Spelregels proefprojecten kwaliteitsborging

Op vrijdag 30 augustus heeft BZK in overleg met marktpartijen een aantal spelregels vastgelegd voor de proefprojecten die de komende tijd zullen worden opgestart. Doel van de spelregels is om – vooruitlopende op de start van de regiegroep die de proefprojecten gaat begeleiden – meer duidelijkheid te geven over de manier van samenwerken in proefprojecten zodat de projecten op korte termijn kunnen starten. Afgesproken is tevens om te starten met een landelijke begeleidingsgroep voor de proefprojecten. Zodra deze aan de slag is zal er meer informatie beschikbaar komen over de wijze waarop projecten kunnen worden aangemeld.

De spelregels zijn vastgelegd in de volgende documenten:

De afspraken / memo’ zijn gebaseerd op de stand van zaken op dit moment. In de komende periode wordt door de gezamenlijke partijen doorgewerkt aan de verder invulling van wet- en regelgeving, de regiegroep (en de daaronder vallend begeleidingsgroep) en de toelatingsorganisatie.

 

Kwaliteitsborging in de praktijk

Volg Henk op twitter...Nu de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is aangenomen, wordt er hard gewerkt aan de kaders voor nieuwe proefprojecten. Daarnaast lopen ook de proefprojecten in het kader van het Keurmek Garantiewoning nog door en zijn er diverse andere partijen die ervaring op aan het doen zijn met de nieuwe manier van werken.

De komende maanden worden er door verschillende kwaliteitsborgers nieuwe proefprojecten gestart. Een aantal van die kwaliteitsborgers deelt regelmatig zijn ervaringen in de praktijk. Zie bijvoorbeeld het interview met Martijn Holtrop in Cobouw van een aantal weken geleden en het interview met Jan Pieter van Dalen. Speciale vermelding verdient Henk Veldmans die via twitter regelmatig mooie en minder mooie voorbeelden vanuit zijn werk als kwaliteitsborger deelt. Enkele voorbeelden ziet u hieronder.

Rapportage ervaringen Wkb Zeeburgereiland

Op het Zeeburgereiland in Amsterdam heeft De Alliantie in relatief korte tijd zo’n 460 woningen gerealiseerd. Die korte tijd bleek mogelijk door procesafspraken met Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam en de inzet van een mix van instrumenten. Private kwaliteitsborging door InterConcept is een van de toegepaste instrumenten.

In vervolg op de evaluatie, die in opdracht van het Instituut voor Bouwkwaliteit is uitgevoerd, hebben de projectpartners De Alliantie, Stadsdeel Oost van de gemeente Amsterdam en InterConcept aan LIGTHARTadvies verzocht de leerervaringen met private kwaliteitsborging uit het pilotproject op te halen. Door de projectpartners zijn enkele onderzoeksvragen geformuleerd op basis waarvan interviews zijn gehouden met de bij het pilotproject direct betrokken partijen. De opgehaalde informatie is gegroepeerd rond de thema’s: behaalde winst (proces en bouwkwaliteit), handhaving, rol aannemer, rol kwaliteitsborger en ten slotte leerpunten voor nieuwe pilots.

De belangrijkste bevinding is dat alle partijen positief zijn over het behaalde resultaat en de bijdrage van private kwaliteitsborging als instrument in het proces. Afgezet tegen de doelstellingen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen: verbetering van de bouwkwaliteit, meer verantwoordelijkheid bij de markt en verbetering van de positie van de opdrachtgever kan worden gesteld dat die doelstellingen in dit pilotproject zijn gerealiseerd. De opdrachtgever wordt met deze werkwijze tijdens het bouwproces beter geïnformeerd en wordt zo in staat gesteld zijn verantwoordelijkheid te nemen als daar aanleiding toe is. In het traditionele proces staat de opdrachtgever min of meer langs de zijlijn en komt pas in beeld bij de oplevering.

In het pilotproject was echter de belangrijkste doelstelling verbetering van het proces en ook daarin is belangrijke winst geboekt. Dat blijkt onder andere uit de tijdwinst mede door de zeer korte doorlooptijd van de vergunningverlening.

