De Wet kwaliteitsborging “rijp voor vaststelling”

Deze blog is gepubliceerd op de site van Cobouw op maandag 28 januari 2019.

Op de dag (22-1-19) dat de Eerste Kamer na een pauze van ruim anderhalf jaar de behandeling van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) zou hervatten, liet een aantal partijen in Cobouw hun licht schijnen over deze wet. Hoewel de meesten van hen overwegend positief zijn, krijgt “Rijp voor de sloop” bij monde van professor Neerhof in het bericht en in de kop de meeste aandacht. Naar de mening van iBK opmerkelijk. Neerhof lijkt de maatschappelijke en politieke discussie de afgelopen decennia gemist te hebben.

De ontwikkeling, die heeft geleid tot deze wet, begon eind vorige eeuw en kwam in een stroomversnelling toen het kabinet Rutte I het advies van de Commissie Dekker uit 2008 overnam. Eind 2011 schetste CDA-minister Donner de contouren van wat nu de Wkb is. Belangrijkste toevoeging nadien is de koppeling tussen aansprakelijkheid en kwaliteitsborging onder minister Stef Blok (VVD) in het kabinet Rutte II met de PvdA aan boord.

Professor Neerhof wil de private kwaliteitsborgers inclusief instrumenten en toelatingsorganisatie uit de wet schrappen en lijkt er niets voor in de plaats te willen: gewoon doorgaan op de oude voet dus? En de bouw het gewoon zelf laten uitzoeken? De voorgeschiedenis is blijkbaar aan hem voorbijgegaan: kritische rapporten van de toenmalige VROM-inspectie (rond 2000) over de kwaliteit in de bouw, capaciteitsgebrek bij gemeenten – zeker vanaf de recessie in 2008 – en de roep om verandering, ook vanuit BWT zelf.

Bouwtoezichthouders willen in het algemeen graag hun werk graag goed doen, maar de politieke realiteit is dat deze taak dikwijls wordt ondergewaardeerd. Niet zelden zien bouwers en gemeentebestuurders de uitvoering van de VTH-taken eerder als hindermacht dan als noodzakelijke kwaliteitsborging. Daarom is het van groot belang om het politieke momentum van het op 17 januari jl. ondertekende bestuursakkoord tussen Binnenlandse Zaken en Vereniging Nederlandse Gemeenten aan te grijpen om een echte stap voorwaarts te zetten.

Het eindresultaat van het proces van de afgelopen jaren vertoont weliswaar kenmerken van een compromis, maar dat is in onze polderdemocratie eerder regel dan uitzondering. Als je om die reden de Wkb afwijst, leef je kennelijk in een andere wereld: buiten de zijlijn van zowel de bouwsector als de politiek. De Wkb zal niet automatisch leiden tot de beoogde heldere rolverdeling tussen private en publieke partijen, maar biedt daartoe wel de mogelijkheden. Het bestuursakkoord verschaft de bouwwereld, het rijk en de gemeenten de nodige handvatten om er een succes van te maken.

De Wkb laat de handhavingstaak terecht bij de gemeente. Het bestuursakkoord leidt ertoe, dat deze de informatiepositie krijgt, die noodzakelijk is om deze taak effectief te kunnen uitvoeren. Dat vergt enkele cruciale aanpassingen van het ontwerpbesluit Kwaliteitsborging voor het bouwen. Die aanpassingen zullen worden uitgewerkt in samenspraak met de VNG en andere organisaties zoals de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland.

Langer wachten met vaststellen van de wet is naar onze mening riskant. Zowel aan private als publieke kant staat de capaciteit zwaar onder druk. Zolang de knoop niet wordt doorgehakt blijven de nodige investeringen in kennis en kunde achterwege. En dat terwijl de bouw aan zet is voor de enorme transitieagenda. In deze opgave zijn waarin daadwerkelijk energiezuinig, duurzaam en gezond bouwen de speerpunten. De huidige werkwijze, waarin de nadruk ligt op de vergunning in plaats van op het gebruiksgerede bouwwerk, past daar niet bij.

