekrechtelijke als een privaatrechtelijke component. Het ‘publiekrechtelijke’ gedeelte ziet o.m. op wijziging van de Woningwet en daarmee een geheel nieuw systeem van kwaliteitsborging, waarbij (samengevat) de markt geacht wordt zelf in te staan voor de door haar te realiseren kwaliteit. Het privaatrechtelijke deel heeft betrekking op een aantal wijzigingen in Boek 7 van het BW en is een relatief kleine aanvulling op de veel ingrijpender stelselwijziging die met de wijziging van de Woningwet is beoogd.[4]
Het wetsvoorstel heeft primair tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren. Om dat te bewerkstelligen wordt gepoogd de positie van de particuliere en zakelijke opdrachtgever in de bouw te verbeteren, onder andere door de consument beter te informeren.[5]  
 
2. De WKB en het opleverdossier
Het oorspronkelijke wetsvoorstel voor de WKB bevatte geen wettelijke bepalingen die het leveren van een opleverdossier of consumentendossier verplicht stelde. In de Memorie van Toelichting (hierna: MvT) werd echter wel de toezegging gedaan om onderzoek te gaan doen naar de mogelijkheden van consumentendossiers.[6]
Met het consumentendossier zoals dat beschreven werd in de MvT lijkt iets anders bedoeld te zijn dan het opleverdossier bestemd voor de kwaliteitsborger of het bevoegd gezag[7], terwijl in de consultatieronde van de WKB wel stemmen opgingen te onderzoeken of de verschillende opleverdossiers niet gecombineerd zouden kunnen worden.
 
Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is bij amendement toegevoegd dat de aannemer verplicht is een opleverdossier aan te leveren.[8] Met het aannemen van amendement nr. 17 is bepaald dat de aannemer bij oplevering twee soorten dossiers zou moeten aanleveren: een privaatrechtelijk dossier (opgenomen in het BW) en een publiekrechtelijk dossier dat ingeleverd moet worden door de aannemer bij t bevoegd gezag (opgenomen in de Woningwet) die de aannemer verplicht een dossier in te leveren bij het bevoegd gezag.[9]
Over dit laatste dossier, en de vraag welke beslissing het bevoegd gezag kan en moet nemen op dat dossier en wat de status van een dergelijke beslissing is, schreven Moesker en De Haan in TBR.[10]
 
De toelichting op dit amendement vermeldt dat een opleverdossier uit twee delen bestaat: a) een consumentendeel waarin de aannemer verklaart en aantoont dat hij het bouwwerk volgens regels van goed en deugdelijk werk heeft gemaakt en b) een opleveringsdeel waarin de aannemer verklaart en aantoont dat hij aan de wettelijke regels en prestatie-eisen heeft voldaan. Een dergelijke onderverdeling blijkt echter niet uit de tekst van de wet.[11] Het is wel is denkbaar dat een aannemer een privaatrechtelijk consumentendossier levert waarin ook het publiekrechtelijk deel is opgenomen dat naar het bevoegd gezag is gestuurd, maar verplicht is dit niet.
De NPR richtlijn die nu ter consultatie voorlicht voorziet daar ook niet in. Deze NPR richtlijn ziet enkel op het dossier voor de opdrachtgever, en niet het dossier voor het bevoegd gezag. 
 
3. Art. 7:757a BW – reikwijdte 
Amendement nr. 17 resulteerde in het invoegen van art. 7:757a BW in de Titel Aanneming van Werk. Het artikel luidt als volgt:
‘In geval van aanneming van een bouwwerk legt de aannemer bij de kennisgeving dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, bedoeld in art. 758 lid 1, een dossier aan de opdrachtgever over met betrekking tot het tot stand gebrachte bouwwerk. Het dossier bevat gegevens en bescheiden die volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst door de aannemer en de te dien aanzien uitgevoerde werkzaamheden en bevat in ieder geval: 
a) tekeningen en berekeningen betreffende het tot stand gebrachte bouwwerk en de bijbehorende installaties, en een beschrijving van de toegepaste materialen en installaties, alsmede de gebruiksfuncties van het bouwwerk; 
b) gegevens en bescheiden die nodig zijn voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk.’
 
Zoals opgemerkt ziet de NPR richtlijn op het dossier van art. 7:757a BW en zou de richtlijn hier (op zijn minst enigszins) op aan moeten sluiten. 
 
