Artikel: Private kwaliteitsborging internationaal gezien

| Bouwkwaliteit in de Praktijk | Nr. 6 • Jaargang 3 • juni 2017 | Tekst Frits Meijer en Henk Visscher
 Er is in Nederland discussie over de rol die de gemeente moet gaan spelen in het nieuwe kwaliteitsborgingstelsel. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag hoe die gemeentelijke rol in andere landen wordt vormgegeven. In een artikel van Frits Meijer en Henk Visscher van OTB beschrijven ze hoe dit in het buitenland geregeld is. Het artikel is gebaseerd op het rapport QuickScan van buitenlandse stelsels van Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Duitsland, Engeland & Wales, Frankrijk, Ierland, Noorwegen, Zweden en Australië dat OTB in april 2016 in opdracht van BZK heeft uitgevoerd.

OTB concludeert dat het Nederlandse nieuwe systeem in essentie afwijkt van de stelsels in de andere landen. Dit geldt met name het feit dat er in Nederland eisen worden gesteld aan het kwaliteitsborgingsinstrument en in de andere landen vooral de bouwprofessionals aan bepaalde eisen moeten voldoen. In mindere mate geldt dat ook voor de rol die gemeenten spelen. In de meeste onderzochte landen is de scheiding tussen toezicht en handhaving niet zo strikt en spelen gemeenten ook een inhoudelijke rol bij het kwaliteitsborgingproces.

Het gehele artikel is te lezen via de website van VBWTN. In aanvulling op het rapport van OTB is door EIB in 2017 een aanvullend onderzoek uitgevoerd.

Berichtgeving brand in Londen en de relatie met de Wkb

In de afgelopen dagen is in een aantal nieuwsitems over de verschrikkelijk brand in Londen verschenen. Het betreft onder meer de volgende nieuwsberichten:

Vanmiddag kwam daar het bericht bij dat er in Engeland nog 600 gebouwen staan met eenzelfde gevelbekleding als Grenfell Tower en dat het hoofd van de deelgemeente Kensington is afgetreden vanwege de brand.

In een deel van de uitingen wordt een relatie gelegd tussen de brand en invoering van de Wet kwaliteitsborging. Naar de mening van iBK tenminste een voorbarige. Niet alleen is niet bekend wat nu de uiteindelijke oorzaak is van de brand en het snelle brandverloop, ook is niet bekend of er nu sprake is ‘privaat’ falen of ‘publiek’ falen. Engeland kent weliswaar een duaal stelsel als het gaat om vergunningverlening en toezicht, nergens in de berichtgeving is aangegeven wie in het geval van de renovatie van Grenfell Tower de toezichthoudende instantie was (update 23-6: volgens de Guardian was de gemeente eigenaar en toezichthouder) . En dan nog is niet duidelijk – zeker indien de gevelplaten zijn toegestaan in Engeland – of publiek of privaat toezicht de toepassing had kunnen voorkomen.

Het enige wat duidelijk is, is dat sprake is van een tragische gebeurtenis die voorkomen had moeten worden. Publiek of privaat is dan een irrelevante discussie…

HvE 22-06-2017

 

AFNL roept Eerste Kamer op de Wkb snel aan te nemen

De Aannemersfederatie Nederland roept de Eerste Kamer in een brief op om snel te besluiten over de Wkb zodat deze zo spoedig mogelijk in kan gaan. In de brief geeft AFNL aan nog vragen te hebben naar aanleiding van de AMvB Kwaliteitsborging en geven ze hun visie hoe de verschillende voorschriften gelezen zouden moeten worden. Daarbij zou AFNL graag zie dat Gevolgklasse 1 breder wordt, door ook een deel van wat nu vergunning dan wel Bouwbesluittoetsvrij wordt hieronder te laten vallen. Ook wil AFNL verbouw van bouwwerken gevolgklasse 2/3 meenemen onder Gevolgklasse 1. Verder vraagt AFNL nadere uitleg over onder meer de onafhankelijkheid, de informatieplicht van de kwaliteitsborger en de waarschuwingsplicht van de aannemer.

De brief van AFNL is via deze link te lezen. De Eerste Kamer zal de AMvB Kwaliteitsborging bespreken tijdens het debat met minister Plasterk over de Wkb op 4 juli 2017.

