Eerste Kamercommissie bespreekt Wkb op 22 januari 2019 –> 29 januari –> 19 februari –> 5 maart

UPDATE: De Commissie heeft  de opties voor behandeling van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen besproken op 29 januari. De nieuwe agenda en het resultaat is hier te lezen. De Commissie besluit om nog een schriftelijke ronde te houden: "Inbreng voor schriftelijk overleg over alle correspondentie over en ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel wordt geleverd op 19 februari 2019"

Op 19 februari heeft de Eerste Kamer besloten het schriftelijk overleg - het indiening van vragen bij minister BZK - uit te stellen tot 5 maart 2019. Dit vanwege het agenderen van het Bestuursakkoord voor het Algemeen overleg in de Tweede Kamer op 20 februari 2019.

Volgend op het Bestuursakkoord dat BZK en VNG op 17 januari 2019 hebben getekend, besprak de commissie Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) van de Eerste Kamer op dinsdag 29 januari 2019  de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Op de agenda stonden, naast het Bestuursakkoord en de meest recente brieven van de minister van BZK, een tiental brieven van voor- en tegenstanders van de Wkb en stukken van het laatste Tweede Kamerdebat. Een overzicht van alle stukken is hieronder opgenomen.

De Commissie heeft besloten om 3 weken de tijd te nemen voor een nieuwe schriftelijke ronde.

Recente brieven aan Eerste Kamer:

Al in dossier Eerste Kamer:

Bestuursakkoord kwaliteitsborging ondertekend

Op 17 januari 2019 hebben minister Ollongren en VNG-voorzitter Van Zanen een akkoord ondertekend (foto: VNG) over de implementatie en invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het akkoord is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, samen met de G4, G40 en Brandweer NL. Het akkoord regelt onder meer de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden waaronder de wet kan worden ingevoerd. De VNG geeft aan dat met deze afspraken en de Wkb belangrijke stappen worden gezet om de bouwkwaliteit in Nederland te verhogen.

Het akkoord gaat uit van invoering van de Wkb per 2021, tegelijk met de Omgevingswet. Afgesproken is dat de wet alleen in werking zal treden als er voldoende waarborgen zijn dat bouwprojecten onder het nieuwe stelsel doorgang kunnen vinden. Hiertoe moet de ondersteunende ICT op orde te zijn, moeten er voldoende kwaliteitsborgers zijn en moet de toelatingsorganisatie tijdig operationeel zijn. Partijen hebben afgesproken dat er een regiegroep wordt gevormd die aan de slag gaat met de implementatie van de wet en met nieuwe proefprojecten.

Met deze belangrijke stap lijkt één van de grootste bezwaren van de Eerste Kamer uit de weg te zijn. Onduidelijk is nog of aan het tweede bezwaar – onduidelijkheid over de aansprakelijkheid – met de brief van juli voldoende is tegemoet gekomen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer nu wel snel de behandeling van de wet hervat en de bouw duidelijkheid geeft over de Wkb.

De tekst van het Bestuursakkoord is via deze link te lezen. Inmiddels heeft de minister van BZK het bestuursakkoord, mede namens de VNG, aangeboden aan de Eerste Kamer.

Debat Wkb: een korte impressie

Op donderdag 6 december is een plenair debat in de Tweede Kamer gehouden over het Bouwtoezicht in Nederland. Het debat werd gehouden op verzoek van de Eerste Kamer, die na de discussie vlak voor de zomer aangaf benieuwd te zijn naar de mening van de Tweede Kamer over de ontstane situatie.

Deze ongebruikelijke aanleiding was tijdens het debat voor verschillende partijen dan ook reden om hun verbazing over de gang van zaken uit te spreken. Het debat had het bouwtoezicht in het algemeen als onderwerp, maar spitste zich toe op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Sprekers tijdens het debat waren Beckerman (SP), Koerhuis (VVD), Smeulders (Groen Links), Ronnes (CDA), Kops (PVV), Van Eijs (D66) en Nijboer (PvdA).

Eerste termijn

De meeste sprekers begonnen hun bijdrage in eerste termijn over recente instortingen, het OVV-rapport, de enquete van VBWTN/EenVandaag en andere berichten in de media. Alle sprekers benadrukten dat er zowel bij de bouw als bij het toezicht nu toch echt iets moet gebeuren. Ronnes riep de minister dan ook op om de regie te nemen en knopen door te hakken. De oproep om snel door te pakken met de Wkb werd ondersteund door VVD en D66. 