Voordat de richtlijn zelf wordt besproken is van belang vooraf enkele kanttekeningen te maken bij de reikwijdte en inhoud van bovengenoemde wetsbepaling.[12] 
Allereerst is art. 7:757a BW opgenomen in Afdeling 1 van de Titel Aanneming van Werk en derhalve van toepassing op alle vormen van aanneming van ‘bouwwerken’ en dus niet alleen op consumentenbouw.[13] Het begrip ‘bouwwerken’ is daarnaast ook niet in het wetsartikel of de rest van de Titel gedefinieerd.[14] 
Ook is van belang in het oog te houden dat het artikel van regelend recht is, nu de bepalingen in Afdeling 1 op twee uitzonderingen na, allen van regelend recht zijn en in het artikel zelf niet is aangegeven dat het om dwingend recht zou gaan. Partijen mogen dus van deze bepaling afwijken. Dat betekent dat zij overeen mogen komen dat geen dossier wordt geleverd, of dat een dossier met een andere inhoud dan die genoemd in het artikel, wordt geleverd.
 
4. De richtlijn – Vorm van het dossier
Over de vorm van het dossier zegt het BW-artikel waarop de richtlijn is gebaseerd niets. De richtlijn kiest uitdrukkelijk voor een digitaal dossier. ‘De lasten voor aannemers en andere gebruikers van het dossier worden aanzienlijk beperkt door de keuze van de normcommissie voor digitalisering van het consumentendossier. Alle relevante documenten kunnen eenvoudig in het digitale dossier worden geüpload.’ 
In de toelichting wordt dit digitale karakter echter eerst enigszins gerelativeerd[15] “Met ‘digitaal’ wordt ten minste bedoeld: pdf, jpeg of ander type digitaal document.” En vervolgens vrij complex gemaakt: ‘Daarnaast is het digitale dossier ook geschikt voor bestanden van 3D-modellen en voor BIM-toepassingen en zal het dossier meegaan met de technologische ontwikkelingen in de bouw.’ 
Aangezien ‘BIM’ niet één verschijningsvorm kent en niet elk 3d-model leesbare en toegankelijke consumenteninformatie oplevert, kan het dossier eigenlijk elke vorm aannemen, zolang het maar niet op papier wordt geleverd. Daar is op zich niets mis mee, zolang in een concrete situatie voor een consument nog maar te volgen is in welke vorm hij zijn dossier krijgt aangeleverd. 
 
5. De richtlijn – Consumentendossier
Hoewel, zoals gezegd, een opleverdossier het meest voor de hand zou liggen bij consumentenbouw, gaat het in het BW-artikel opgenomen dossier verder.
De NPR Richtlijn spreekt van ‘consumentendossier’ en het document is ook opgesteld door de normcommissie ‘Consumentendossier WKB’.[16] Dit impliceert dat het niet bedoeld is voor professionele opdrachtgevers (als we tenminste de juridische betekenis van het begrip consument hanteren). Het is zeer de vraag of de normcommissie dat begrip voor ogen heeft gehad nu de richtlijn (of zijn opstellers) zich niet enkel lijkt te richten op de (consument) opdrachtgever, maar ook op ‘andere gebruikers’.[17] Er wordt voorts ook gesproken van projectontwikkelaars en huurders. Onduidelijk is hoe de richtlijn zich verhoudt tot die partijen, nu deze geen ‘consumentopdrachtgevers’ zijn. Het noemen van deze groepen werkt op zijn minst verwarrend. 
Uit de parlementaire geschiedenis van de WKB blijkt overigens dat ook de wetgever zelf niet altijd helder voor ogen heeft gehad dat het begrip consument een juridische betekenis heeft waardoor het niet ziet op professionele opdrachtgevers.[18] 
 
6. De richtlijn – goed en deugdelijk werk 
Kort, en zonder volledig te zijn, op deze plaats iets over de inhoud van het dossier, en wat de richtlijn daarover zegt. De NPR richtlijn beoogt een consumentendossier te leveren met het volgende doel[19]: 
–  aantonen dat de opdrachtgever krijgt wat hij gekocht dan wel afgesproken heeft;
–  bieden van een handleiding om vast te stellen of er goed en deugdelijk werk is geleverd;
–  bieden van aanwijzingen voor gebruik en onderhoud;
–  aangeven van punten waarop te letten bij verbouw en/of renovatie (zoals doorbraken, uit- en opbouwen).
Daarop voortbouwend is ook de volgende passage opvallend:
“Handleiding ‘Goed en deugdelijk werk’
Een integraal onderdeel van de definitieve NPR wordt de handleiding ‘Goed en deugdelijk werk’. In de
handleiding wordt vastgelegd wat onder een correcte uitvoering mag worden verstaan (goed en
deugdelijk werk). De handleiding krijgt een plaats binnen het digitale consumentendossier en wordt
zo uitgewerkt dat hij voor iedereen leesbaar en begrijpelijk is.”
Blijkbaar beogen de opstellers van de richtlijn dat de woning (‘het bouwwerk’) waarop het dossier ziet, voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk.
Zowel de WKB als het BW eisen echter niet dat door een aannemer voldaan wordt aan de eisen van goed en deugdelijk werk, die eis is veelal opgenomen in de (koop-) aannemingsovereenkomst zelf. De enkele eis die in de WKB wordt gesteld is dat voldaan wordt aan de eisen van het Bouwbesluit. De eis van goed en deugdelijk werk omvat in sommige gevallen meer, of iets anders, dan dat.[20] Desalniettemin lijkt de richtlijn dus, hoewel blijkens de toelichting gebaseerd op de wet, meer te vragen van een bouwwerk en een dossier.   
 
