Geen ‘draai’ maar steun van AFNL voor de Wkb

Het bestuur en de leden van Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) hebben zich tijdens een Ledenvergadering uitgesproken voor invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouwen en liefst op de korte termijn.

Met een ingezonden brief reageert AFNL op de verwarring die is ontstaan door de berichtgeving in Cobouw over de Wet kwaliteitsborging en het standpunt daarin van AFNL. In tegenstelling tot de ‘draai’ die de AFNL volgens Cobouw zou hebben gemaakt, staat de AFNL – hoewel de wet niet perfect is – achter het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen:

“De AFNL staat achter de uitgangspunten van de Wkb: het biedt de bonafide bouwbedrijven, die staan voor bouwkwaliteit, een kans om zich te onderscheiden. Het vakmanschap waar de leden van de bij de AFNL aangesloten verenigingen voor staan krijgt op die manier de waardering die het verdient. Voor de (aangescherpte) aansprakelijkheid lopen die bedrijven dan ook niet weg. De Wkb zal op die manier bijdragen aan de bouwkwaliteit en verbetering van het imago van de bouw.”

De volledige brief is hier te lezen: Ingezonden brief Wkb voor Cobouw 25 feb 2019.

Onderzoek Eigen Huis: ventilatie en geluid niet op orde

Vereniging Eigen Huis heeft bij 10 woningen gebouwd onder kwaliteitsborging onderzoek laten uitvoeren naar de ventilatie, installatiegeluid en luchtdichtheid. Het door BBA Binnenmilieu uitgevoerde onderzoek is op 9 juli aan minister Ollongren toegezonden. In de begeleidende brief, die in afschrift aan de fractievoorzitters in de Eerste Kamer is toegezonden, herhaalt Eigen Huis dat wat hen betreft de Wkb pas kan worden ingevoerd wanneer de pilots positieve resultaten laten zien. Ook mist Eigen Huis in de brief van Ollongren de toezegging dat de resultaten van pilots aanleiding kunnen geven tot aanpassing van het stelsel. Eigen Huis roept de minister nogmaals op om de aanscherping van de aansprakelijkheid direct in te voeren.

Het onderzoek van BBA Binnenmilieu is uitgevoerd bij 3 onder kwaliteitsborging gebouwde projecten in de gemeente Delft. Bij 10 woningen, opgeleverd in 2016 en 2017, is onderzocht hoe het staat met de ventilatiecapaciteit en het installatiegeluid. Bij 3 woningen is de luchtdichtheid onderzocht. De resultaten laten zien dat een deel van de woningen niet voldoet aan de wettelijke eisen:

  • De totale ventilatiecapaciteit bleek bij 3 van de 10 woningen onvoldoende. Bij de meeste woningen bleek het ventilatiesysteem onvoldoende ingeregeld.
  • Het installatiegeluid was bij 7 van de 10 woningen te hoog. Met name bij woningen met warmtepompen bleek dit een probleem
  • De luchtdichtheid voldeed niet bij 1 op de 3 woningen

Het onderzoek laat ook zien dat ventilatie en geluid nadrukkelijk samenhangen: de onderzoekers merken op dat bij ten minste één van de woningen de ventilatie door de bewoners is aangepast in verband met een te hoog installatiegeluid. De bewoners van de overige woningen geven aan de ventilatie niet (bewust) aangepast te hebben. De onderzoekers merken op dit punt op dat niet is gecontroleerd of de oorspronkelijke instelling bij oplevering nog aanwezig is en niet door bijvoorbeeld schoonmaken van de ventielen is gewijzigd.

BBA Binnenmilieu concludeert dat kwaliteitsborging onvoldoende garantie lijkt te bieden dat het binnenmilieu aan de voorschriften zal voldoen. De onderzoekers voegen daar aan toe dat de prestaties op het gebied van ventilatie, installatiegeluid en energie ook in traditionele bouwprojecten vaak onvoldoende zijn. Als we de resultaten – bij gebrek aan recent vergelijkingsmateriaal met het onderzoek van Eigen Huis – vergelijken met een onderzoek van de VROM-Inspectie uit 2007 of een onderzoek van het RIVM uit 2011 dan blijkt dat inderdaad het geval. Kanttekening daarbij is wel dat ten tijde van het onderzoek van de VROM-Inspectie er geen sprake was van eisen aan installatiegeluid, gebalanceerde ventilatie in de kinderschoenen stond en warmtepompen nog niet werden toegepast in de woningbouw.