Beckerman (SP) vroeg de minister in haar bijdrage waarom de minister de wet niet heeft aangepast, ondanks dat het rapport van de OVV en bijvoorbeeld ook prof. Nijsse aangeven dat de bouw onvoldoende in staat is om zelf te zorgen voor kwaliteit. Beckerman herhaalde dat toezicht een overheidstaak is en moet blijven. Net als bij eerdere debatten ontspon zich in de loop van het debat een bijna semantische discussie of er nu wel of niet sprake is van ‘privatisering’. Een duidelijk verschil met eerdere debatten was wel dat de lijn van minister Ollongren een ruimere taak voor gemeenten inhoudt dan haar ambtsvoorgangers de Kamer voorhielden.

Koerhuis (VVD) gaf in zijn bijdrage aan verheugd te zijn over het feit dat BZK en de VNG een akkoord op hoofdlijnen hebben bereikt. Ondanks dat de VNG op 17 januari het akkoord nog moet bekrachtigen, ging Koerhuis er van uit dat de afspraken uit het akkoord zullen worden verwerkt / meegenomen bij de verdere uitwerking van de Wkb. In aanvulling op het pleidooi om de Wkb snel in te voeren, vroeg Koerhuis de minister om zich in te spannen voor een beter toezicht op de bestaande voorraad.

Smeulders (Groen Links) gaf aan dat Groen Links nog steeds tegenstander is van de wet maar de doelstelling nadrukkelijk wel ondersteunt. Toezicht in private handen is geen goed idee en Smeulders zette dan ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger. Verder had Smeulders nog veel vragen bij het bestuursakkoord: wat is daarin geregeld en wat voor gevolgen heeft dit voor de wet? En welke rol heeft de Tweede Kamer nog in de verdere uitwerking van de wet?

Ronnes (CDA) was van mening dat de bouw zelf vooral aan zet is en vroeg zich af hoe zij zelf aankijkt tegen de analyse van de OVV en van de minster. Ronnes vroeg de minister te schetsen hoe het proces nu verder verloopt en drong aan op tempo zodat de veiligheid beheerst wordt. Op de vraag hoe het CDA aankijkt tegen de aansprakelijkheid van aannemers gaf Ronnes aan dat dat standpunt niet is gewijzigd maar dat het CDA heeft ingestemd met de wet.

Kops (PVV) steunde de SP en Groen Links in hun pleidooi om het toezicht niet bij marktpartijen te beleggen. Hij was blij dat de minister in haar brief van juni jl. heeft aangegeven dat de gemeente ook nadrukkelijk het bevoegd gezag blijft. Wel vroeg Kops zich af hoe die uitleg strookt met de inhoud van de Wkb. Tenslotte vroeg Kops de minister aandacht voor het feit gemeenten nu hun taak al niet aankunnen en wat  daaraan wordt gedaan.

Van Eijs (D66) begon haar betoog met een voorbeeld uit de praktijk: een consument laat een verbouwing uitvoeren, de aannemer en de leverancier komen hun afspraken niet na en de opdrachtgever blijft met de problemen achter. Van Eijs pleitte er dan ook voor om de wet snel in te voeren. Ze gaf daarbij aan dat de evaluatie van de proefprojecten laat zien hoe het ook kan. Tenslotte vroeg ook Van Eijs om meer informatie over de inhoud van het bestuursakkoord en hoe de rol van de gemeente er straks uit komt te zien.

Als laatste spreker in de eerste termijn, begon Nijboer (PvdA) met een opsomming van de drie problemen waar de bouw mee te kampen heeft:

  • De kwaliteit is onvoldoende
  • De bouw is duur, te weinig innovatief en te weinig aansprakelijk
  • Het bouwtoezicht is onduidelijk: wie is nu en straks waarvoor verantwoordelijk?

De problemen maken een snel besluit noodzakelijk. Nijboer vroeg zich daarbij af of er onder de Wkb nog wel voldoende kennis en kunde aanwezig is om de markt te kunnen controleren. Als laatste stelde Nijboer de vraag waarom de regering de motie over erkende maatregelen niet uitvoert zoals de Kamer dat gevraagd heeft. In reactie wees de minister er nogmaals op dat standaardoplossingen een prima idee zijn, maar dat er toch ook iemand op de bouw moet controleren of die standaardoplossing goed is toegepast.