De toelichting op het amendement, waar art. 7:757a BW het gevolg van is, stelt wel dat de aannemer in het dossier moet aantonen dat hij heeft voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk. Dit blijkt echter niet uit de tekst van de wet zoals voorgesteld, en is dus niet een verplichting voor de aannemer. En de aannemer hoeft uiteraard überhaupt niet aan te tonen in het dossier dat hij voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk, als hij dit in de aannemingsovereenkomst niet (expliciet) is overeen gekomen. In dat geval dient hij enkel te bouwen volgens de regels van het Bouwbesluit. 
 
7. De richtlijn – terminologie
Zonder uitputtend te zijn valt voorts het volgende op bij alleen al het lezen van de terminologielijst. Er worden definities gegeven voor termen waarvan zeer de vraag is of zij aansluiten bij de termen gehanteerd in het BW of de WKB. Met het oog op duidelijkheid en rechtszekerheid verdient dat zeker niet de schoonheidsprijs. Alleen al de beschrijving van de term ‘bouwwerk’ roept veel vragen op: 
“bouwwerk
woning, woongebouw of een gedeelte daarvan
 
Opmerking 1 bij de term: Ook een praktijkruimte aan het bouwwerk kan onderdeel uitmaken van het bouwwerk.
 
Opmerking 2 bij de term: De definitie zoals hier gesteld, geldt alleen voor deze NPR, aangezien in de Wet Kwaliteitsborging de definitie van ‘bouwwerk’ breder is dan alleen de woning. In deze NPR wordt bedoeld: bouwwerk met de functie wonen”
 
Om kort te gaan, de definitie sluit niet aan op het BW of de WKB (nog daargelaten of de term daar wel gedefinieerd is dan wel goed doordacht, zie mijn eerdere opmerkingen daarover), maar is ook innerlijk tegenstrijdig gezien de verwijzing naar de ‘praktijkruimte’. Het sluit met dat laatste ook nog eens niet aan op de juridische leerstukken rond het begrip consument en het zogenaamd gemengd privé-professioneel gebruik. En dit is nog maar één definitie. De rest van de lijst roept bij juristen nog meer vragen op. Mijn persoonlijke doorn in het oog is de definitie van een koop-/aannemingsovereenkomst (onder 3.11) “koopovereenkomst waarbij als onderdeel van deze overeenkomst ook een opdracht tot bouw of verbouw van een bouwwerk wordt gegeven.”  
 
8. Slot
Bovenstaande, zeer summiere eerste blik op de richtlijn laat zien dat nog wel een en ander te verbeteren valt aan de NPR Richtlijn Consumentendossier. Mijn oproep op deze plaats is dan ook aan juristen om nog eens heel kritisch mee te kijken naar inhoud en reikwijdte en gevolgen van de teksten opgenomen in deze richtlijn.  
 
Tot woensdag 1 januari 2020 kan gereageerd worden op het ontwerp NPR 8092 via de website van de NEN
 
Op de website is de mogelijkheid opgenomen per sectie digitaal commentaar in te voeren. Algemeen commentaar op het ontwerp kan bij de titel worden ingevoerd. Er moet wel eerst een profiel worden aangemaakt voordat dat mogelijk is. 
 