Uit een – nog te publiceren – evaluatie van in de afgelopen jaren uitgevoerde proefprojecten blijkt dat kwaliteitsborgers vooral fouten uit bouwplannen halen die te maken hebben met ventilatie, installatiegeluid en geluidisolatie. Het onderzoek van Eigen Huis laat zien dat extra aandacht voor deze aspecten absoluut noodzakelijk is.

De brief en de onderzoeken zijn te lezen via onderstaande links:

Na de zomer bestuurlijk overleg Wkb

In reactie op de brief van de VNG van 29 juni schrijft minister Ollongren dat ze het voorstel van de VNG voor bestuurlijk overleg graag aanneemt. In de brief benadrukt de minister verder dat haar eerdere brief aan de Eerste Kamer geenszins bedoeld was om te suggereren dat er sprake was van een akkoord met de VNG. De minister stelt dat er van een akkoord tussen de VNG en BZK pas sprake is nadat deze afspraken wederzijds zijn bekrachtigd in een bestuurlijk akkoord.

Na de zomer praten minister en VNG verder en zal er naar alle waarschijnlijkheid – op verzoek van de VNG – ook nog een schriftelijk overleg met de Eerste Kamer volgen. De komende tijd besteden partijen verder aan het voorbereiden van de te maken afspraken.

Klik hier om de brief aan de VNG te lezen.

VNG en minister praten verder over Wkb

In reactie op de brief van 29 juni aan de Eerste Kamer schrijft de VNG aan minister Ollongren verrast te zijn door de inhoudelijke passages in die brief. De VNG geeft aan begrip te hebben voor het feit dat de Eerste Kamer geïnformeerd moest worden maar is niet blij met de suggestie dat ook over de inhoud al afspraken zijn gemaakt.

Het bestuursakkoord, dat de basis moet gaan vormen voor de verdere uitwerking van de wet, moet er wat de VNG betreft echter wel snel komen. De VNG stelt voor om hierover op korte termijn met de minister door te praten. Tevens wordt in de brief voorgesteld een gezamenlijke begeleider in te stellen om zo het proces te versnellen en het draagvlak te verbreden.

De volledige brief is via deze link te lezen via deze link te lezen. De reactie van minister Ollongren op de brief is te lezen via deze link.

Brief VNG, Eigen Huis en Bouwend Nederland aan BZK

Bron: CobouwUpdate: Inmiddels heeft de VNG de brief gepubliceerd

Op de website van Cobouw en LinkedIn wordt bericht over een brief die Vereniging Eigen Huis, Bouwend Nederland en de Vereniging Nederlandse Gemeenten eind april aan minister Ollongren hebben gestuurd. De drie partijen geven aan voort te willen bouwen op de positieve aandacht voor kwaliteit in de bouw die het traject van totstandkoming van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft opgeleverd. Ze geven daarbij 3 punten aan in relatie tot de invoering van de wet:

  1. Snelle invoering van de gewijzigde regels voor aansprakelijkheid van de bouwer jegens consumenten is wenselijk
  2. Voer het stelsel alleen als de kwaliteit aantoonbaar beter wordt tegen aanvaardbare kosten
  3. De rol van het bevoegd gezag moet helder zijn alvorens de wet kan worden ingevoerd

Cobouw citeert uit de toelichting die de drie partijen op deze drie punten geven. Op LinkedIn geeft Pieter Plass een analyse van de brief waarin hij onder meer aangeeft het een gemiste kans te vinden dat partijen niet met concrete oplossingen komen. De brief zelf is niet openbaar gemaakt.

Omgevingsweb publiceerde gisteren een open brief van Scholten, De Ridder, Thomsen en Nijsse aan de minister. In die brief wordt ook gepleit voor snelle invoering van de gewijzigde regels voor aansprakelijkheid. Het beoogde stelsel wordt echter als te complex beoordeeld en er wordt gepleit voor een grotere rol van de overheid.

“Twijfel over Wet kwaliteitsborging voor het bouwen”

Dit artikel is geschreven door Pieter Plass en overgenomen van LinkedIn

De Eerste Kamer heeft twijfels over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Het is onduidelijk of de beoogde wet ook echt een verbetering is, een verstandige keuze.

Die twijfel is niet weg te nemen met praten, meer uitleg over specifieke componenten en hoe die in samenhang moeten werken.