De tijdwinst van het project wordt vooral behaald in de voorbereiding tot aan de start van de bouw. De zekerheid over het moment waarop de vergunning wordt verstrekt en de zekerheid dat het bouwplan aan de bouwvoorschriften voldoet maken een goede planning van de voorbereiding mogelijk.
Hoewel niet kan worden vastgesteld dat de bouwkwaliteit is verbeterd is bij de bouwbedrijven het bewustzijn gegroeid dat men verantwoordelijkheid moet nemen voor het eindresultaat. Die transformatie voedt de verwachting dat de bouwkwaliteit zal toenemen. Het afnemende aantal bemerkingen van de kwaliteitsborger en het afnemende aantal opleverpunten in dit pilotproject geven ook die indicatie. De bouwers geven zelf ook aan de leerervaringen uit deze pilot ook al toe te passen in andere projecten.

Vanuit de opdrachtgever wordt het wenselijk geacht dat de gemeente daadwerkelijk handhavend optreedt wanneer de Verklaring wordt onthouden, dat wil zeggen de ingebruikname verbiedt. Er is dan immers een kennelijke afwijking van het Bouwbesluit. De bouwers zullen dat financiële risico niet willen lopen. De Alliantie zal als opdrachtgever sturen op het verkrijgen van een Verklaring en bij het ontbreken ervan niet afnemen. Zover wil De Alliantie het overigens niet laten komen; de opdrachtgever heeft door de rapportages van de kwaliteitsborger een helder zicht op het verloop van het werk en kan hij tijdig interveniëren. Ook dat wordt als belangrijke proceswinst van kwaliteitsborging gezien.

Dat de opdrachtgever zoveel meer informatie heeft over het bouwproces en beter in staat is de kwaliteit en dus ook de bouwer te beoordelen zaal ook repercussies hebben voor de bouwkwaliteit in zijn algemeenheid. Bouwers die niet presteren zullen bij toekomstige aanbestedingen op achterstand staan of zelfs kunnen worden uitgesloten. De Alliantie zal hier zeker rekening mee houden.

Voor volgende projecten is het wenselijk dat meer stakeholders dan in dit pilotproject vroegtijdig worden aangehaakt en in het verloop van het project aangehaakt blijven. Het definiëren van een gemeenschappelijk doel aangevuld met individuele doelen en committment van elk van de deelnemers zou een volgend pilotproject aan effectiviteitwinst opleveren.

Lees hier de volledige rapportage

Resultaten evaluatie Architect aan Zet

In 2014 is de gemeente Rotterdam – in samenwerking met ondermeer de BNA – gestart met het project Architect aan Zet. Doe van het project wat te te onderzoeken wat het zou opleveren als deze kwaliteitsborging in één keer door de architect gebeurd. De verwachting was dat het hele bouwproces, van idee tot realisatie, sneller en efficiënter verloopt.

In de periode 2014-2017 is door de Afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Rotterdam onderzocht hoe de aanpak van Architect aan Zet in praktijk werkt. In 2018 werd de evaluatie afgerond. Deze toont aan dat de aanpak kansrijk is en dat er veel goed gaat. Het belangrijkste verbeterpunt zit in de kennis van architecten over brandveiligheid. Veel architecten hebben onvoldoende kennis over de regels omtrent brandpreventie. Ook bleek een enkele keer dat niet goed werd gekeken naar de welstandseis. Desondanks zijn de resultaten kansrijk te noemen en kunnen oplossingen in de verdere vormgeving van het beleid gevonden worden, bijvoorbeeld via een verplichte bijscholing op gebied brandpreventie en welstand.

Van de zestien projecten voldeden er drie aan alle voorschriften. Bij elf projecten was een geringe aanpassing nodig en was sprake van een verwaarloosbaar of beheersbaar risico. Dit is een vergelijkbaar beeld met de huidige vergunningenpraktijk. Bij één project was zowel de planologische als ruimtelijke kwaliteit onaanvaardbaar en bij één project deed zich een onaanvaardbaar veiligheidsrisico voor.