Eindnoten:
[2] Vooralsnog staat inwerkingtreding van de WKB gepland voor 1 januari 2021. Klik hier voor meer achtergrondinformatie over dit wetsvoorstel.
[3] Persbericht NEN van 1 oktober 2019: ‘Ontwerp NPR ‘Consumentendossier’ beschikbaar voor commentaar’, via https://www.nen.nl/NEN-Shop/Bouwnieuwsberichten/Ontwerp-NPR-Consumentendossier-beschikbaar-voor-commentaar.htm 
[4] Zie onder andere E.M. Bruggeman, ‘De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Deel 1). Algemene opmerkingen en de informatieplicht omtrent de verzekering en financiële zekerheid (art. 7:765a BW)’, TBR 2016/78 en P.M.J. de Haan, De voorgestelde wijzigingen in de preventieve en de repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften’, TBR 2016/79 voor meer achtergrond bij het oorspronkelijke wetsvoorstel.
[5] Kamerstukken II 2015/16, 34 453, nr. 3, p. 2.
[6] Kamerstukken II 2015/16, 34 453, nr. 3, p. 31.
[7] Bruggeman, TBR 2016/78, par. 5.
[8] Lees o.a. redactioneel E.M. Bruggeman, ‘Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing‘, Actualiteiten Bouwrecht 4 juli 2017,
[9] Wijziging (onder I) van art. 7ab van het wetsvoorstel. Aan dit artikel wordt een lid toegevoegd, luidend: 4. Onverminderd art. 2, worden bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, regels gesteld met betrekking tot het in gebruik nemen van bouwwerken als bedoeld in het eerste lid. Tot die regels behoort in ieder geval de verplichting om voor het in gebruik nemen van het bouwwerk aan het bevoegd gezag een dossier te overleggen dat inzicht geeft of het gerealiseerde bouwwerk voldoet aan de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in art. 2, eerste lid, aanhef en onder a, en vierde lid, of art. 120.
[10] P.M.J. de Haan en H.C.W.M. Moesker, ‘De risicobeoordeling bij de vergunningaanvraag Wkb’, TBR 2017/92.
[11] Zie ook: H.P.C.W. Strang, ‘Redactioneel; Post Scriptum (2) bij tweede termijn Kamerbehandeling wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen‘, Actualiteiten Bouwrecht 20 februari 2017.
[12] Lees ook de eerdere redactionele bijdrage van E.M. Bruggeman, Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing, Actualiteiten Bouwrecht van 4 juli 2017 voor meer achtergrondinformatie.
[13] Het artikel is immers niet in de voor consumentennieuwbouw geldende (dwingendrechtelijke) Afdeling 2 van de Titel Aanneming van Werk is opgenomen, maar door de plaatsing afdeling 1 van Titel 7.12, ook op professionele opdrachtgevers van toepassing.
[14] Lees H.P.C.W. Strang en E.M. Bruggeman, ‘Afbakeningsvragen in Titel 7.12 BW. Een verkenning van de reikwijdte van de titel en de daarin opgenomen bepalingen TBR 2018/134 over de definitieproblemen.
[15] p. 38 NPR 8092.
[16] Op p. 5 staat wie er zitting hadden in de commissie. 
[17] p. 4 NPR 8092.
[18 Zie Bruggeman, TBR 2016/78.
[19] P. 6 NPR 8092
[20] Zie uitgebreid S.J.H. Rutten over dit begrip en de invulling ervan in, De eisen van goed en deugdelijk werk. Een jurisprudentieonderzoek’, TBR2012/28.

Aan de slag met de Wet kwaliteitsborging

Tekst: Kees Hagendijk, bericht is eerder gepubliceerd op de website van Neprom

Nieuwe regels, nieuwe rollen in het bouwtoezicht

Als alles goed gaat treedt over ruim een jaar een nieuw stelsel van bouwtoezicht in werking. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor de kwaliteitsborger. Wat verandert er voor opdrachtgevers en aannemers? En welke rol gaat het bevoegd gezag (nog) spelen?
Je kunt het de privatisering van het bouwtoezicht noemen: de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die op 14 mei dit jaar door de Eerste Kamer kwam. Dat klopt in zoverre dat het bevoegd gezag een deel van zijn werk uit handen geeft aan private partijen. Toetsing van bouwwerken aan de eisen van het Bouwbesluit zal voortaan worden gedaan door een nieuwe speler in het stelsel: de onafhankelijke kwaliteitsborger. Wat niet betekent dat de overheid afstand doet van haar handhavende rol. Het bevoegd gezag kan uiteindelijk de ingebruikname van een bouwwerk verhinderen. Verder blijft de stelselwijziging – met verwachte ingangsdatum 1 januari 2021 – de eerste drie jaren beperkt tot een categorie eenvoudige bouwwerken met gering risico. Tot deze Gevolgklasse 1 behoren onder meer bedrijfshallen met nevenfunctie, kleine fiets- en voetgangersbruggen, en (de hoofdmoot) grondgebonden woningen. Voor appartementengebouwen geldt voorlopig nog het oude regime.

