Eerste Kamer hervat debat Wkb met derde termijn

Op 11 juli 2017 heeft de Eerste Kamer – op verzoek van de toenmalige minister Plasterk – de behandeling van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangehouden. Tijdens het vergadering van de Eerste Kamercommissie Binnenlandse Zaken van 2 april 2019 is besloten de behandeling van de Wkb te hervatten. In de korte aantekening van het overleg is het volgende opgenomen:

De brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 maart 2019 inzake Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (34453, M) wordt voor kennisgeving aangenomen. De commissie stelt voor nog deze zittingsperiode een korte derde termijn over het wetsvoorstel te houden. De staf gaat na wat een geschikte datum is.

De huidige zittingsperiode van de Eerste Kamer loopt op 11 juni af en van 24 april 2019 tot en met 13 mei 2019 zijn er geen vergaderingen in verband met de meivakantie van de Eerste Kamer. Het wachten is nu op de datum waarop de plenaire vergadering gepland wordt. De stemming over het wetsvoorstel is vervolgens binnen afzienbare tijd na de plenaire vergadering te verwachten.

Vragen & opmerkingen Eerste Kamer Wkb

Na meerdere keren uitstel heeft de Eerste Kamer op 9 maart 2019 de behandeling van de Wet kwaliteitsborging hervat door het stellen van schriftelijke vragen aan minister Ollongren van BZK (Klik hier voor de brief). De behandeling van het wetsvoorstel lag – op verzoek van de toenmalige minister van BZK – stil sinds 11 juli 2017. De vragen van de Eerste Kamer hebben betrekking op de aanvullende brief in de brief van Ollongren van 28 juni 2018 en het bestuursakkoord tussen VNG en BZK dat op 17 januari 2019 aan de Eerste Kamer is verzonden. In de vragen heeft de Eerste Kamer ook alle overige correspondentie (gehele lijst is hier te zien) van de afgelopen tijd meegenomen.

De vragen hebben voor een groot deel betrekking op de aansprakelijkheid van de aannemer en hoe dit onder de nieuwe wet uitwerkt. Met name het CDA verzoekt de minister om aanvullende uitleg op een aantal punten, met name daar waar het de (beperking van) aansprakelijkheid van andere bij ontwerp en bouw betroffen partijen betreft. Het CDA vraagt tevens om bevestiging van minister Ollongren dat de toelichting in de brief van vorig jaar zomer leidend is – en niet de toelichting op de amendementen – en dat deze ook terug zal komen in de toelichting op de onderliggende wetgeving.

Interessante vragen zijn verder de vraag of er niet ook proefprojecten in de gevolgklassen 2 en 3 moeten worden uitgevoerd (CDA) en hoe de resultaten van de proefprojecten nu verwerkt worden in de wetgeving (D66). De PVV en Groen Links vragen zich verder af of de criteria voor invoering, zoals genoemd in het bestuursakkoord, niet verder geconcretiseerd kunnen worden. De PvdA verzoekt de minister verder meer inzicht te geven in de criteria en de gegevens en bescheiden die gemeenten ter beschikking krijgen om te kunnen beoordelen dat aan de voorschriften is voldaan. In het verlengde daarvan vraagt de PvdA zich, evenals Groen Links, af in hoeverre het vorig jaar ter voorhang aangeboden conceptbesluit nog zal moeten worden aangepast.

De Eerste Kamer lijkt zich de vragen lezende verder af te vragen in hoeverre de planning – 1 januari 2021 – wel haalbaar is. Een terechte vraag. Zolang de Eerste Kamer de knoop echter niet doorhakt zullen partijen niet snel in beweging komen. En daarmee is het antwoord op de vraag of er niet eerst proefprojecten gedraaid moeten worden en dan pas gestemd over de wet eigenlijk an beantwoord…

 

Eerste Kamercommissie bespreekt Wkb op 22 januari 2019 –> 29 januari –> 19 februari –> 5 maart

UPDATE: De Commissie heeft  de opties voor behandeling van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen besproken op 29 januari. De nieuwe agenda en het resultaat is hier te lezen. De Commissie besluit om nog een schriftelijke ronde te houden: "Inbreng voor schriftelijk overleg over alle correspondentie over en ontwikkelingen rondom het wetsvoorstel wordt geleverd op 19 februari 2019"

Op 19 februari heeft de Eerste Kamer besloten het schriftelijk overleg - het indiening van vragen bij minister BZK - uit te stellen tot 5 maart 2019. Dit vanwege het agenderen van het Bestuursakkoord voor het Algemeen overleg in de Tweede Kamer op 20 februari 2019. De vragen die de commissie gesteld heeft aan minister Ollongren zijn via deze link te lezen.