Met betrekking tot verbouw van bouwwerken gevolgklasse 2/3 geldt dat deze niet onder gevolgklasse 1 vallen aangezien deze nu al grotendeels vergunningvrij zijn. Indien de constructie en de indeling in brandcompartimenten niet wijzigt is op grond van artikel 3, onderdeel 8 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht geen omgevingsvergunning voor het bouwen nodig.

Magazine #kwaliteitsborging Omgevinsweb

Met trots presenteert de redactie van Omgevingsweb u het zesde nummer van Omgevingsweb Magazines, een diepgaand online magazine dat u toegang geeft tot verdiepende juridische content geschreven door specialisten en professionals op het gebied van het omgevingsrecht.

Dit nummer betreft het thema Private kwaliteitsborging. Private kwaliteitsborging is een samenhangend stelsel van kwaliteitseisen en -procedures waarmee marktpartijen aantoonbaar garanderen dat het te realiseren bouwplan bij oplevering een bepaald kwaliteitsniveau heeft. Het kwaliteitsniveau is gerelateerd aan de bouwtechnische voorschriften van het Bouwbesluit. Dit betekent een andere rol voor bouw- en woningtoezicht.

Met dit magazine bent u compleet op de hoogte van de juridische ins-en-outs van Private kwaliteitsborging en hoe dit in de praktijk wordt toegepast en uitgevoerd.

Wij wensen u veel leesplezier!

Redactie Omgevingsweb

Eerste Kamer: Plenaire behandeling Wet kwaliteitsborging op 4 juli 2017

Tijdens de vergadering van de commissie Binnenlandse Zaken (van de Eerste Kamer) van 30 mei 2017 heeft de commissie – na bestudering van de antwoorden van BZK op hun vragen – besloten om het eindverslag richting Eerste Kamer op te stellen. De Commissie stelt tevens voor om op 4 juli aanstaande de wet in de plenaire vergadering te bespreken. De definitieve planning moet nog worden vastgesteld, evenals het verslag van de commissievergadering. Een korte aantekening van het verslag is op de website van de Eerste Kamer te lezen.

De WKB-eisen in het BW: wat moet en wat mag…

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wijzigt het Burgerlijk Wetboek (BW, Titel 7.12) op een aantal punten. Niet al deze wijzigingen zijn ‘dwingendrechtelijk van aard’, of wel, van een deel van de BW-wijzigingen kan en mag contractueel worden afgeweken. Hieronder is een overzicht opgenomen van de wijzigingen, waarbij is aangegeven of sprake is van regelend recht of van dwingend recht. Met dank aan Evelien Bruggeman van het IBR voor het meelezen.

Aansprakelijkheid na oplevering – art. 7:758 lid 4
De meeste besproken wijziging betreft het schrappen van het ‘ontslag’ van aansprakelijk voor de aannemer na oplevering. Met de toevoeging van het nieuwe vierde lid aan dit artikel is de aannemer “aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering van het werk niet zijn ontdekt, tenzij deze gebreken niet aan de aannemer zijn toe te rekenen”.

In het artikel is nadrukkelijk geregeld dat in het geval van een consument (een natuurlijk persoon is die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf) als opdrachtgever er niet van dit artikel mag worden afgeweken. In alle overige gevallen is het wel toegestaan om contractueel van de aansprakelijkheidsverdeling ten nadele van de opdrachtgever af te wijken indien dit nadrukkelijk in de overeenkomst is opgenomen. Dat laatste wil zeggen dat de opdrachtgever dus instemt met de aangepaste aansprakelijkheidsverdeling.

Aanvulling van de waarschuwingsplicht – art. 7:754 lid 2
Het eerste lid van artikel 7:754 regelt (kortweg) dat de aannemer verplicht is fouten in de opdracht te melden aan de opdrachtgever. Het nieuwe tweede lid regelt dat in geval van aanneming van bouwwerken deze melding schriftelijk en ondubbelzinnig dient te gebeuren en dat daarbij moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn. Het idee van dit voorschrift – dat op laatste moment als amendement aan de wet is toegevoegd – is dat de aannemer meldt hoe hij met de geconstateerde fout omgaat. De opdrachtgever weet daardoor of de aannemer het plan helemaal niet uitvoert of slechts na vrijwaring van eventuele aansprakelijkheid als het gaat om de betreffende fout. Het idee van de indiener van het amendement is dat op deze manier vooraf duidelijkheid wordt verkregen over de eventuele aansprakelijkheid achteraf voor fouten.