Knip
In een gezamenlijke informatiebijeenkomst die de NEPROM en Aedes op 31 oktober jl. organiseren komen de finesses van de nieuwe wet aan bod. Hajé van Egmond (Stichting Instituut voor Bouwkwaliteit) schetst hoe de Wkb ingepast wordt in de brede Omgevingswet die naar verwachting eveneens per 2021 ingaat. De Omgevingswet brengt namelijk een ‘knip’ aan tussen een omgevingsplanactiviteit en een bouwactiviteit. De omgevingsplanactiviteit betreft de ruimtelijke aspecten van het bouwwerk, zoals bestemmingsplan, welstand, milieu, geluid, omgevingsveiligheid. De bouwactiviteit betreft de technische aspecten van het gebouw volgens de eisen van het Bouwbesluit. Onder de Omgevingswet krijgt het Bouwbesluit trouwens een nieuwe naam: Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL).

Beide activiteiten kunnen los van elkaar vergunningvrij of vergunningplichtig zijn. Het al of niet vergunningvrij zijn van een omgevingsplanactiviteit verschilt per gemeente. Dat geldt niet voor de bouwactiviteit, de vrijstellingen daarvoor worden door het rijk bepaald.

De Wkb heeft alleen betrekking op de bouwactiviteit. Indien die voor een bepaald bouwwerk (voorlopig alleen uit Gevolgklasse 1) vergunningsplichtig is komt de kwaliteitsborger in het spel. Dit zal in de regel een bedrijf moeten zijn (architectenbureau, ingenieursbureau) en geen zelfstandige, omdat er een zeer breed kennisniveau (ontwerp, constructies, bouwfysica, installaties) aanwezig dient te zijn. Als onafhankelijk controleur mag de kwaliteitsborger geen dubbele petten dragen. Hij mag niet tegelijk als adviseur of in welke andere rol dan ook bij het bouwwerk betrokken zijn.

Bouwmelding
De kwaliteitsborger wordt gecontracteerd door of de opdrachtgever/vergunninghouder of de aannemer. Voor zijn taak maakt de kwaliteitsborger gebruik van een erkend instrument waarvan er verschillende aangeboden worden. Aan de hand hiervan stelt hij een borgingsplan op. Hierin worden de bijzondere aandachtspunten (risico’s) van het bouwplan beschreven en de wijze waarop daarmee omgegaan zal worden. Nadat de omgevingsvergunning voor een bouwplan is verkregen, moet (minimale termijn vier weken voor start van de bouwactiviteit) een zogenoemde bouwmelding plaatsvinden. Hierbij dient de aanvrager het borgingsplan en de gegevens van de kwaliteitsborger in. Twee dagen voor aanvang van de bouw moet – net als nu – een melding Start bouw plaatsvinden.

Gereedmelding
Gedurende de bouw monitort de kwaliteitsborger of daadwerkelijk aan de voorschriften wordt voldaan. Concreet zal hij zaken controleren als de wapening en de constructie van balkons en vloeren, het ventilatiesysteem, het isolatiepakket, energetica en dergelijke meer. Wanneer het bouwwerk gereed is, stelt de kwaliteitsborger een verklaring op waarin een ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ wordt uitgesproken dat het bouwwerk aan de wettelijke eisen voldoet. De verklaring moet, tezamen met een dossier bevoegd gezag, door de vergunninghouder aan het bevoegd gezag worden overlegd. Dit heet de gereedmelding.

Van Egmond merkt nog op dat dit dossier en de verklaring verplicht zijn. Dit in tegenstelling tot een tweede dossier dat op grond van de Wkb wordt geïntroduceerd: het consumentendossier. Met het consumentendossier moet de aannemer bij oplevering aan zijn opdrachtgever aantonen wat er gebouwd is, inclusief aanvullende informatie over het gebruik en onderhoud van het gebouw. Opdrachtgever en aannemer kunnen contractueel overeenkomen dat levering van dit dossier achterwege blijft.

Wanneer het bevoegd gezag niet binnen tien dagen reageert op de gereedmelding, mag het bouwwerk in gebruik worden genomen. Zijn er wel bezwaren, dan krijgt de vergunninghouder bericht en kan de gemeente de ingebruikname formeel verbieden.

De gereedmelding hoeft trouwens niet te wachten op de volledige afwerking van een bouwwerk. Werkzaamheden als stuc- en schilderwerk bijvoorbeeld vallen niet onder het Bouwbesluit en kunnen dus ook na de gereedmelding nog plaatsvinden.

Aansprakelijkheid
Wico Ankersmit van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland wijst op een subtiel juridisch punt. Het bevoegd gezag geeft met deze procedure geen goedkeuringsstempel af dat het bouwwerk aan de eisen voldoet. De aannemer of verkoper kan zich op grond van de kennelijk toegestane ingebruikname niet vrijwaren van publiekrechtelijke aansprakelijkheid voor mankementen die daarna aan het licht treden. Via een gelijktijdige aanpassing in het Burgerlijk Wetboek wordt daarnaast de aansprakelijkheid van de aannemer vergroot: deze is in alle gevallen verantwoordelijk en aansprakelijk voor bouwfouten, ook na oplevering, tenzij hij kan aantonen dat de fout hem niet toe te wijzen is.

