Wkb gedeeltelijk in werking getreden

Met de bekendmaking van het inwerkingtredingsbesluit op 13 april 2022 treden enkele artikelen van de Wet en het Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen op 22 april 2022 in werking. Dit wil niet zeggen dat vanaf die datum voor bouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 een bouwmelding moet worden gedaan en een kwaliteitsborger moet worden ingeschakeld.

De inwerkingtreding van enkele artikelen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is noodzakelijk om de Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw (TloKB) – de toezichthouder op het nieuwe stelsel – officieel in te stellen. De TloKB kan daarmee de instrumenten voor kwaliteitsborging toetsen aan de eisen die in het Besluit kwaliteitsborging en in de Regeling kwaliteitsborging zijn vastgelegd. Voldoen de instrumenten aan de regels dan zal de TloKB de instrumenten toelaten tot het stelsel en in het landelijke register zodat bij invoering van het volledige stelsel – beoogd per 1 januari 2023 – voldoende kwaliteitsborgers beschikbaar zijn.

De artikelen van de Wet en het Besluit die nu in werking treden worden opgenomen in de Woningwet en het Bouwbesluit 2012. De Regeling kwaliteitsborging voor het bouwen wordt ingevoegd in de Regeling Bouwbesluit 2012. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaan de regels vanuit het Bouwbesluit 2012 en de Regeling bouwbesluit 2012 over naar respectievelijk het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling. Dan pas treedt ook het stelsel zelf in werking. Tot die tijd is voor vergunningplichtige bouwactiviteiten een omgevingsvergunning onder de Wabo verplicht.

Het consumentendossier en NPR 8092

In de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is geregeld dat de aannemer als een bouwproject is afgerond informatie over wat er gebouwd is aanlevert aan zijn opdrachtgever. De set aan informatie wordt het consumentendossier genoemd. In deze factsheet wordt toegelicht wat het consumentendossier is, wanneer het dossier aan de orde is en wat de inhoud is.

Wat is er in de wet geregeld?

Het consumentdossier wordt opgenomen in artikel 7:757a van het Burgerlijk Wetboek (BW), in het onderdeel dat gaat over aanneming van werk. De regels in dit deel hebben betrekking op zaken die opdrachtgevers en opdrachtnemer met elkaar (contractueel) afspreken bij onder andere bouwprojecten. Het consumentdossier moet door de opdrachtnemer – de aannemer – aan zijn opdrachtgever – de klant – worden verstrekt als de afgesproken bouw- of verbouwwerkzaamheden zijn afgerond. Het consumentendossier – op verzoek van de Tweede Kamer aan de Wkb toegevoegd – gaat over de private afspraken die gemaakt zijn. Met dossier laat de aannemer zien dat hij het bouwwerk volgens regels van goed en deugdelijk werk heeft gemaakt en dat hij de vastgelegde afspraken is nagekomen. Daarbij voegt de aannemer de garantiebepalingen en de informatie voor gebruik en onderhoud.

De tekst van artikel 7:757a BW is als volgt:

Artikel 757a
In geval van aanneming van een bouwwerk legt de aannemer bij de kennisgeving dat het werk klaar is om te worden opgeleverd, bedoeld in artikel 758 lid 1, een dossier aan de opdrachtgever over met betrekking tot het tot stand gebrachte bouwwerk. Het dossier bevat gegevens en bescheiden die volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst door de aannemer en de te dien aanzien uitgevoerde werkzaamheden en bevat in ieder geval:

  1. tekeningen en berekeningen betreffende het tot stand gebrachte bouwwerk en de bijbehorende installaties, en een beschrijving van de toegepaste materialen en installaties, alsmede de gebruiksfuncties van het bouwwerk;
  2. gegevens en bescheiden die nodig zijn voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk.