Reactie minister Ollongren

Voordat minister Ollongren inging op de vragen, gaf ze een korte uitleg hoe de Wkb in elkaar zit en straks moet gaan werken. Ze gebruikte daarbij het voorbeeld van de auto-APK. De markt keurt weliswaar de auto, maar de Rijksdienst voor wegverkeer en de politie zorgen respectievelijk voor toezicht op het stelsel en handhaving van de regels. Zo ook de rol en taak van de toekomstige Toelatingsorganisatie en de gemeente. De minister bevestigde daarbij dat de gemeente ook onder de Wkb toezicht kan houden op de bouw en de bouw zo nodig stil kan leggen.#

Met betrekking tot het bestuursakkoord gaf de minister een korte toelichting op de onderwerpen die daarin geregeld zijn. Belangrijkste punt is dat publiek toezicht een essentieel onderdeel van het stelsel blijft en dat de gemeente de voor hun rol benodigde informatie zo nodig aangeleverd krijgen door de kwaliteitsborger en overige partijen.

In reactie tot de vraag waarom er niet is gekozen voor een versterking van het publieke stelsel gaf de minister aan dat nu de verantwoordelijkheid komt te liggen waar hij hoort: bij de bouw zelf. Naar de mening van de minister zal de aansprakelijkheid er voor zorgen dat partijen binnen het stelsel zorgen voor een goede kwaliteit. De onafhankelijkheid van de kwaliteitsborgers wordt gegarandeerd doordat er toezicht wordt gehouden op hun werk.

In reactie op vragen van Smeulders gaf de minister aan dat de afspraken in het bestuursakkoord worden vastgelegd in het Bouwbesluit en in afspraken over de implementatie. Ook na een vraag van Ronnes hierover herhaalde de minister dat er vooralsnog geen reden is om de wet zelf via een novelle aan te passen.

Tweede termijn

In de tweede termijn werd een drietal moties ingediend (zie ook stemming d.d 11 december 2018j

De eerste motie – ingediend door de SP en gesteund door Groen Links en de PVV – betrof het schrappen van het private deel uit de Wkb. De motie werd ontraden door minister Ollongren (verworpen tijden de stemming op 11 december).
De tweede motie – ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering het bestuursakkoord te verwerken in wetgeving. Naar aanleiding van de motie ontstond enige discussie over de vraag hoe nu over een motie waarvan de tekst nog niet bekend is gestemd kan worden. De minister gaf aan de motie over te nemen, waardoor stemming niet meer aan de orde was.
De derde motie – ook ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering om zorg te dragen voor inzicht in de staat van de bestaande bouw. In reactie gaf de minister aan deze motie te ontraden aangezien het toezicht  een taak is van de gemeente en de provincie daarop toeziet. Het is dus geen taak van de rijksoverheid. Koerhuis paste daarna de motie mondeling aan tot een verzoek om een beter kwalitatief inzicht. De motie is op 11 december met algemene stemmen aangenomen.

Na een dankwoord van de minister werd het debat afgesloten. Duidelijk is dat alle partijen snel duidelijkheid willen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer deze duidelijkheid snel kan geven!

 

Lees ook het verslag op de website van Cobouw. 

BZK en VNG op hoofdlijn akkoord over Wkb

Enkele uren voor het Tweede Kamer debat over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft minister Ollongren de Kamer laten weten dat een hoofdlijnakkoord met de VNG is bereikt. In het akkoord zijn afspraken opgenomen over invoering, implementatie en de informatievoorziening van gemeenten.

Het hoofdlijnakkoord wordt op 6 december a.s. besproken in de commissie Ruimte, Wonen & Mobiliteit van de VNG. Na eventuele aanpassing van de concepttekst wordt de tekst ter bekrachtiging voorgelegd aan het bestuur van de VNG op 17 januari 2019.

De brief is via deze link te lezen.

Debat Wkb op 6 december 2018

Op 6 december 2018 debatteert de Tweede Kamer wederom over de Wkb. Bijna twee jaar na aanvaarding van de wet is de Wkb weer onderwerp van discussie in de Kamer. Het debat vindt plaats op verzoek van de Eerste Kamer naar aanleiding  van de brief van minister Ollongren van juni jl. De discussie die naar aanleiding  van die brief is ontstaan was reden voor de Eerste Kamer om de mening van de Tweede Kamer te vragen alvorens de behandeling van het wetsvoorstel te hervatten.

Het is de hoop dat na dit debat snel besloten wordt hoe nu verder met het wetsvoorstel!