Tevens wordt de waarschuwingsplicht van de aannemer ten opzichte van de opdrachtgever aangescherpt. Onderdelen die niet uitvoerbaar zijn binnen de wettelijk eisen moeten schriftelijk en ondubbelzinnig gemeld worden. Als gevolg van de verhoogde aansprakelijkheid zullen aannemers op hun beurt van onderaannemers en leveranciers meer waarborgen verlangen. Op deze manier wordt kwaliteit in de hele keten versterkt.

Van beloofde naar gerealiseerde kwaliteit
Ankersmit ziet de winst vooral in een verschuiving in de kwaliteitstoetsing, namelijk van bouwplan naar daadwerkelijk gerealiseerd bouwwerk. “We gaan van beloofde kwaliteit naar gerealiseerde kwaliteit. En de risicobeoordeling gebeurt voorin het proces, niet achterin.” Het aan te leveren bouwdossier zal dan ook de gerealiseerde situatie documenteren, met de actuele tekeningen en berekeningen. Doordat de kwaliteitsborger in het hele bouwproces meeloopt, is de kans dat er aan het eind of na de oplevering fouten voor de dag komen minder groot. De kwaliteitsborger wil kunnen instaan voor de verklaring die hij aan het eind geacht wordt af te geven. Voldoet het gebouw niet aan de voorschriften, dan zal hij de verklaring niet afgeven.

Een nieuwe rijksdienst, de toelatingsorganisatie, ziet toe op de geschiktheid van kwaliteitsinstrumenten en controleert de werking van het nieuwe stelsel via steekproefsgewijze inspecties op de bouw.

Interne kwaliteitsborging
Aannemers is het geraden bouwkwaliteit niet louter van de kwaliteitsborger te laten afhangen maar binnen de eigen organisatie op poten te zetten. “Hoe meer de aannemer aan voorwerk doet, hoe minder werk de kwaliteitsborger heeft”, aldus Van Egmond. Marco Kranenburg van ERA Contour kan dat bevestigen. ERA draait al vanaf 2014 pilotprojecten volgens het nieuwe kwaliteitssysteem. “Als de interne kwaliteitsborging goed is, kan de externe kwaliteitsborger volstaan met een aantal audits, een aantal rondjes bouwplaats en het dossier.” Het vergt uiteraard wel tijd en inspanning om je organisatie zover te krijgen.

De kwaliteitsborger vormt ook een kostenpost die zich moet terugverdienen. Kranenburg zegt de indruk te hebben dat de nieuwe aanpak inderdaad meer bouwkwaliteit oplevert: “Het is nog te vroeg voor een harde claim, maar we zien al wel een daling van de aantallen servicepunten.” ERA contracteert de kwaliteitsborger zelf en die gebruikt daarbij steeds hetzelfde instrument. “Het is niet handig om per project van proces en systeem te veranderen.”

Wat woningbouw betreft lenen unit-bouw, concept-bouw en gekwalificeerde bouwsystemen zich uitstekend voor soepele kwaliteitsborging bij verschillende projecten, zegt Ankersmit. En gefaseerde oplevering is ook geen probleem, aldus Van Egmond. Het bevoegd gezag kan namelijk van handhaving afzien indien er zicht op legalisatie bestaat. Ontstaan er tijdens de bouw namelijk onoverkomelijke problemen dan zal de kwaliteitsborger de gemeente inlichten. Eerder gereedgekomen woningen kunnen dus bij uitblijven van deze signalen al opgeleverd worden voordat het project als geheel gereed gemeld en vervolgens formeel in gebruik genomen wordt.

Relativering
Voor corporatie Woonbedrijf Eindhoven – opdrachtgever of afnemer van woningbouwprojecten – is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging eerder een aanvulling op het eigen kwaliteitssysteem dan een grote vernieuwing, relativeert Paul Terwisscha van Scheltinga. “De aansprakelijkheid wordt beter geregeld en het consumentendossier is echt van toegevoegde waarde. Toch hebben we het slechts over het wettelijk minimum. Sinds tien jaar werken wij met prestatiecontracten en een kwaliteitsacceptatieplan. Dat gaat een stuk verder. Kwaliteit bij de aannemer zelf is natuurlijk het beste systeem. In die zin beschouw ik het nieuwe stelsel eerder als leertraject. Om de zesjescultuur van de bouw eens echt te doorbreken.”