In bijgaande brochure Architect aan Zet staan de uitkomsten op een rij en is een vijftal interviews met opdrachtgevers en architecten opgenomen. Architect aan Zet is inmiddels in het kader van de Crisis- en Herstelwet als pilotproject gehonoreerd. Volgende stap is het vastleggen van de aanpak van Architect aan Zet in een gemeentelijke verordening.

Meer informatie over Architect aan Zet is te vinden op de website van de gemeente Rotterdam.

Evaluatierapport proefprojecten kwaliteitsborging bouw

In de afgelopen maanden heeft iBK samen met Senze 72 deelnemers aan proefprojecten kwaliteitsborging – gemeenten, aannemers, kwaliteitsborgers en opdrachtgevers – geïnterviewd of geënquêteerd. Tevens zijn de deelnemers aan 19 projecten bevraagd over de concrete resultaten van hun projecten. Op 30 november 2018 is het resultaat van deze inventarisatie van ervaringen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport en de begeleidende brief zijn via deze link te downloaden.

De belangrijkste bevindingen van deelnemers aan de proefprojecten zijn:

  • Kwaliteitsborging vraagt om een andere manier van werken
  • De kosten nemen niet of nauwelijks toe en zullen waarschijnlijk dalen
  • Er is sprake van een duidelijk leereffect bij de deelnemers
  • De kwaliteit neemt toe
  • De positie van gemeenten is complex
  • Het oordeel over de samenwerking is divers
  • Meer duidelijkheid is nodig over de wettelijke eisen

Ondanks dat de resultaten van de proefprojecten niet een-op-een kunnen worden vertaald naar conclusies over de werking van het beoogde wettelijke stelsel, zijn de deelnemers inhoudelijk tevreden over de leerpunten en de kwaliteit van het eindresultaat.

De belangrijkste aanbevelingen in het rapport hebben betrekking op betere afspraken bij het opzetten van nieuwe proefprojecten:

  • heldere afspraken over de regels binnen een proefproject
  • een duidelijke afbakening van de rollen van deelnemers.
  • een onafhankelijke partij, die in geval van discussie kan interveniëren
  • meer duidelijkheid over de inhoudelijke eisen aan toetsingsinstrumenten
  • meer duidelijkheid over financiering van proefprojecten

Tenslotte geven alle respondenten aan dat meer duidelijkheid over de invoering van de Wkb een absolute vereiste is om te starten met nieuwe projecten. Het is de hoop dat die duidelijkheid er na het geplande debat op 6 december snel komt…

Noorse interesse in Delftse werkwijze

Op donderdag 22 november heeft een delegatie van de Noorse regering een bezoek gebracht aan de gemeente Delft. De afdeling VTH Veiligheid heeft de Noren geïnformeerd over de Delftse werkwijze in het bouwproces.

Overheid en bedrijven
De delegatie stond onder leiding van Niels-Henrik von der Fehr, hoogleraar economie en hoofd van de afdeling economie aan de universiteit van Oslo. De delegatie bestond uit directie- en bestuursleden van de Noorse overheid en verder uit vertegenwoordigers van grote bouwbedrijven, de financiële sector en consultancybedrijven. De delegatie onderzoekt de bouwregelgeving in Noorwegen en heeft de opdracht om aanpassingen te doen in Noorse wetten en regels. De werkwijze van Delft in de zogenoemde ‘private kwaliteitsborging’ was deze commissie opgevallen en daarom wilden ze graag in Delft komen kijken om er meer over te horen.

Proef
Delft voert een proef uit met private kwaliteitsborging, waarbij de verantwoordelijkheden in de bouw worden gelegd waar ze wettelijk thuishoren. Iedereen die bouwt, is dan zelf verantwoordelijk voor de bouwtechnische staat en voor de constructieve veiligheid van het bouwwerk en moet er niet op vertrouwen dat de gemeente de ontwerpende partijen, zoals de constructeur, controleert. De gemeente toetst bij het verlenen van de vergunning alleen of een plan voldoet aan ruimtelijke eisen en aan de eisen van de welstand maar ook of er voor de omgeving veilig wordt gebouwd. Bouwinspecteurs houden tijdens de proef wel toezicht op de plannen, maar komen minder vaak op de bouwplaats. Vroeger was dat een keer per week, nu is dat een keer per maand, tenzij er aanleiding is om een vinger aan de pols te houden. De initiatiefnemer is en blijft verantwoordelijk.