Het consumentendossier is gekoppeld aan aanneming van werk en wel specifiek van bouwwerk. Zoals het BW het definieert: “de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt om buiten dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard [een bouwwerk] tot stand te brengen en op te leveren, tegen een door de opdrachtgever te betalen prijs in geld.” De plicht een dossier te verstrekken is dus niet gekoppeld aan bepaalde gevolgklassen maar aan alle bouwactiviteiten die opdrachtgever en opdrachtnemer overeenkomen. Er is daarbij sprake van regelend recht. Dit wil zeggen dat de inhoud van artikel 757a van toepassing is op overeenkomsten tenzij opdrachtgever en opdrachtnemer samen iets anders hebben vastgelegd in hun contract. Dus regels je niets dan moet de aannemer bij oplevering een dossier overhandigen dat aan 757a voldoet. Hebben aannemer en opdrachtgever andere afspraken gemaakt, dan gelden die. Je bepaalt dus samen wat de inhoud van het dossier is waarbij je ook mag afspraken dat er bij oplevering geen dossier wordt verstrekt.

In de Wkb is voor het consumentdossier (nog) geen overgangsrecht opgenomen. Dit wil zeggen dat voor alle bouwprojecten die worden opgeleverd na inwerkingtreding van de Wkb een consumentdossier moet worden verstrekt aan de opdrachtgever. Het ministerie van BZK is voornemens om wettelijk te regelen dat voor overeenkomsten van aanneming van werk die zijn gesloten vóór inwerkingtreding van artikel 7:757a BW (consumentendossier) het huidige recht van toepassing blijft: er hoeft dan in die gevallen geen consumentendossier te worden over gelegd. Om discussie achteraf te voorkomen is overigens verstandig om nu al afspraken te maken over de inhoud van een dossier bij oplevering en dit in de aannemingsovereenkomst vast te leggen. Via de websitevan Bouwend Nederland zijn standaardteksten hiervoor te vinden.

De inhoud van het dossier en NPR 8092

Doel van het dossier is tweeledig:

  • De opdrachtgever krijgt informatie over wat er gebouwd is en kan daarmee nagaan of hij ook datgene heeft gekregen wat is afgesproken;
  • De opdrachtgever krijgt informatie over hoe om te gaan met de installaties die in het werk aanwezig zijn en de wijze waarop deze installaties en overige onderdelen van de bouw onderhouden moeten worden.

Een bijkomend voordeel – maar niet genoemd als doel in de wet – is dat een gebouweigenaar bij toekomstige verbouwingen beschikt over informatie wat er gebouwd is. Het artikel in het BW geeft echter geen antwoord over wat nu exact moet worden aangeleverd. Welke tekeningen, berekeningen en andere informatie nu voldoende invulling geeft aan het consumentdossier is dus niet wettelijk vastgelegd. Om die reden heeft NEN op verzoek van BZK een Nederlandse Praktijkrichtlijn opgesteld waarin een uitwerking gegeven is van het consumentdossier: NPR 8092. De NPR kan op de site van NEN gratis worden gedownload. Deze NPR is niet verplicht. De NPR kan wel als keuzelijst worden gebruikt om gezamenlijk de inhoud van een consumentdossier vast te stellen. Logischerwijs zal een uitgebreider dossier wel leiden tot hogere kosten voor de opdrachtgever.

Samengevat

Met het consumentdossier laat de aannemer aan zijn opdrachtgever zien wat gebouwd is en geeft hij ook informatie over onderhoud van het bouwwerk. De opdrachtgever kan op basis van het dossier – voorafgaand aan de oplevering – nagaan of de aannemer gebouwd heeft wat is afgesproken. Het Burgerlijk Wetboek geeft een beschrijving op hoofdlijn van de inhoud van het consumentendossier. Een verder uitwerking is niet wettelijk geregeld. Wat er uiteindelijk in het dossier wordt opgenomen wordt afgesproken tussen opdrachtgever en opdrachtnemer en kan het beste in de aannemingsovereenkomst worden afgesproken. Eventueel kan de NPR 8092 gebruikt worden om dit vast te leggen. Het consumentdossier is niet verplicht: partijen kunnen ook afspreken dat er geen dossier wordt overlegd bij oplevering. Wordt er niets afgesproken dan geldt de tekst van de BW.