In het werk van de kwaliteitsborger ligt de nadruk juist op de feitelijke realisatie van het eindresultaat. Of hij zijn werk doet zoals het hoort wordt door zowel publieke als private partijen in de gaten gehouden. De Wkb voorziet in sancties om de kwaliteitsborger zo nodig zelf aan te pakken en om het gebruik van bouwwerken die niet aan de eisen voldoen te verbieden. Kortom: alle checks & balances om de bouwkwaliteit echt op peil te brengen.Het bestuursakkoord heeft alle elementen in zich om aan de slag te gaan en te gaan wennen aan de nieuwe afspraken.

De nieuwe gemeentelijke rol is redelijk vergelijkbaar met die van de verkeerspolitie naast het APK-stelsel: private partijen doen hun werk, maar als dat niet deugt grijpt het bevoegd gezag in. Dat dit in het begin wennen zal zijn en wellicht ook af en toe tot juridische geschillen zal leiden is voorspelbaar. Als die geschillen helpen om qua regelgeving en rolverdeling de puntjes op de i te zetten heeft ieder daar baat bij.

Daags na het interview met Neerhof stelt ook een tweetal bouwjuristen kritische vragen, vooral als het gaat om de aansprakelijkheid van de aannemer. Het antwoord op deze vragen is naar onze mening in de wet zelf te vinden. Het mag zo zijn dat nu nog niet duidelijk is hoe dit in de praktijk gaat uitpakken, maar dat geldt voor meer wetten. Waar een wil is een weg. De beste manier om weg te blijven van het soort procedures en claims waar beide juristen op wijzen is een bouwwereld die de kwaliteit levert die tenminste aan bovengenoemde ondergrens voldoet: het Bouwbesluit.

Deze wet biedt de bouwsector kansen om het eigen blazoen op te poetsen. Wij zijn niet zo naïef dat we denken dat dat vanzelf goed gaat komen zonder missers of bouwers die de kantjes eraf lopen. Maar dat de bouwsector gesteund door juristen vooral afwijzend reageert is niet te rijmen met borstklopperij over de eigen prestaties. Als bouwers zorgen dat hun prestaties aantoonbaar op orde zijn, heeft de kwaliteitsborger en vervolgens de gemeente daar een ‘makkie’ aan en krijgt de klant waar voor zijn geld.

Harry Nieman, Hajé van Egmond, Gert-Jan van Leeuwen
Instituut voor Bouwkwaliteit

Infographic Kwaliteitsborging

Deze infographic toont de rol van de gemeente en de onafhankelijke en gecertificeerde kwaliteitscontroleur voor, tijdens en bij oplevering van een bouwproject. (BRON: Rijksoverheid)

1. Kwaliteitscontrole direct bij bouwplan

  • De kwaliteitscontroleur checkt het bouwplan op technische eisen.
  • De gemeente verleent vergunning voor de bouw.
  • De kwaliteitscontroleur checkt het bouwplan op technische eisen.

2. Kwaliteitscontrole bij start bouw

  • De kwaliteitscontroleur checkt de bewapening en het storten van de fundering.
  • Aannemer is verantwoordelijk.

3. Kwaliteitscontrole tijdens de bouw

  • De kwaliteitscontroleur checkt onder andere:
  • Constructie muren;
  • Ventilatie;
  • Constructie balkon;
  • Energie zuinig;
  • Isolatie;
  • Constructie vloeren.

4. Oplevering: dossier naar gemeente

  • Alles OK!
  • De kwaliteitscontroleur draagt het dossier over aan de gemeente.
  • Gemeente stemt in met ingebruikname.

Eerste Kamercommissie bespreekt Wkb op 22 januari 2019 –> 29 januari –> 19 februari –> 5 maart

UPDATE: De Commissie heeft  de opties voor behandeling van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen besproken op 29 januari. De nieuwe agenda en het resultaat is hier te lezen. De Commissie besluit om nog een schriftelijke ronde te houden: "Inbreng voor schriftelijk overleg over alle correspondentie over en ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel wordt geleverd op 19 februari 2019"

Op 19 februari heeft de Eerste Kamer besloten het schriftelijk overleg - het indiening van vragen bij minister BZK - uit te stellen tot 5 maart 2019. Dit vanwege het agenderen van het Bestuursakkoord voor het Algemeen overleg in de Tweede Kamer op 20 februari 2019.

Volgend op het Bestuursakkoord dat BZK en VNG op 17 januari 2019 hebben getekend, besprak de commissie Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) van de Eerste Kamer op dinsdag 29 januari 2019  de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Op de agenda stonden, naast het Bestuursakkoord en de meest recente brieven van de minister van BZK, een tiental brieven van voor- en tegenstanders van de Wkb en stukken van het laatste Tweede Kamerdebat. Een overzicht van alle stukken is hieronder opgenomen.