Eigen risico
Wie niet volgens de bouwtechnische eisen bouwt, doet dat op eigen risico. Stopleggen van de bouw doet de gemeente in principe niet, tenzij veiligheid of gezondheid in gevaar komt. Echter, als het gebouw af is maar niet voldoet, mag het niet in gebruik worden genomen. Dat kost de initiatiefnemer aanzienlijk meer dan dat hij tijdens het proces herstelt wat niet voldoet.

Andere situatie
De situatie in Noorwegen is een andere. Daar kent iedere discipline een eigen, dus gescheiden verantwoordelijkheid. Er zijn meer supervisors en de inspecties vinden meer op ‘papier’ plaats. De delegatie heeft met interesse kennisgenomen van de Delftse werkwijze in de proef, die dus (nog) niet in heel Nederland wordt toegepast. Wel trekt de Delftse werkwijze zowel in eigen land en – zoals nu blijkt – ook in het buitenland de aandacht.

Meer weten? Neem dan contact op met Wim Kruf.

Kwaliteitsborging: “minder ‘re-work’ en faalkosten en hogere klanttevredenheid”

In VNAB-visie, het blad van de Nederlandse brancheorganisatie voor de zakelijke verzekeringsmarkt, is een tweetal artikelen opgenomen over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. In het eerste artikel een interview met Ivo van der Mark en Ed Kuperus van de Janssen de Jong Groep. Vooruitlopend op de Wkb heeft Janssen de Jong dochter Hercuton twee jaar geleden een eerste pilot uitgevoerd met de nieuwe werkwijze. Een kwaliteitstoetsing van het geleverde werk door een onafhankelijke kwaliteitsborger (Technische Inspectie Services) maakte daar deel van uit. De werkwijze bij het pilotproject Dordtse Kil – zie ook het evaluatierapport over deze pilot – beviel zo goed, dat Janssen de Jong inmiddels negen projecten onder kwaliteitsborging bouwt. Niet alleen de medewerkers zijn overtuigd van de voordelen, de nieuwe werkwijze slaat ook bij opdrachtgevers aan. Kwaliteitsborging draagt volgens Janssen de Jong dan ook bij aan een hogere betrouwbaarheid van de gehele bouwsector.

In het tweede artikel geeft Harry Nieman een uitleg over de wet. Hij wijst daarbij ook op de rol verzekeraars om aannemers te prikkelen: “Bouwers die hun werk goed doen, moeten een flinke korting krijgen op hun premie.”

Beide artikelen zijn te lezen via deze link.

Zo werkt bouwtoezicht in Delft

Werkbezoek Schoemakerplantage - fase 2Op vrijdagochtend 19 januari bracht Chris Kuijpers, directeur generaal Bestuur en Wonen, samen met Ferdi Licher (directeur Bouwen en Energie) en Bart Dunsbergen (projectleider Kwaliteitsborging) van het ministerie BZK een werkbezoek aan Delft om hier de praktijkervaringen van de verschillende partijen te horen met het bouwtoezicht. Delft is één van de deelnemers van het project grondgebonden nieuwbouwwoningen, waar in Delft positieve ervaringen mee worden opgedaan.

Waarborginstellingen nemen in het project de technische toets- en toezichttaken over van de gemeente. Dat betekent leren van elkaar, goed communiceren, een duidelijke rolverdeling en helderheid over waar de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden liggen. Het betekent ook: vertrouwen op elkaar en durven loslaten.

Werkbezoek Schoemakersplantage - fase 2Doel van het werkbezoek was om zich ter plekke te laten informeren over de ervaringen met de nieuwe werkwijze. Tijdens het bezoek aan bouwplaatsen in de Coendersbuurt en de Schoemakerplantage vertelden aannemers en toezichthouders over hoe zij de nieuwe werkwijze ervaren. De verschuiving van een deel van de taken van bouwtoezicht van gemeente naar private toezichthouders past in het beleid gemeente Delft, waarin partijen zelf verantwoordelijk zijn en blijven voor de kwaliteit van de bouw.

Lees meer over het werkbezoek op de website van de gemeente Delft