Volgend op het Bestuursakkoord dat BZK en VNG op 17 januari 2019 hebben getekend, besprak de commissie Binnenlandse Zaken en de Hoge Colleges van Staat / Algemene Zaken en Huis van de Koning (BiZa/AZ) van de Eerste Kamer op dinsdag 29 januari 2019  de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

Op de agenda stonden, naast het Bestuursakkoord en de meest recente brieven van de minister van BZK, een tiental brieven van voor- en tegenstanders van de Wkb en stukken van het laatste Tweede Kamerdebat. Een overzicht van alle stukken is hieronder opgenomen.

De Commissie heeft besloten om 3 weken de tijd te nemen voor een nieuwe schriftelijke ronde.

Recente brieven aan Eerste Kamer:

Al in dossier Eerste Kamer:

Bestuursakkoord kwaliteitsborging ondertekend

Op 17 januari 2019 hebben minister Ollongren en VNG-voorzitter Van Zanen een akkoord ondertekend (foto: VNG) over de implementatie en invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het akkoord is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de Vereniging Bouw- en Woningtoezicht Nederland, samen met de G4, G40 en Brandweer NL. Het akkoord regelt onder meer de rol van de gemeente na invoering van de wet en bevat afspraken over de voorwaarden waaronder de wet kan worden ingevoerd. De VNG geeft aan dat met deze afspraken en de Wkb belangrijke stappen worden gezet om de bouwkwaliteit in Nederland te verhogen.

Het akkoord gaat uit van invoering van de Wkb per 2021, tegelijk met de Omgevingswet. Afgesproken is dat de wet alleen in werking zal treden als er voldoende waarborgen zijn dat bouwprojecten onder het nieuwe stelsel doorgang kunnen vinden. Hiertoe moet de ondersteunende ICT op orde te zijn, moeten er voldoende kwaliteitsborgers zijn en moet de toelatingsorganisatie tijdig operationeel zijn. Partijen hebben afgesproken dat er een regiegroep wordt gevormd die aan de slag gaat met de implementatie van de wet en met nieuwe proefprojecten.

Met deze belangrijke stap lijkt één van de grootste bezwaren van de Eerste Kamer uit de weg te zijn. Onduidelijk is nog of aan het tweede bezwaar – onduidelijkheid over de aansprakelijkheid – met de brief van juli voldoende is tegemoet gekomen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer nu wel snel de behandeling van de wet hervat en de bouw duidelijkheid geeft over de Wkb.

De tekst van het Bestuursakkoord is via deze link te lezen. Inmiddels heeft de minister van BZK het bestuursakkoord, mede namens de VNG, aangeboden aan de Eerste Kamer.

Debat Wkb: een korte impressie

Op donderdag 6 december is een plenair debat in de Tweede Kamer gehouden over het Bouwtoezicht in Nederland. Het debat werd gehouden op verzoek van de Eerste Kamer, die na de discussie vlak voor de zomer aangaf benieuwd te zijn naar de mening van de Tweede Kamer over de ontstane situatie.

Deze ongebruikelijke aanleiding was tijdens het debat voor verschillende partijen dan ook reden om hun verbazing over de gang van zaken uit te spreken. Het debat had het bouwtoezicht in het algemeen als onderwerp, maar spitste zich toe op de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Sprekers tijdens het debat waren Beckerman (SP), Koerhuis (VVD), Smeulders (Groen Links), Ronnes (CDA), Kops (PVV), Van Eijs (D66) en Nijboer (PvdA).

Eerste termijn

De meeste sprekers begonnen hun bijdrage in eerste termijn over recente instortingen, het OVV-rapport, de enquete van VBWTN/EenVandaag en andere berichten in de media. Alle sprekers benadrukten dat er zowel bij de bouw als bij het toezicht nu toch echt iets moet gebeuren. Ronnes riep de minister dan ook op om de regie te nemen en knopen door te hakken. De oproep om snel door te pakken met de Wkb werd ondersteund door VVD en D66. 

Beckerman (SP) vroeg de minister in haar bijdrage waarom de minister de wet niet heeft aangepast, ondanks dat het rapport van de OVV en bijvoorbeeld ook prof. Nijsse aangeven dat de bouw onvoldoende in staat is om zelf te zorgen voor kwaliteit. Beckerman herhaalde dat toezicht een overheidstaak is en moet blijven. Net als bij eerdere debatten ontspon zich in de loop van het debat een bijna semantische discussie of er nu wel of niet sprake is van ‘privatisering’. Een duidelijk verschil met eerdere debatten was wel dat de lijn van minister Ollongren een ruimere taak voor gemeenten inhoudt dan haar ambtsvoorgangers de Kamer voorhielden.