De gemeente en de kwaliteitsborger hebben geen betrokkenheid met het consumentendossier. Een deel van de inhoud van het consumentendossier is mogelijk ook te gebruiken voor het dossier bevoegd gezag. Het ligt dan ook voor de hand dat de inhoud van beide dossiers op elkaar wordt afgestemd.

Dit nieuwsbericht is via deze link als ook pdf te downloaden. Voor vragen mail naar wkb@stichtingibk.nl | Stichting iBK | 3 oktober 2021 |

 

 

 

Gevolgklasse 1 in beeld

Welke bouwwerken vallen nu onder gevolgklasse 1? Het VNG-infoblad Voorbeelden gevolgklasse 1 geeft een aantal mooi geïllustreerde voorbeeld. Het informatieblad zien welke veelvoorkomende bouwwerken en uitbreidingen bij invoering van de Wkb onder gevolgklasse 1 vallen (groen omlijnd). Daarnaast is  een aantal voorbeelden gegeven van bouwwerken die niet onder gevolgklasse 1 vallen.

De illustraties laten de meest voorkomende voorbeelden zien, echter deze voorbeelden zijn niet uitputtend. In artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), opgenomen aan het eind van dit informatieblad, is de volledige tekst gevolgklasse 1 te zien.

Het infoblad is hier te downloaden.

 

Aan de slag met de Wet kwaliteitsborging

Tekst: Kees Hagendijk, bericht is eerder gepubliceerd op de website van Neprom

Nieuwe regels, nieuwe rollen in het bouwtoezicht

Als alles goed gaat treedt over ruim een jaar een nieuw stelsel van bouwtoezicht in werking. Een belangrijke rol hierin is weggelegd voor de kwaliteitsborger. Wat verandert er voor opdrachtgevers en aannemers? En welke rol gaat het bevoegd gezag (nog) spelen?
Je kunt het de privatisering van het bouwtoezicht noemen: de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die op 14 mei dit jaar door de Eerste Kamer kwam. Dat klopt in zoverre dat het bevoegd gezag een deel van zijn werk uit handen geeft aan private partijen. Toetsing van bouwwerken aan de eisen van het Bouwbesluit zal voortaan worden gedaan door een nieuwe speler in het stelsel: de onafhankelijke kwaliteitsborger. Wat niet betekent dat de overheid afstand doet van haar handhavende rol. Het bevoegd gezag kan uiteindelijk de ingebruikname van een bouwwerk verhinderen. Verder blijft de stelselwijziging – met verwachte ingangsdatum 1 januari 2021 (Red: 1 juli 2022) – de eerste drie jaren beperkt tot een categorie eenvoudige bouwwerken met gering risico. Tot deze Gevolgklasse 1 behoren onder meer bedrijfshallen met nevenfunctie, kleine fiets- en voetgangersbruggen, en (de hoofdmoot) grondgebonden woningen. Voor appartementengebouwen geldt voorlopig nog het oude regime.

Knip
In een gezamenlijke informatiebijeenkomst die de NEPROM en Aedes op 31 oktober jl. organiseren komen de finesses van de nieuwe wet aan bod. Hajé van Egmond (Stichting Instituut voor Bouwkwaliteit) schetst hoe de Wkb ingepast wordt in de brede Omgevingswet die naar verwachting eveneens per 2021 ingaat. De Omgevingswet brengt namelijk een ‘knip’ aan tussen een omgevingsplanactiviteit en een bouwactiviteit. De omgevingsplanactiviteit betreft de ruimtelijke aspecten van het bouwwerk, zoals bestemmingsplan, welstand, milieu, geluid, omgevingsveiligheid. De bouwactiviteit betreft de technische aspecten van het gebouw volgens de eisen van het Bouwbesluit. Onder de Omgevingswet krijgt het Bouwbesluit trouwens een nieuwe naam: Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL).

Beide activiteiten kunnen los van elkaar vergunningvrij of vergunningplichtig zijn. Het al of niet vergunningvrij zijn van een omgevingsplanactiviteit verschilt per gemeente. Dat geldt niet voor de bouwactiviteit, de vrijstellingen daarvoor worden door het rijk bepaald.