Kranenburg formuleert de gewenste omslag anders: “Het uiteindelijke doel is om wat robuuster te ontwerpen. Nu is de praktijk vaak om dicht naar het Bouwbesluit toe te werken. Gaat er dan iets fout dan heb je nul marge.”

Delft is al langer geleden overgestapt op toezicht op afstand, vertelt Wim Kruf van het plaatselijke bouw- en woningtoezicht. Het nieuwe stelsel is welkom maar voor Delft niet echt nieuw qua gedachte. “Als bevoegd gezag zijn wij het uiterste vangnet. Die omslag maakten wij jaren geleden al.” Bouwtechnische tekortkomingen of fouten treffen in de eerste plaats de opdrachtgever, is de redenering. De opdrachtgever is eerstverantwoordelijke en moet weten wat hij doet. Bijvoorbeeld kiezen voor een goede aannemer. Het Delftse bevoegd gezag focust vooral op gevolgen voor de omgeving, dus de omgevingsplanactiviteit.

Leges
Tijdens de bijeenkomst zijn er veel vragen over een mogelijke verlaging van leges ter compensatie van de kosten van de kwaliteitsborger. Een op een zit dat er niet in, zegt Ankersmit, maar vergunningvrije activiteiten, waarvan de lijst alleen maar toeneemt, zijn automatisch ook vrij van leges. Op termijn zullen de leges voor bouwen waarschijnlijk helemaal verdwijnen, verwacht hij. Financiering van het toezicht zal dan wel uit een andere bron moeten komen.

Naar 10% pilotprojecten
Om goed voorbereid te zijn, is het aan te bevelen om nu al met de nieuwe kwaliteitsborging aan de slag te gaan via pilotprojecten. Daarvan zijn er de afgelopen jaren al een aantal gestart. Gemeenten tonen inmiddels toenemend interesse en zijn soms zelfs bereid wat aan de kosten mee te betalen, weet Emile Jansen van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Pilots zijn ook van belang om uit te vinden of het stelsel goed functioneert en eventueel zaken bij te stellen. Doel is om per 1 juli 2020 bij 10% van Gevolgklasse 1 volgens het nieuwe toezicht te werken. Mocht dat niet gehaald worden of treden er te veel strubbelingen op, dan is uitstel van de wet mogelijk. Want, zegt Ankersmit, goed functionerend bouwtoezicht heeft altijd prioriteit.

Brede ondersteuning voor oproep KiKCampus: start proefprojecten Wkb

Nu starten met ervaringsprojecten met bouwen volgens de Wkb is geen luxe, maar noodzaak. In de eerste plaats voor bouwbedrijven. Want hun aansprakelijkheid en bewijslast zijn onomkeerbaar. En in sommige gevallen al super actueel. Want wie nu gaat bouwen aan een project dat na 1 januari 2021 wordt opgeleverd, valt al onder de regelgeving van de Wkb. En moet dus straks kunnen aantonen goed werk te hebben geleverd. Ook al was dat werk in 2019…

Branche- en bestuursprominenten
Dat bleek in de Fons van der Poel-zaal van perscentrum Nieuwspoort waar op maandag 4 november zo’n 60 belangstellenden, betrokkenen en brancheprominenten uit en rond de bouw samenkwamen. Een initiatief van de KiKCampus, het platform dat de bouwkolom terzijde staat bij het implementeren van bouwen volgens de Wkb. Zij wisselden ervaringen uit met elkaar, maar ook met een panel dat bestond uit Chris Kuijpers, de directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen (BZK), Jaco Uittenbogaard, directeur AFNL-NOA, Titia Siertsema, voorzitter NVTB & implementatiemanager Wkb en Albert Vermuë, directeur leefomgeving bij VNG en Else Poortvliet, voorzitter van Vereniging BWT Nederland.

V.l.n.r. Chris Kuijpers, directeur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen BZK  –  Jaco Uittenbogaard, directeur van AFNL -NOA  –  Titia Siertsema, voorzitter NVTB en implementatieregisseur  Wkb  –  Albert Vermuë, directeur Leefomgeving VNG. Foto: Bram van Uchelen – Creative Communications

Ervaringstrajecten Wkb: deelname urgent
Het werd een levendige en geïnspireerde bijeenkomst, geleid door moderator Stefan Wijers. Frank de Groot, hoofdredacteur Bouwkwaliteit in de Praktijk schetste eerst een beeld van de Wkb. Vervolgens ging Else Poortvliet, kersverse voorzitter Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, in op de gevolgen voor gemeenten. “Er komt een accentverschuiving voor BWT van toetsing op bouwregelgeving, naar handhaving op gebruik. Denk aan ondermijning, huisjesmelkers, woonoverlast en brandveiligheid. Daarnaast blijven we plannen toetsen aan welstand, bestemmingsplannen en omgevingsveiligheid. Er is dus nog best veel te doen.”