De Commissie heeft besloten om 3 weken de tijd te nemen voor een nieuwe schriftelijke ronde.

Recente brieven aan Eerste Kamer:

Al in dossier Eerste Kamer:

Bestuursakkoord kwaliteitsborging ondertekend

Op 17 januari 2019 hebben minister Ollongren en VNG-voorzitter Van Zanen een akkoord ondertekend (foto: VNG) over de implementatie en invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het akkoord is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, samen met de G4, G40 en Brandweer NL. Het akkoord regelt onder meer de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden waaronder de wet kan worden ingevoerd. De VNG geeft aan dat met deze afspraken en de Wkb belangrijke stappen worden gezet om de bouwkwaliteit in Nederland te verhogen.

Het akkoord gaat uit van invoering van de Wkb per 2021, tegelijk met de Omgevingswet. Afgesproken is dat de wet alleen in werking zal treden als er voldoende waarborgen zijn dat bouwprojecten onder het nieuwe stelsel doorgang kunnen vinden. Hiertoe moet de ondersteunende ICT op orde te zijn, moeten er voldoende kwaliteitsborgers zijn en moet de toelatingsorganisatie tijdig operationeel zijn. Partijen hebben afgesproken dat er een regiegroep wordt gevormd die aan de slag gaat met de implementatie van de wet en met nieuwe proefprojecten.

Met deze belangrijke stap lijkt één van de grootste bezwaren van de Eerste Kamer uit de weg te zijn. Onduidelijk is nog of aan het tweede bezwaar – onduidelijkheid over de aansprakelijkheid – met de brief van juli voldoende is tegemoet gekomen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer nu wel snel de behandeling van de wet hervat en de bouw duidelijkheid geeft over de Wkb.

De tekst van het Bestuursakkoord is via deze link te lezen. Inmiddels heeft de minister van BZK het bestuursakkoord, mede namens de VNG, aangeboden aan de Eerste Kamer.

Legeskorting met Kwaliteitsborging in 2019

Rowiq Advies heeft begin januari 2019 op zijn website weer het traditionele overzicht gemaakt van gemeenten waar met toepassing van een instrument voor kwaliteitsborging korting kan worden verkregen op de leges. Ten opzicht van 2018 is er één gemeente afgevallen: Geertruidenberg. Nieuw in de lijst zijn Aalburg, Dantumadeel, Ferwederadiel en Kollumerland. Daarnaast is Raalte weer terug in de lijst en is ook Eindhoven in de lijst opgenomen.

De lijst van Rowiq laat sinds 2014 een gestage groeit zien van het aantal gemeenten dat korting geeft: voor zover bekend geven 32 gemeenten in 2019 korting. Missen er gemeenten, geef dat dan aan ons en aan Rowiq door.

De hele lijst is te zien via de site van Rowiq.

Resultaten evaluatie Architect aan Zet

In 2014 is de gemeente Rotterdam – in samenwerking met ondermeer de BNA – gestart met het project Architect aan Zet. Doe van het project wat te te onderzoeken wat het zou opleveren als deze kwaliteitsborging in één keer door de architect gebeurd. De verwachting was dat het hele bouwproces, van idee tot realisatie, sneller en efficiënter verloopt.

In de periode 2014-2017 is door de Afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Rotterdam onderzocht hoe de aanpak van Architect aan Zet in praktijk werkt. In 2018 werd de evaluatie afgerond. Deze toont aan dat de aanpak kansrijk is en dat er veel goed gaat. Het belangrijkste verbeterpunt zit in de kennis van architecten over brandveiligheid. Veel architecten hebben onvoldoende kennis over de regels omtrent brandpreventie. Ook bleek een enkele keer dat niet goed werd gekeken naar de welstandseis. Desondanks zijn de resultaten kansrijk te noemen en kunnen oplossingen in de verdere vormgeving van het beleid gevonden worden, bijvoorbeeld via een verplichte bijscholing op gebied brandpreventie en welstand.