De Wkb heeft alleen betrekking op de bouwactiviteit. Indien die voor een bepaald bouwwerk (voorlopig alleen uit Gevolgklasse 1) vergunningsplichtig is komt de kwaliteitsborger in het spel. Dit zal in de regel een bedrijf moeten zijn (architectenbureau, ingenieursbureau) en geen zelfstandige, omdat er een zeer breed kennisniveau (ontwerp, constructies, bouwfysica, installaties) aanwezig dient te zijn. Als onafhankelijk controleur mag de kwaliteitsborger geen dubbele petten dragen. Hij mag niet tegelijk als adviseur of in welke andere rol dan ook bij het bouwwerk betrokken zijn.

Bouwmelding
De kwaliteitsborger wordt gecontracteerd door of de opdrachtgever/vergunninghouder of de aannemer. Voor zijn taak maakt de kwaliteitsborger gebruik van een erkend instrument waarvan er verschillende aangeboden worden. Aan de hand hiervan stelt hij een borgingsplan op. Hierin worden de bijzondere aandachtspunten (risico’s) van het bouwplan beschreven en de wijze waarop daarmee omgegaan zal worden. Nadat de omgevingsvergunning voor een bouwplan is verkregen, moet (minimale termijn vier weken voor start van de bouwactiviteit) een zogenoemde bouwmelding plaatsvinden. Hierbij dient de aanvrager het borgingsplan en de gegevens van de kwaliteitsborger in. Twee dagen voor aanvang van de bouw moet – net als nu – een melding Start bouw plaatsvinden.

Gereedmelding
Gedurende de bouw monitort de kwaliteitsborger of daadwerkelijk aan de voorschriften wordt voldaan. Concreet zal hij zaken controleren als de wapening en de constructie van balkons en vloeren, het ventilatiesysteem, het isolatiepakket, energetica en dergelijke meer. Wanneer het bouwwerk gereed is, stelt de kwaliteitsborger een verklaring op waarin een ‘gerechtvaardigd vertrouwen’ wordt uitgesproken dat het bouwwerk aan de wettelijke eisen voldoet. De verklaring moet, tezamen met een dossier bevoegd gezag, door de vergunninghouder aan het bevoegd gezag worden overlegd. Dit heet de gereedmelding.

Van Egmond merkt nog op dat dit dossier en de verklaring verplicht zijn. Dit in tegenstelling tot een tweede dossier dat op grond van de Wkb wordt geïntroduceerd: het consumentendossier. Met het consumentendossier moet de aannemer bij oplevering aan zijn opdrachtgever aantonen wat er gebouwd is, inclusief aanvullende informatie over het gebruik en onderhoud van het gebouw. Opdrachtgever en aannemer kunnen contractueel overeenkomen dat levering van dit dossier achterwege blijft.

Wanneer het bevoegd gezag niet binnen tien dagen reageert op de gereedmelding, mag het bouwwerk in gebruik worden genomen. Zijn er wel bezwaren, dan krijgt de vergunninghouder bericht en kan de gemeente de ingebruikname formeel verbieden.

De gereedmelding hoeft trouwens niet te wachten op de volledige afwerking van een bouwwerk. Werkzaamheden als stuc- en schilderwerk bijvoorbeeld vallen niet onder het Bouwbesluit en kunnen dus ook na de gereedmelding nog plaatsvinden.

Aansprakelijkheid
Wico Ankersmit van de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland wijst op een subtiel juridisch punt. Het bevoegd gezag geeft met deze procedure geen goedkeuringsstempel af dat het bouwwerk aan de eisen voldoet. De aannemer of verkoper kan zich op grond van de kennelijk toegestane ingebruikname niet vrijwaren van publiekrechtelijke aansprakelijkheid voor mankementen die daarna aan het licht treden. Via een gelijktijdige aanpassing in het Burgerlijk Wetboek wordt daarnaast de aansprakelijkheid van de aannemer vergroot: deze is in alle gevallen verantwoordelijk en aansprakelijk voor bouwfouten, ook na oplevering, tenzij hij kan aantonen dat de fout hem niet toe te wijzen is.