Tijdens de bijeenkomst werd de urgentie van ‘wennen aan de Wkb’ nog eens onderstreept. “De Wkb is aangenomen en komt er ook”, zoals Chris Kuijpers het formuleerde. Oftewel: de tijd van afwachten en zien wat er van komt is voorbij. Des te meer prangt het dat de deelname vanuit met name de bouwsector aan de Koplopertrajecten en anderen proefprojecten nog pas in de kinderschoenen staat. Over dat inzicht bestond brede consensus.

Conform de Wkb bouwen gaat niet zomaar
“De bouw zou zichzelf een plezier doen door nú te starten met te wennen aan de nieuwe situatie,” stelde Titia Siertsema, “door nu ook te schakelen op de consequenties van de Wkb, de aanstaande bewijslast en aansprakelijkheid. Die laatste twee zijn eigenlijk alleen te managen door te werken met een toegelaten kwaliteitsborgingsinstrument in het kader van de Wkb. En dat gaat niet zomaar, want die materie moet je je eigen maken, er ervaring mee opdoen – en vervolgens deze werkwijze in de eigen bedrijfsvoering implementeren. Bouwers die daar te laat mee starten, kunnen straks voor minder aangename verrassingen komen te staan.”

Oefenen met de Wkb
Jacco Uittenbogaard, de directeur van AFNL-NOA was het daar helemaal mee eens. “Wij roepen bouwers die zijn aangesloten bij onze federatie dan ook op om mee te doen aan de zogenoemde Koploper-projecten van het ministerie van BZK. Oefenen met de Wkb, oefenen met kwaliteitsborging – anders mis je de boot en kun je straks misschien niet aan de wetgeving voldoen. Het is jammer dat nog niet iedereen in de sector deze urgentie onderkent.”
“Daar komt dit nog bij,” merkte KOMO-voorzitter Henry Meijdam op, “door mee te doen aan Wkb-ervaringsprojecten kun je als bouwbedrijf samen met partners in de bouwkolom, nu nog invloed uitoefenen op hoe kwaliteitsborging conform de Wkb in de praktijk zal gebeuren. Straks kan dat niet meer. Dan is er sprake van voldongen feiten en moet je je volledig voegen naar wat anderen voor jou hebben uitgestippeld.”

De KiKCampus begeleidt u als bouwbedrijf naar deelname aan de Wkb-proefprojecten (Koplopertrajecten). Ook adviseert de KiKCampus u graag bij de implementatie van een toegelaten kwaliteitsborgingsinstrument in het kader van de Wkb. Bezoek: www.kik-campus.nl

Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen en de gevolgen voor corporaties

Factsheet over gevolgen Wet kwaliteitsborging voor woningcorporaties
De Eerste Kamer heeft op 14 mei 2019 ingestemd met een nieuw stelsel voor toezicht op de kwaliteit in de bouw. De nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen zorgt voor meer duidelijkheid in de aansprakelijkheid en verbetering in de bouwkwaliteit en het -toezicht en gaat in per 1 januari 2021. Dat heeft gevolgen voor woningcorporaties en die zijn beschreven in een factsheet.

Corporaties krijgen vanaf 1 januari 2021 met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen – tegelijk met de nieuwe regels van de Omgevingswet – te maken met een nieuw stelsel van toezicht in de bouw. Daarnaast veranderen de aansprakelijkheidsregels voor bouwers en wordt een opleverdossier geïntroduceerd.

In de factsheet vindt u informatie over onder meer:

  • De Wet kwaliteitsborging op hoofdlijnen
  • Het proces van aanvraag tot gereedmelding
  • De contractering van de kwaliteitsborger
  • De ‘knip’ tussen bouwen en overige toestemmingen

Versterkte positie
De invoering van het nieuwe stelsel versterkt de positie van de particuliere en de zakelijke bouwconsument. Door de toenemende complexiteit in de bouw was herziening van het huidige stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk. De herziening maakt de relatie tussen de opdrachtgever, de bouwconsument, en de bouwende partijen evenwichtiger, wat de kwaliteit ten goede zal komen.

Lees de factsheet Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen en de gevolgen voor corporaties

 

Kwaliteitsborging: de agenda van november

Meer weten over kwaliteitsborging? Dat kan via één van onderstaande bijeenkomsten over kwaliteitsborging. Deze maand speciale aandacht voor het congres Kwaliteitsborging: tijd voor Actie dat Cobouw met medewerking van het ministerie van BZK organiseert.

Mist u bijeenkomsten? Mail ze door naar kalender@stichtingibk.nl