Koerhuis (VVD) gaf in zijn bijdrage aan verheugd te zijn over het feit dat BZK en de VNG een akkoord op hoofdlijnen hebben bereikt. Ondanks dat de VNG op 17 januari het akkoord nog moet bekrachtigen, ging Koerhuis er van uit dat de afspraken uit het akkoord zullen worden verwerkt / meegenomen bij de verdere uitwerking van de Wkb. In aanvulling op het pleidooi om de Wkb snel in te voeren, vroeg Koerhuis de minister om zich in te spannen voor een beter toezicht op de bestaande voorraad.

Smeulders (Groen Links) gaf aan dat Groen Links nog steeds tegenstander is van de wet maar de doelstelling nadrukkelijk wel ondersteunt. Toezicht in private handen is geen goed idee en Smeulders zette dan ook vraagtekens bij de onafhankelijkheid van de kwaliteitsborger. Verder had Smeulders nog veel vragen bij het bestuursakkoord: wat is daarin geregeld en wat voor gevolgen heeft dit voor de wet? En welke rol heeft de Tweede Kamer nog in de verdere uitwerking van de wet?

Ronnes (CDA) was van mening dat de bouw zelf vooral aan zet is en vroeg zich af hoe zij zelf aankijkt tegen de analyse van de OVV en van de minster. Ronnes vroeg de minister te schetsen hoe het proces nu verder verloopt en drong aan op tempo zodat de veiligheid beheerst wordt. Op de vraag hoe het CDA aankijkt tegen de aansprakelijkheid van aannemers gaf Ronnes aan dat dat standpunt niet is gewijzigd maar dat het CDA heeft ingestemd met de wet.

Kops (PVV) steunde de SP en Groen Links in hun pleidooi om het toezicht niet bij marktpartijen te beleggen. Hij was blij dat de minister in haar brief van juni jl. heeft aangegeven dat de gemeente ook nadrukkelijk het bevoegd gezag blijft. Wel vroeg Kops zich af hoe die uitleg strookt met de inhoud van de Wkb. Tenslotte vroeg Kops de minister aandacht voor het feit gemeenten nu hun taak al niet aankunnen en wat  daaraan wordt gedaan.

Van Eijs (D66) begon haar betoog met een voorbeeld uit de praktijk: een consument laat een verbouwing uitvoeren, de aannemer en de leverancier komen hun afspraken niet na en de opdrachtgever blijft met de problemen achter. Van Eijs pleitte er dan ook voor om de wet snel in te voeren. Ze gaf daarbij aan dat de evaluatie van de proefprojecten laat zien hoe het ook kan. Tenslotte vroeg ook Van Eijs om meer informatie over de inhoud van het bestuursakkoord en hoe de rol van de gemeente er straks uit komt te zien.

Als laatste spreker in de eerste termijn, begon Nijboer (PvdA) met een opsomming van de drie problemen waar de bouw mee te kampen heeft:

  • De kwaliteit is onvoldoende
  • De bouw is duur, te weinig innovatief en te weinig aansprakelijk
  • Het bouwtoezicht is onduidelijk: wie is nu en straks waarvoor verantwoordelijk?

De problemen maken een snel besluit noodzakelijk. Nijboer vroeg zich daarbij af of er onder de Wkb nog wel voldoende kennis en kunde aanwezig is om de markt te kunnen controleren. Als laatste stelde Nijboer de vraag waarom de regering de motie over erkende maatregelen niet uitvoert zoals de Kamer dat gevraagd heeft. In reactie wees de minister er nogmaals op dat standaardoplossingen een prima idee zijn, maar dat er toch ook iemand op de bouw moet controleren of die standaardoplossing goed is toegepast.

Reactie minister Ollongren

Voordat minister Ollongren inging op de vragen, gaf ze een korte uitleg hoe de Wkb in elkaar zit en straks moet gaan werken. Ze gebruikte daarbij het voorbeeld van de auto-APK. De markt keurt weliswaar de auto, maar de Rijksdienst voor wegverkeer en de politie zorgen respectievelijk voor toezicht op het stelsel en handhaving van de regels. Zo ook de rol en taak van de toekomstige Toelatingsorganisatie en de gemeente. De minister bevestigde daarbij dat de gemeente ook onder de Wkb toezicht kan houden op de bouw en de bouw zo nodig stil kan leggen.#

Met betrekking tot het bestuursakkoord gaf de minister een korte toelichting op de onderwerpen die daarin geregeld zijn. Belangrijkste punt is dat publiek toezicht een essentieel onderdeel van het stelsel blijft en dat de gemeente de voor hun rol benodigde informatie zo nodig aangeleverd krijgen door de kwaliteitsborger en overige partijen.