Tevens wordt de waarschuwingsplicht van de aannemer ten opzichte van de opdrachtgever aangescherpt. Onderdelen die niet uitvoerbaar zijn binnen de wettelijk eisen moeten schriftelijk en ondubbelzinnig gemeld worden. Als gevolg van de verhoogde aansprakelijkheid zullen aannemers op hun beurt van onderaannemers en leveranciers meer waarborgen verlangen. Op deze manier wordt kwaliteit in de hele keten versterkt.

Van beloofde naar gerealiseerde kwaliteit
Ankersmit ziet de winst vooral in een verschuiving in de kwaliteitstoetsing, namelijk van bouwplan naar daadwerkelijk gerealiseerd bouwwerk. “We gaan van beloofde kwaliteit naar gerealiseerde kwaliteit. En de risicobeoordeling gebeurt voorin het proces, niet achterin.” Het aan te leveren bouwdossier zal dan ook de gerealiseerde situatie documenteren, met de actuele tekeningen en berekeningen. Doordat de kwaliteitsborger in het hele bouwproces meeloopt, is de kans dat er aan het eind of na de oplevering fouten voor de dag komen minder groot. De kwaliteitsborger wil kunnen instaan voor de verklaring die hij aan het eind geacht wordt af te geven. Voldoet het gebouw niet aan de voorschriften, dan zal hij de verklaring niet afgeven.

Een nieuwe rijksdienst, de toelatingsorganisatie, ziet toe op de geschiktheid van kwaliteitsinstrumenten en controleert de werking van het nieuwe stelsel via steekproefsgewijze inspecties op de bouw.

Interne kwaliteitsborging
Aannemers is het geraden bouwkwaliteit niet louter van de kwaliteitsborger te laten afhangen maar binnen de eigen organisatie op poten te zetten. “Hoe meer de aannemer aan voorwerk doet, hoe minder werk de kwaliteitsborger heeft”, aldus Van Egmond. Marco Kranenburg van ERA Contour kan dat bevestigen. ERA draait al vanaf 2014 pilotprojecten volgens het nieuwe kwaliteitssysteem. “Als de interne kwaliteitsborging goed is, kan de externe kwaliteitsborger volstaan met een aantal audits, een aantal rondjes bouwplaats en het dossier.” Het vergt uiteraard wel tijd en inspanning om je organisatie zover te krijgen.

De kwaliteitsborger vormt ook een kostenpost die zich moet terugverdienen. Kranenburg zegt de indruk te hebben dat de nieuwe aanpak inderdaad meer bouwkwaliteit oplevert: “Het is nog te vroeg voor een harde claim, maar we zien al wel een daling van de aantallen servicepunten.” ERA contracteert de kwaliteitsborger zelf en die gebruikt daarbij steeds hetzelfde instrument. “Het is niet handig om per project van proces en systeem te veranderen.”

Wat woningbouw betreft lenen unit-bouw, concept-bouw en gekwalificeerde bouwsystemen zich uitstekend voor soepele kwaliteitsborging bij verschillende projecten, zegt Ankersmit. En gefaseerde oplevering is ook geen probleem, aldus Van Egmond. Het bevoegd gezag kan namelijk van handhaving afzien indien er zicht op legalisatie bestaat. Ontstaan er tijdens de bouw namelijk onoverkomelijke problemen dan zal de kwaliteitsborger de gemeente inlichten. Eerder gereedgekomen woningen kunnen dus bij uitblijven van deze signalen al opgeleverd worden voordat het project als geheel gereed gemeld en vervolgens formeel in gebruik genomen wordt.