Van de zestien projecten voldeden er drie aan alle voorschriften. Bij elf projecten was een geringe aanpassing nodig en was sprake van een verwaarloosbaar of beheersbaar risico. Dit is een vergelijkbaar beeld met de huidige vergunningenpraktijk. Bij één project was zowel de planologische als ruimtelijke kwaliteit onaanvaardbaar en bij één project deed zich een onaanvaardbaar veiligheidsrisico voor.

In bijgaande brochure Architect aan Zet staan de uitkomsten op een rij en is een vijftal interviews met opdrachtgevers en architecten opgenomen. Architect aan Zet is inmiddels in het kader van de Crisis- en Herstelwet als pilotproject gehonoreerd. Volgende stap is het vastleggen van de aanpak van Architect aan Zet in een gemeentelijke verordening.

Meer informatie over Architect aan Zet is te vinden op de website van de gemeente Rotterdam.

Debat Wkb: een korte impressie

Op donderdag 6 december is een plenair debat in de Tweede Kamer gehouden over het Bouwtoezicht in Nederland. Het debat werd gehouden op verzoek van de Eerste Kamer, die na de discussie vlak voor de zomer aangaf benieuwd te zijn naar de mening van de Tweede Kamer over de ontstane situatie.

Deze ongebruikelijke aanleiding was tijdens het debat voor verschillende partijen dan ook reden om hun verbazing over de gang van zaken uit te spreken. Het debat had het bouwtoezicht in het algemeen als onderwerp, maar spitste zich toe op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Sprekers tijdens het debat waren Beckerman (SP), Koerhuis (VVD), Smeulders (Groen Links), Ronnes (CDA), Kops (PVV), Van Eijs (D66) en Nijboer (PvdA).

Eerste termijn

De meeste sprekers begonnen hun bijdrage in eerste termijn over recente instortingen, het OVV-rapport, de enquete van VBWTN/EenVandaag en andere berichten in de media. Alle sprekers benadrukten dat er zowel bij de bouw als bij het toezicht nu toch echt iets moet gebeuren. Ronnes riep de minister dan ook op om de regie te nemen en knopen door te hakken. De oproep om snel door te pakken met de Wkb werd ondersteund door VVD en D66. 

Beckerman (SP) vroeg de minister in haar bijdrage waarom de minister de wet niet heeft aangepast, ondanks dat het rapport van de OVV en bijvoorbeeld ook prof. Nijsse aangeven dat de bouw onvoldoende in staat is om zelf te zorgen voor kwaliteit. Beckerman herhaalde dat toezicht een overheidstaak is en moet blijven. Net als bij eerdere debatten ontspon zich in de loop van het debat een bijna semantische discussie of er nu wel of niet sprake is van ‘privatisering’. Een duidelijk verschil met eerdere debatten was wel dat de lijn van minister Ollongren een ruimere taak voor gemeenten inhoudt dan haar ambtsvoorgangers de Kamer voorhielden.

Koerhuis (VVD) gaf in zijn bijdrage aan verheugd te zijn over het feit dat BZK en de VNG een akkoord op hoofdlijnen hebben bereikt. Ondanks dat de VNG op 17 januari het akkoord nog moet bekrachtigen, ging Koerhuis er van uit dat de afspraken uit het akkoord zullen worden verwerkt / meegenomen bij de verdere uitwerking van de Wkb. In aanvulling op het pleidooi om de Wkb snel in te voeren, vroeg Koerhuis de minister om zich in te spannen voor een beter toezicht op de bestaande voorraad.

Smeulders (Groen Links) gaf aan dat Groen Links nog steeds tegenstander is van de wet maar de doelstelling nadrukkelijk wel ondersteunt. Toezicht in private handen is geen goed idee en Smeulders zette dan ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger. Verder had Smeulders nog veel vragen bij het bestuursakkoord: wat is daarin geregeld en wat voor gevolgen heeft dit voor de wet? En welke rol heeft de Tweede Kamer nog in de verdere uitwerking van de wet?

Ronnes (CDA) was van mening dat de bouw zelf vooral aan zet is en vroeg zich af hoe zij zelf aankijkt tegen de analyse van de OVV en van de minster. Ronnes vroeg de minister te schetsen hoe het proces nu verder verloopt en drong aan op tempo zodat de veiligheid beheerst wordt. Op de vraag hoe het CDA aankijkt tegen de aansprakelijkheid van aannemers gaf Ronnes aan dat dat standpunt niet is gewijzigd maar dat het CDA heeft ingestemd met de wet.