 

Reactie minister BZK op OvV-rapport ‘Bouwen aan constructieve veiligheid’

Op 29 oktober heeft minister Ollongren schriftelijk gereageerd op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar aanleiding het instorten van de in aanbouw zijnde parkeergarage in Eindhoven. De minister geeft een schriftelijke reactie op het rapport in verband met de relatie tussen het rapport en het beleid van BZK. Het betreft:

  • De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De minister geeft aan dat de Wkb gebaseerd is op eenzelfde analyse van de staat van de bouw zoals de OVV geeft in haar rapport. De invoering van de Wkb geeft naar de mening van de minister dan ook invulling een een deel van de knelpunten die de OVV noemt.
  • Omgevingsveiligheid bouwplaatsen. Met dank aan de steun van de OVV verwijst de minster naar de eerder aan de Tweede Kamer toegezonden brief waarin maatregelen op dit gebied worden voorgesteld.
  • (Lopende) onderzoek naar breedplaatvloeren. Mede gezien de door de OVV genoemde (andere) oorzaak geeft Ollongren aan te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de tot nu toe gehanteerde aanpak. Onderdeel van dit onderzoek is overleg tussen de opstellers van het stappenplan en de OVV.

De brief is hier te lezen.

Debat Wkb eind oktober

De Tweede Kamer heeft besloten om eind oktober in debat te gaan met minister Ollongren over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Dit naar aanleiding van de brief van minister Ollongren van afgelopen juni en de reactie daarop van de VNG. De briefwisseling was voor de Eerste Kamer – waar de wet als sinds begin juli 2017 ligt – aanleiding om een nieuw debat in de Tweede Kamer af te wachten alvorens de behandeling van de wet te hervatten.

Een exacte datum voor het debat is nog niet bekend.

 

Na de zomer bestuurlijk overleg Wkb

In reactie op de brief van de VNG van 29 juni schrijft minister Ollongren dat ze het voorstel van de VNG voor bestuurlijk overleg graag aanneemt. In de brief benadrukt de minister verder dat haar eerdere brief aan de Eerste Kamer geenszins bedoeld was om te suggereren dat er sprake was van een akkoord met de VNG. De minister stelt dat er van een akkoord tussen de VNG en BZK pas sprake is nadat deze afspraken wederzijds zijn bekrachtigd in een bestuurlijk akkoord.

Na de zomer praten minister en VNG verder en zal er naar alle waarschijnlijkheid – op verzoek van de VNG – ook nog een schriftelijk overleg met de Eerste Kamer volgen. De komende tijd besteden partijen verder aan het voorbereiden van de te maken afspraken.

Klik hier om de brief aan de VNG te lezen.

VNG en minister praten verder over Wkb

In reactie op de brief van 29 juni aan de Eerste Kamer schrijft de VNG aan minister Ollongren verrast te zijn door de inhoudelijke passages in die brief. De VNG geeft aan begrip te hebben voor het feit dat de Eerste Kamer geïnformeerd moest worden maar is niet blij met de suggestie dat ook over de inhoud al afspraken zijn gemaakt.

Het bestuursakkoord, dat de basis moet gaan vormen voor de verdere uitwerking van de wet, moet er wat de VNG betreft echter wel snel komen. De VNG stelt voor om hierover op korte termijn met de minister door te praten. Tevens wordt in de brief voorgesteld een gezamenlijke begeleider in te stellen om zo het proces te versnellen en het draagvlak te verbreden.

De volledige brief is via deze link te lezen via deze link te lezen. De reactie van minister Ollongren op de brief is te lezen via deze link.

Onderzoek gevolgen Wkb voor gemeenten

In opdracht van de gemeente Woerden heeft Debra Kasbergen vorig jaar onderzoek gedaan naar de gevolgen voor gemeenten mocht de Wkb doorgang vinden. Kasbergen voerde het onderzoek – waarmee ze de jaarlijkse scriptieprijs won – uit in het kader van haar rechtenstudie aan de Hogeschool Leiden.

Het doel van het onderzoek was gemeente Woerden adviseren hoe de huidige werkprocessen, verordeningen en beleid aangepast moeten worden als gevolg van de Wkb. De conclusie die Kasbergen trekt is dat ht nieuwe stelsel staat of valt met ‘loslaten’. Als de gemeente haar traditionele taak uit blijft voeren omdat zij geen vertrouwen heeft in de markt, zal de kwaliteitsborger zijn rol niet oppakken en zal de bouwer niet de urgentie voelen om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Een tweede belangrijke conclusie is dat ook handhaving door de gemeenten cruciaal isz voor het slagen van de Wkb. Volgens Kasbergen wordt de kwaliteitsborger “een gekooide tijger” als de gemeente dit nalaat.

Kasbergen pleit er voor om alle partijen binnen een gemeenten tijdig mee te nemen in de nieuwe rol en werkwijze. Ook de gemeenteraad moet vooraf duidelijk worden gemaakt wat taak en rol van de gemeente onder de Wkb is.

Het onderzoeksrapport is via deze link te downloaden