Relativering
Voor corporatie Woonbedrijf Eindhoven – opdrachtgever of afnemer van woningbouwprojecten – is het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging eerder een aanvulling op het eigen kwaliteitssysteem dan een grote vernieuwing, relativeert Paul Terwisscha van Scheltinga. “De aansprakelijkheid wordt beter geregeld en het consumentendossier is echt van toegevoegde waarde. Toch hebben we het slechts over het wettelijk minimum. Sinds tien jaar werken wij met prestatiecontracten en een kwaliteitsacceptatieplan. Dat gaat een stuk verder. Kwaliteit bij de aannemer zelf is natuurlijk het beste systeem. In die zin beschouw ik het nieuwe stelsel eerder als leertraject. Om de zesjescultuur van de bouw eens echt te doorbreken.”

Kranenburg formuleert de gewenste omslag anders: “Het uiteindelijke doel is om wat robuuster te ontwerpen. Nu is de praktijk vaak om dicht naar het Bouwbesluit toe te werken. Gaat er dan iets fout dan heb je nul marge.”

Delft is al langer geleden overgestapt op toezicht op afstand, vertelt Wim Kruf van het plaatselijke bouw- en woningtoezicht. Het nieuwe stelsel is welkom maar voor Delft niet echt nieuw qua gedachte. “Als bevoegd gezag zijn wij het uiterste vangnet. Die omslag maakten wij jaren geleden al.” Bouwtechnische tekortkomingen of fouten treffen in de eerste plaats de opdrachtgever, is de redenering. De opdrachtgever is eerstverantwoordelijke en moet weten wat hij doet. Bijvoorbeeld kiezen voor een goede aannemer. Het Delftse bevoegd gezag focust vooral op gevolgen voor de omgeving, dus de omgevingsplanactiviteit.

Leges
Tijdens de bijeenkomst zijn er veel vragen over een mogelijke verlaging van leges ter compensatie van de kosten van de kwaliteitsborger. Een op een zit dat er niet in, zegt Ankersmit, maar vergunningvrije activiteiten, waarvan de lijst alleen maar toeneemt, zijn automatisch ook vrij van leges. Op termijn zullen de leges voor bouwen waarschijnlijk helemaal verdwijnen, verwacht hij. Financiering van het toezicht zal dan wel uit een andere bron moeten komen.

Naar 10% pilotprojecten
Om goed voorbereid te zijn, is het aan te bevelen om nu al met de nieuwe kwaliteitsborging aan de slag te gaan via pilotprojecten. Daarvan zijn er de afgelopen jaren al een aantal gestart. Gemeenten tonen inmiddels toenemend interesse en zijn soms zelfs bereid wat aan de kosten mee te betalen, weet Emile Jansen van Nieman Raadgevende Ingenieurs. Pilots zijn ook van belang om uit te vinden of het stelsel goed functioneert en eventueel zaken bij te stellen. Doel is om per 1 juli 2020 bij 10% van Gevolgklasse 1 volgens het nieuwe toezicht te werken. Mocht dat niet gehaald worden of treden er te veel strubbelingen op, dan is uitstel van de wet mogelijk. Want, zegt Ankersmit, goed functionerend bouwtoezicht heeft altijd prioriteit.

Kwaliteitsborging volgens Woningborg Toetsing en Toezicht

Evaluatie proefprojecten kwaliteitsborging bouw

In de afgelopen maanden heeft iBK samen met Senze 72 deelnemers aan proefprojecten kwaliteitsborging – gemeenten, aannemers, kwaliteitsborgers en opdrachtgevers – geïnterviewd of geënquêteerd. Tevens zijn de deelnemers aan 19 projecten bevraagd over de concrete resultaten van hun projecten. Op 30 november 2018 is het resultaat van deze inventarisatie van ervaringen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport en de begeleidende brief zijn via deze link te downloaden.

De belangrijkste bevindingen van deelnemers aan de proefprojecten zijn:

  • Kwaliteitsborging vraagt om een andere manier van werken
  • De kosten nemen niet of nauwelijks toe en zullen waarschijnlijk dalen
  • Er is sprake van een duidelijk leereffect bij de deelnemers
  • De kwaliteit neemt toe
  • De positie van gemeenten is complex
  • Het oordeel over de samenwerking is divers
  • Meer duidelijkheid is nodig over de wettelijke eisen

Ondanks dat de resultaten van de proefprojecten niet een-op-een kunnen worden vertaald naar conclusies over de werking van het beoogde wettelijke stelsel, zijn de deelnemers inhoudelijk tevreden over de leerpunten en de kwaliteit van het eindresultaat.