Kops (PVV) steunde de SP en Groen Links in hun pleidooi om het toezicht niet bij marktpartijen te beleggen. Hij was blij dat de minister in haar brief van juni jl. heeft aangegeven dat de gemeente ook nadrukkelijk het bevoegd gezag blijft. Wel vroeg Kops zich af hoe die uitleg strookt met de inhoud van de Wkb. Tenslotte vroeg Kops de minister aandacht voor het feit gemeenten nu hun taak al niet aankunnen en wat  daaraan wordt gedaan.

Van Eijs (D66) begon haar betoog met een voorbeeld uit de praktijk: een consument laat een verbouwing uitvoeren, de aannemer en de leverancier komen hun afspraken niet na en de opdrachtgever blijft met de problemen achter. Van Eijs pleitte er dan ook voor om de wet snel in te voeren. Ze gaf daarbij aan dat de evaluatie van de proefprojecten laat zien hoe het ook kan. Tenslotte vroeg ook Van Eijs om meer informatie over de inhoud van het bestuursakkoord en hoe de rol van de gemeente er straks uit komt te zien.

Als laatste spreker in de eerste termijn, begon Nijboer (PvdA) met een opsomming van de drie problemen waar de bouw mee te kampen heeft:

  • De kwaliteit is onvoldoende
  • De bouw is duur, te weinig innovatief en te weinig aansprakelijk
  • Het bouwtoezicht is onduidelijk: wie is nu en straks waarvoor verantwoordelijk?

De problemen maken een snel besluit noodzakelijk. Nijboer vroeg zich daarbij af of er onder de Wkb nog wel voldoende kennis en kunde aanwezig is om de markt te kunnen controleren. Als laatste stelde Nijboer de vraag waarom de regering de motie over erkende maatregelen niet uitvoert zoals de Kamer dat gevraagd heeft. In reactie wees de minister er nogmaals op dat standaardoplossingen een prima idee zijn, maar dat er toch ook iemand op de bouw moet controleren of die standaardoplossing goed is toegepast.

Reactie minister Ollongren

Voordat minister Ollongren inging op de vragen, gaf ze een korte uitleg hoe de Wkb in elkaar zit en straks moet gaan werken. Ze gebruikte daarbij het voorbeeld van de auto-APK. De markt keurt weliswaar de auto, maar de Rijksdienst voor wegverkeer en de politie zorgen respectievelijk voor toezicht op het stelsel en handhaving van de regels. Zo ook de rol en taak van de toekomstige Toelatingsorganisatie en de gemeente. De minister bevestigde daarbij dat de gemeente ook onder de Wkb toezicht kan houden op de bouw en de bouw zo nodig stil kan leggen.#

Met betrekking tot het bestuursakkoord gaf de minister een korte toelichting op de onderwerpen die daarin geregeld zijn. Belangrijkste punt is dat publiek toezicht een essentieel onderdeel van het stelsel blijft en dat de gemeente de voor hun rol benodigde informatie zo nodig aangeleverd krijgen door de kwaliteitsborger en overige partijen.

In reactie tot de vraag waarom er niet is gekozen voor een versterking van het publieke stelsel gaf de minister aan dat nu de verantwoordelijkheid komt te liggen waar hij hoort: bij de bouw zelf. Naar de mening van de minister zal de aansprakelijkheid er voor zorgen dat partijen binnen het stelsel zorgen voor een goede kwaliteit. De onafhankelijkheid van de kwaliteitsborgers wordt gegarandeerd doordat er toezicht wordt gehouden op hun werk.

In reactie op vragen van Smeulders gaf de minister aan dat de afspraken in het bestuursakkoord worden vastgelegd in het Bouwbesluit en in afspraken over de implementatie. Ook na een vraag van Ronnes hierover herhaalde de minister dat er vooralsnog geen reden is om de wet zelf via een novelle aan te passen.