De waarschuwingsplicht van lid 2, dus de plicht om schriftelijk en ondubbelzinnig te waarschuwen, is dwingendrechtelijk in geval van een consument als opdrachtgever. In andere gevallen mag contractueel van het voorschrift van lid 2 worden afgeweken. De voorschriften van lid 1 zijn niet van dwingend recht, hiervan mag dus door alle partijen van worden afgeweken. Partijen kunnen dus overeenkomen dat op de aannemer geen waarschuwingsplicht rust of een waarschuwingsplicht met een andere maatstaf. De vraag is wat het voordeel zou zijn om af te wijken van de voorschriften van lid 2, mede gezien het feit dat in geval van beroep op de waarschuwingsplicht het aan de aannemer is om aan te tonen dat hij heeft gewaarschuwd: ook zonder het nieuwe tweede lid zal een waarschuwing dus schriftelijk plaatsvinden.

Informatieplicht t.a.v. zekerheid/ verzekering van de aannemer – art. 765a BW
Doel van die nieuwe voorschrift is dat de aannemer bij het aangaan van de overeenkomst zijn opdrachtgever informeert over de zekerheid hij biedt tegen bijvoorbeeld faillissement en gebreken na oplevering. Er is overigens geen sprake van een verplichte verzekering, de informatie kan ook inhouden ‘ik ben niet verzekerd’.

Het betreffende voorschrift is opgenomen in afdeling 2 van titel 7.12 en dus onderdeel van de specifieke bescherming die het BW biedt aan consumenten. De bepaling is dwingendrechtelijk voor consumenten en voor overige opdrachtgevers kan contractueel worden afgeweken.

Waarschuwingsplicht verlengd inhouden van het depot bij de notaris (de 5%-regel) – art. 7:768 BW
Art.  7:768 regelt het depot (de laatste 5%) die een consument in depot kan storten bij een notaris bij bouw van een huis of appartement. Een nieuw in te voegen tweede lid regelt dat een notaris deze laatste 5% pas mag uitbetalen aan de aannemer als de aannemer informatie overlegt waaruit blijkt dat hij de consument heeft gewezen op zijn recht uitbetaling verlengd op te schorten (o.g.v. art. 6:262 BW) en de klant/consument niet heeft aangegeven hiervan gebruik te willen maken.

Het voorschrift is dingend rechtelijk van aard en niet van toepassing op andere opdrachtgevers dan consumenten.

Oplever- of consumentendossier – art. 7:757a BW
De tweede bij amendement toegevoegde plicht voor de aannemer is het leveren van een dossier bij oplevering. Het artikel schrijft voor dat bij een kennisgeving van een aannemer aan zijn opdrachtgever dat het werk klaar is en kan worden opgeleverd, informatie moet worden aangeleverd waaruit dat blijkt. De te leveren informatie moet volledig inzicht geven in de nakoming van de overeenkomst. In ieder geval moet het dossier tekeningen en berekeningen van het bouwwerk en de bijbehorende installaties bevatten en een beschrijving van de toegepaste materialen, installaties, en de gebruiksfuncties van het bouwwerk. Ook moet informatie worden geleverd die nodig is voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk.

Wat exact in het dossier moet worden opgenomen is niet bij wet geregeld. Het ligt voor de hand dit in de aannemingsovereenkomst te regelen. Het opleverdossier is regelend recht, wat wil zeggen dat partijen ook overeen kunnen komen om af te zien van levering van een dossier bij oplevering, of een andere inhoud van het dossier kunnen overeenkomen. Vanuit het oogpunt van de opdrachtgever is dit echter niet verstandig geen dossier te vragen, aangezien een deel van de informatie – op grond van de Woningwet – bij gereedmelding aan het bevoegd moet worden verstrekt!

Conclusie
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen leidt er toe dat veel standaard bouwcontracten opnieuw tegen het licht moeten worden gebouwen. Met name als het gaat om het opleverdossier op grond van 7:57a BW is het aan te raden dat aannemers en consumenten gezamenlijk komen tot een goede invulling van de wettelijke plicht.

24 mei 2017 – Hajé van Egmond

Onafhankelijk, onafhankelijker, onafhankelijkst…

In de discussie rondom de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is de positie van de kwaliteitsborger al vanaf het begin een discussie. Was het oorspronkelijk nog de bedoeling om een kwaliteitsborger zijn werk te laten doen vanuit een ‘onafhankelijke positie’, bijvoorbeeld binnen een bouwbedrijf, de uiteindelijke wetstekst maakt duidelijk dat dat niet mogelijk is.