De belangrijkste aanbevelingen in het rapport hebben betrekking op betere afspraken bij het opzetten van nieuwe proefprojecten:

  • heldere afspraken over de regels binnen een proefproject
  • een duidelijke afbakening van de rollen van deelnemers.
  • een onafhankelijke partij, die in geval van discussie kan interveniëren
  • meer duidelijkheid over de inhoudelijke eisen aan toetsingsinstrumenten
  • meer duidelijkheid over financiering van proefprojecten

Tenslotte geven alle respondenten aan dat meer duidelijkheid over de invoering van de Wkb een absolute vereiste is om te starten met nieuwe projecten. Het is de hoop dat die duidelijkheid er na het geplande debat op 6 december snel komt…

Kwaliteitsborging: “minder ‘re-work’ en faalkosten en hogere klanttevredenheid”

In VNAB-visie, het blad van de Nederlandse brancheorganisatie voor de zakelijke verzekeringsmarkt, is een tweetal artikelen opgenomen over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. In het eerste artikel een interview met Ivo van der Mark en Ed Kuperus van de Janssen de Jong Groep. Vooruitlopend op de Wkb heeft Janssen de Jong dochter Hercuton twee jaar geleden een eerste pilot uitgevoerd met de nieuwe werkwijze. Een kwaliteitstoetsing van het geleverde werk door een onafhankelijke kwaliteitsborger (Technische Inspectie Services) maakte daar deel van uit. De werkwijze bij het pilotproject Dordtse Kil – zie ook het evaluatierapport over deze pilot – beviel zo goed, dat Janssen de Jong inmiddels negen projecten onder kwaliteitsborging bouwt. Niet alleen de medewerkers zijn overtuigd van de voordelen, de nieuwe werkwijze slaat ook bij opdrachtgevers aan. Kwaliteitsborging draagt volgens Janssen de Jong dan ook bij aan een hogere betrouwbaarheid van de gehele bouwsector.

In het tweede artikel geeft Harry Nieman een uitleg over de wet. Hij wijst daarbij ook op de rol verzekeraars om aannemers te prikkelen: “Bouwers die hun werk goed doen, moeten een flinke korting krijgen op hun premie.”

Beide artikelen zijn te lezen via deze link.

Promotieonderzoek: “Wkb leidt tot hogere bouwkwaliteit”

Op 2 oktober a.s. om 16:30 u zal mr. ing. P.M.J. de Haan in het openbaar zijn proefschrift verdedigen in de Academiezaal van de aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, in Nijmegen. Hij heeft als onafhankelijke promovendus gedurende bijna vier jaar onderzocht of de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging uit het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) leidt tot de beoogde hogere bouwkwaliteit. Daarnaast heeft hij onderzocht of alternatieven leiden tot een hogere bouwkwaliteit.

Inmiddels is de niet-commerciële versie van zijn proefschrift verschenen met de titel “De preventieve en repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften in het publieke bouwrecht. Constructieve veiligheid nader beschouwd”. Later zal een aangepaste commerciële versie van zijn proefschrift in de Bouwrecht Monografieën van het Instituut voor Bouwrecht verschijnen, die dus te koop zal zijn. Daarin zal ook de bouwactiviteit onder de Omgevingswet worden toegelicht. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift.