Tweede termijn

In de tweede termijn werd een drietal moties ingediend (zie ook stemming d.d 11 december 2018j

De eerste motie – ingediend door de SP en gesteund door Groen Links en de PVV – betrof het schrappen van het private deel uit de Wkb. De motie werd ontraden door minister Ollongren (verworpen tijden de stemming op 11 december).
De tweede motie – ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering het bestuursakkoord te verwerken in wetgeving. Naar aanleiding van de motie ontstond enige discussie over de vraag hoe nu over een motie waarvan de tekst nog niet bekend is gestemd kan worden. De minister gaf aan de motie over te nemen, waardoor stemming niet meer aan de orde was.
De derde motie – ook ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering om zorg te dragen voor inzicht in de staat van de bestaande bouw. In reactie gaf de minister aan deze motie te ontraden aangezien het toezicht  een taak is van de gemeente en de provincie daarop toeziet. Het is dus geen taak van de rijksoverheid. Koerhuis paste daarna de motie mondeling aan tot een verzoek om een beter kwalitatief inzicht. De motie is op 11 december met algemene stemmen aangenomen.

Na een dankwoord van de minister werd het debat afgesloten. Duidelijk is dat alle partijen snel duidelijkheid willen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer deze duidelijkheid snel kan geven!

 

Lees ook het verslag op de website van Cobouw. 

BZK en VNG op hoofdlijn akkoord over Wkb

Enkele uren voor het Tweede Kamer debat over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft minister Ollongren de Kamer laten weten dat een hoofdlijnakkoord met de VNG is bereikt. In het akkoord zijn afspraken opgenomen over invoering, implementatie en de informatievoorziening van gemeenten.

Het hoofdlijnakkoord wordt op 6 december a.s. besproken in de commissie Ruimte, Wonen & Mobiliteit van de VNG. Na eventuele aanpassing van de concepttekst wordt de tekst ter bekrachtiging voorgelegd aan het bestuur van de VNG op 17 januari 2019.

De brief is via deze link te lezen.

Evaluatierapport proefprojecten kwaliteitsborging bouw

In de afgelopen maanden heeft iBK samen met Senze 72 deelnemers aan proefprojecten kwaliteitsborging – gemeenten, aannemers, kwaliteitsborgers en opdrachtgevers – geïnterviewd of geënquêteerd. Tevens zijn de deelnemers aan 19 projecten bevraagd over de concrete resultaten van hun projecten. Op 30 november 2018 is het resultaat van deze inventarisatie van ervaringen aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport en de begeleidende brief zijn via deze link te downloaden.

De belangrijkste bevindingen van deelnemers aan de proefprojecten zijn:

  • Kwaliteitsborging vraagt om een andere manier van werken
  • De kosten nemen niet of nauwelijks toe en zullen waarschijnlijk dalen
  • Er is sprake van een duidelijk leereffect bij de deelnemers
  • De kwaliteit neemt toe
  • De positie van gemeenten is complex
  • Het oordeel over de samenwerking is divers
  • Meer duidelijkheid is nodig over de wettelijke eisen

Ondanks dat de resultaten van de proefprojecten niet een-op-een kunnen worden vertaald naar conclusies over de werking van het beoogde wettelijke stelsel, zijn de deelnemers inhoudelijk tevreden over de leerpunten en de kwaliteit van het eindresultaat.

De belangrijkste aanbevelingen in het rapport hebben betrekking op betere afspraken bij het opzetten van nieuwe proefprojecten:

  • heldere afspraken over de regels binnen een proefproject
  • een duidelijke afbakening van de rollen van deelnemers.
  • een onafhankelijke partij, die in geval van discussie kan interveniëren
  • meer duidelijkheid over de inhoudelijke eisen aan toetsingsinstrumenten
  • meer duidelijkheid over financiering van proefprojecten

Tenslotte geven alle respondenten aan dat meer duidelijkheid over de invoering van de Wkb een absolute vereiste is om te starten met nieuwe projecten. Het is de hoop dat die duidelijkheid er na het geplande debat op 6 december snel komt…

Debat Wkb op 6 december 2018

Op 6 december 2018 debatteert de Tweede Kamer wederom over de Wkb. Bijna twee jaar na aanvaarding van de wet is de Wkb weer onderwerp van discussie in de Kamer. Het debat vindt plaats op verzoek van de Eerste Kamer naar aanleiding  van de brief van minister Ollongren van juni jl. De discussie die naar aanleiding  van die brief is ontstaan was reden voor de Eerste Kamer om de mening van de Tweede Kamer te vragen alvorens de behandeling van het wetsvoorstel te hervatten.

Het is de hoop dat na dit debat snel besloten wordt hoe nu verder met het wetsvoorstel!