Geen slager dus die zijn eigen vlees keurt. Maar hoe verhoudt de positie van de kwaliteitsborgers zich dan wel tot de rol en positie van de overige betrokken partijen? Daarover geeft het concept-Besluit Kwaliteitsborging meer duidelijkheid. In een artikel op Omgeving in de Praktijk wordt hierop dieper ingegaan.

Vragen Tweede Kamer naar aanleiding Besluit Kwaliteitsborging

Naar aanleiding van de voorhang van het ontwerp-Besluit Kwaliteitsborging op 1 mei jl. heeft de Algemene commissie voor Wonen en Rijksdienst van de Tweede Kamer op 19 mei jl. een aantal vragen aan de minister van BZK voorgelegd. De leden van de fracties van de VVD, CDA, D66 en de SP stellen onder meer algemene vragen over de kosten, de planning, de samenhang met de Omgevingswet en enkele andere zaken. Opvallend is verder het pleit van D66 voor de architect als onafhankelijke kwaliteitsborger. D66 ziet dit als mogelijke oplossing voor mogelijke hogere kosten voor de particuliere opdrachtgever.

De vragen van de Tweede Kamer zijn hier te lezen.

De informatieplicht voor kwaliteitsborgers in de #Wkb

In het ontwerp Besluit kwaliteitsborging is een informatieplicht opgenomen voor kwaliteitsborgers. Artikel 1.42, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 bepaalt – na invoering van de Wkb – dat de kwaliteitsborger bij de bouw betrokken partijen moet informeren over bij de kwaliteitsborging geconstateerde afwijkingen van de voorschriften in de hoofdstukken 2 tot en met 6 van het Bouwbesluit 2012. In de toelichting bij het voorschrift wordt aangegeven dat de informatie zowel aan de opdrachtgever, de aannemer, (indien bekend) de toekomstige gebruikers en het bevoegd gezag gemeld moet worden.
De wijze waarop deze informatieplicht vorm krijgt moet in de verschillende instrumenten voor kwaliteitsborging worden vastgelegd. iBK werkt met BZK en een aantal bij proefprojecten betrokken partijen aan een advies hoe de informatieplicht kan worden ingevuld. Door het advies op te stellen in overleg met gemeenten, kwaliteitsborgers en instrumentaanbieders streven we naar een invulling die werkbaar is en zo goed mogelijk aansluit bij de informatiebehoefte van de genoemde partijen.

Belangrijke uitgangspunten bij de invulling van de informatieplicht zijn dat de verplichting alleen betrekking heeft op het voldoen aan de voorschriften in de hoofdstukken 2 tot en met 6 van het Bouwbesluit 2012 en dat deze plicht is gericht op afwijkingen die het uiteindelijke gebruik in de weg staan (omdat de kwaliteitsborger geen verklaring kan afgeven indien de afwijkingen niet worden hersteld). De informatieplicht heeft dan ook betrekking op die onvolkomenheden die, indien deze bij oplevering nog steeds aanwezig zijn, ertoe leiden dat de kwaliteitsborger geen verklaring afgeeft en de redenen daarvan. Deze informatie geeft de genoemde partijen de mogelijkheid om in onderling overleg de onvolkomenheden tijdig op te lossen en zo nodig herstelwerkzaamheden uit te voeren. De gemeente krijgt hiermee informatie die deze kan gebruiken bij de afweging of tot handhaving zou moeten worden overgaan.

Naar verwachting zal het uiteindelijke advies in de komende weken via de website worden gepubliceerd.

Antwoorden vragen Eerste Kamer #Wkb

Op 16 mei heeft minister Plasterk de antwoorden op de vragen van Eerste Kamer naar aanleiding van de Wet kwaliteitsborging aan de Eerste Kamer toegezonden. In de antwoorden wordt onder meer ingegaan op de vragen inzake de relatie met de (invoering van de) Omgevingswet, wordt een nadere uitleg van het stelsel gegeven en gaat de minister in op vragen over de uitleg van de door de Tweede Kamer ingediende amendementen.

De antwoorden zijn via de website van de Eerste Kamer te lezen. Het is de verwachting dat de Eerste Kamer na bespreking van de reactie van Plasterk in de commissie een datum zal prikken voor plenaire behandeling van het wetsvoorstel.