In reactie tot de vraag waarom er niet is gekozen voor een versterking van het publieke stelsel gaf de minister aan dat nu de verantwoordelijkheid komt te liggen waar hij hoort: bij de bouw zelf. Naar de mening van de minister zal de aansprakelijkheid er voor zorgen dat partijen binnen het stelsel zorgen voor een goede kwaliteit. De onafhankelijkheid van de kwaliteitsborgers wordt gegarandeerd doordat er toezicht wordt gehouden op hun werk.

In reactie op vragen van Smeulders gaf de minister aan dat de afspraken in het bestuursakkoord worden vastgelegd in het Bouwbesluit en in afspraken over de implementatie. Ook na een vraag van Ronnes hierover herhaalde de minister dat er vooralsnog geen reden is om de wet zelf via een novelle aan te passen.

Tweede termijn

In de tweede termijn werd een drietal moties ingediend (zie ook stemming d.d 11 december 2018j

De eerste motie – ingediend door de SP en gesteund door Groen Links en de PVV – betrof het schrappen van het private deel uit de Wkb. De motie werd ontraden door minister Ollongren (verworpen tijden de stemming op 11 december).
De tweede motie – ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering het bestuursakkoord te verwerken in wetgeving. Naar aanleiding van de motie ontstond enige discussie over de vraag hoe nu over een motie waarvan de tekst nog niet bekend is gestemd kan worden. De minister gaf aan de motie over te nemen, waardoor stemming niet meer aan de orde was.
De derde motie – ook ingediend door de VVD – betrof het verzoek aan de regering om zorg te dragen voor inzicht in de staat van de bestaande bouw. In reactie gaf de minister aan deze motie te ontraden aangezien het toezicht  een taak is van de gemeente en de provincie daarop toeziet. Het is dus geen taak van de rijksoverheid. Koerhuis paste daarna de motie mondeling aan tot een verzoek om een beter kwalitatief inzicht. De motie is op 11 december met algemene stemmen aangenomen.

Na een dankwoord van de minister werd het debat afgesloten. Duidelijk is dat alle partijen snel duidelijkheid willen. Het is de hoop dat de Eerste Kamer deze duidelijkheid snel kan geven!

 

Lees ook het verslag op de website van Cobouw. 

BZK en VNG op hoofdlijn akkoord over Wkb

Enkele uren voor het Tweede Kamer debat over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft minister Ollongren de Kamer laten weten dat een hoofdlijnakkoord met de VNG is bereikt. In het akkoord zijn afspraken opgenomen over invoering, implementatie en de informatievoorziening van gemeenten.

Het hoofdlijnakkoord wordt op 6 december a.s. besproken in de commissie Ruimte, Wonen & Mobiliteit van de VNG. Na eventuele aanpassing van de concepttekst wordt de tekst ter bekrachtiging voorgelegd aan het bestuur van de VNG op 17 januari 2019.

De brief is via deze link te lezen.

Debat Wkb op 6 december 2018

Op 6 december 2018 debatteert de Tweede Kamer wederom over de Wkb. Bijna twee jaar na aanvaarding van de wet is de Wkb weer onderwerp van discussie in de Kamer. Het debat vindt plaats op verzoek van de Eerste Kamer naar aanleiding  van de brief van minister Ollongren van juni jl. De discussie die naar aanleiding  van die brief is ontstaan was reden voor de Eerste Kamer om de mening van de Tweede Kamer te vragen alvorens de behandeling van het wetsvoorstel te hervatten.

Het is de hoop dat na dit debat snel besloten wordt hoe nu verder met het wetsvoorstel!

 

Reactie minister BZK op OvV-rapport ‘Bouwen aan constructieve veiligheid’

Op 29 oktober heeft minister Ollongren schriftelijk gereageerd op het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid naar aanleiding het instorten van de in aanbouw zijnde parkeergarage in Eindhoven. De minister geeft een schriftelijke reactie op het rapport in verband met de relatie tussen het rapport en het beleid van BZK. Het betreft:

  • De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De minister geeft aan dat de Wkb gebaseerd is op eenzelfde analyse van de staat van de bouw zoals de OVV geeft in haar rapport. De invoering van de Wkb geeft naar de mening van de minister dan ook invulling een een deel van de knelpunten die de OVV noemt.
  • Omgevingsveiligheid bouwplaatsen. Met dank aan de steun van de OVV verwijst de minster naar de eerder aan de Tweede Kamer toegezonden brief waarin maatregelen op dit gebied worden voorgesteld.
  • (Lopende) onderzoek naar breedplaatvloeren. Mede gezien de door de OVV genoemde (andere) oorzaak geeft Ollongren aan te onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de tot nu toe gehanteerde aanpak. Onderdeel van dit onderzoek is overleg tussen de opstellers van het stappenplan en de OVV.

De brief is hier te lezen.