Het stelsel van kwaliteitsborging leidt – bij uitvoering zoals beoogd – volgens De Haan tot een hogere bouwkwaliteit. Ook bevat het nieuwe stelsel aanzienlijk meer waarborgen om die hogere bouwkwaliteit te realiseren dan het geldende stelsel. In het stelsel van kwaliteitsborging toetst een kwaliteitsborger in zijn risicobeoordeling of het bouwplan aan het Bouwbesluit voldoet. Hoewel die risicobeoordeling geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning is, kan het bevoegd gezag naar aanleiding daarvan in een uiterst geval aanwijzingen geven en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Als het bouwplan niet aan het Bouwbesluit 2012 voldoet, dan geeft de kwaliteitsborger in een borgingsplan aanwijzingen tot aanpassing van het bouwplan. Ook naar aanleiding van dit borgingsplan kan het bevoegd gezag ingrijpen en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Daarnaast moet de kwaliteitsborger bouwfouten aan het bevoegd gezag melden. Naar aanleiding daarvan kan het bevoegd gezag dan weer handhaven. Voorts is de kwaliteitsborger verplicht het voltooide bouwwerk te controleren. De kwaliteitsborger geeft alleen een verklaring af als dat bouwwerk aan de nieuwbouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012 voldoet. Zonder die positieve verklaring mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Bovendien kan de kwaliteitsborger aansprakelijk worden gesteld als hij ten onrechte een verklaring heeft afgegeven. De gereedmelding volstaat niet. Het bevoegd gezag kan besluiten dat ingebruikname niet is toegestaan, omdat de positieve verklaring bij de gereedmelding ontbreekt. Dit dwingt de aannemer om een bouwwerk te realiseren dat aan de nieuwbouwvoorschriften voldoet. De verhoogde aansprakelijkheid van de aannemer in het wetsvoorstel Wkb – die buiten het kader van dit promotieonderzoek valt – dwingt de aannemer verder een hoge bouwkwaliteit te realiseren.

In het nu geldende stelsel geldt alleen een preventieve aannemelijkheidstoets van het bouwplan door het bevoegd gezag. Tot drie weken voor aanvang van de bouw mag de initiatiefnemer nog technische bouwtekeningen en berekeningen indienen, terwijl hij al de omgevingsvergunning heeft om te bouwen. Bovendien is het bevoegd gezag niet verplicht om het gerealiseerde bouwwerk te controleren. De gemeentelijke bouwinspecteur komt thans weinig op de bouw om te controleren, aldus De Haan.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wkb in de Eerste Kamer is besproken of er geen betere alternatieven zijn. De Haan komt tot de conclusie dat het onwenselijk is in plaats van het stelsel van kwaliteitsborging een andere vorm van bouwtoezicht in te voeren. Er zijn geen goede alternatieven voor het stelsel van kwaliteitsborging. De erkende technische oplossingen gaan uit van gestandaardiseerde oplossingen voor bouwdelen om aan te tonen dat het bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 voldoet. Daarbij wordt geprobeerd om locatieafhankelijke factoren mee te nemen. De Haan ziet echter geen praktische mogelijkheden om bijvoorbeeld de zeer diverse Nederlandse ondergrond als locatieafhankelijke factor mee te nemen. Ook is het niet doorrekenen van de wisselwerking tussen de verschillende constructiedelen gevaarlijk.

Bij andere alternatieven voert het bevoegd gezag een intensievere toetsing van het gerealiseerde bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 uit. Dit staat op gespannen voet met het gebrek aan kennis en capaciteit bij de kleinere gemeenten. Dit kan worden opgelost door de toetsing te laten uitvoeren door een regionaal overheidsorgaan. De regering wil echter dat de private bouwsector meer verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit neemt, zodat ook een repressieve toetsing door een regionaal overheidsorgaan geen oplossing biedt. Doordat het overheidsorgaan dan aangeeft dat het gerealiseerde bouwwerk veilig is voor ingebruikname, wordt ten onrechte meer verantwoordelijkheid bij de overheid neergelegd. Er is ook geen realistische mogelijkheid om meer ambtenaren bouw- en woningtoezicht aan te trekken. De leges kunnen niet verder worden verhoogd voor een financiering van die ambtenaren.

Met de aantrekkende bouwsector zullen afgestudeerden volgens De Haan liever niet kiezen voor een baan als ambtenaar. Jarenlang is immers door bezuinigingen roofbouw gepleegd op de gemeentelijke afdelingen bouw- en woningtoezicht. De Haan beveelt aan het stelsel van kwaliteitsborging in te voeren.

Tekst: Peter de Haan