De praten route is een beetje zoals bij een zelfrijdende auto onder de motorkap kijken, eens goed tegen de banden trappen, er nog een keer omheen lopen, het over het ding hebben, praten, praten, om te ‘bepalen’ of het wel verstandig is hem de weg op te laten. Het vertrouwen of dat voertuig veilig is komt enkel van proberen, testen, eerst in een omgeving waar je geen brokken kunt maken en pas dan heel voorzichtig, weloverwogen, is het verstandig hem in het verkeer los te laten. Het is een ontwikkelproces waar vertrouwen uit ontstaat. Het proces op die manier doorlopen geeft feitelijke informatie voor keuzes.

Dat hebben we met de Wkb niet.

Uitgevoerde pilots, met name binnen de seriematige woningbouw, zijn er op gericht (geweest) initiatieven te belichten vanuit de reeds gemaakte keuze voor privatisering van gemeentelijk toezicht.

De vraag of private partijen toezicht kunnen houden is geen punt. Dat kunnen die partijen prima. Waar het om gaat is hoe privaat en publiek in elkaar haken. Effectief toezicht kan niet zonder handhaving en andersom ook niet. Op het raakvlak zit vooralsnog de uitdaging.

Bij uit te voeren pilots is vaker aan de orde gesteld dat het proefdraaien op landelijke schaal als opdracht van het Rijk naar gemeenten in samenwerking met BWT zou moeten plaatsvinden. Dit heeft geen invulling gekregen. Enkel door pilots op een dergelijke wijze uit te voeren kan de huidige werkwijze worden vergeleken met private kwaliteitsborging. Wat doet de gemeente, wat doet de private kwaliteitsborger, hoe gaat dat in zijn werk, waar hebben we elkaar nodig als het om handhaving gaat, hoe zit het met procedures enz.

Naar mijn mening is dit een vereiste voor de afweging of een stelselwijziging verantwoord is, het testen en het voortschrijdend ontwikkelen. Er was/is slechts één steekhoudend argument dit niet te doen. Een onderdeel van het wetsvoorstel is het prikkelen van de aannemer met de verzwaarde aansprakelijkheid. Deze aanpassing moet er voor zorgen dat de aannemer zelf meer met kwaliteitsborging gaat doen. Dat heeft een hoge verwachtingswaarde. Het is vaker als cruciaal onderdeel in de evenwichtigheid van het wetsvoorstel naar voren gebracht. Of dat met die prikkel in de praktijk zo gaat uitpakken kun je uiteraard niet met proefdraaien testen. Het zou is de volgorde der dingen dan ook logisch zijn (geweest) juist dit aspect te knippen van het toezichtdeel door de wijziging van de aansprakelijkheid zo snel mogelijk door te voeren. Hiermee zou duidelijk worden of deze aanpassing er inderdaad voor gaat zorgen dat aannemers zelf de kwaliteitsborging op orde gaan brengen. Nu is het een aanname.

Het wegnemen van twijfel kan slechts op één manier: alsnog de route bewandelen die de vereiste informatie oplevert voor een feitelijke weging.

De op een na beste manier is een fasering beloven’ met de nodige veiligheidspalletjes, momenten van bezinning enz. Een dergelijke route is de praktijktest nadat de wettelijke keuze is gemaakt en een ommezwaai, in praktische zin, nagenoeg onomkeerbaar is geworden. Gaat de knop om dan heeft dat verstrekkende consequenties voor de BWT-organisatie. Dat maak je niet, bij nader inzien, maar weer even ongedaan.

Op 30 april jl. heeft onze minister aangegeven vanwege te voeren overleg met betrokken partijen nog enkele weken extra tijd nodig te hebben alvorens er een brief komt over hoe nu verder.

“Doorbreek impasse kwaliteitsborging nu! “

Door Peter van der Mars, beleidssecretaris Metaalunie
Beleidsvisie, nr. 4-2017

Vlak voor het politieke zomerreces is er een impasse ontstaan in het wetgevingstraject rond kwaliteitsborging in de bouw. Voor sommigen volkomen onverwacht en voor anderen precies zoals zij gedacht hadden, wenst de Eerste Kamer de in de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp aangepast te zien. Hierbij werd vooral gefocust op twee aspecten: de rol van het bevoegd gezag in het nieuwe stelsel en de aansprakelijkheid van de aan- nemer in geval van een zakelijke/professionele opdrachtgever.

Er valt wat te zeggen voor de opmerkingen van de aannemers vertolkt door de CDA-fractie in de Eerste Kamer. Opdrachtgevers wiens businessmodel is het bouwen van bouwwerken ten behoeve van de verhuur of verkoop van gebouwen of het exploiteren van een GWW-werk, moeten worden geacht in staat te zijn om zelf aansprakelijk te zijn voor het ontwerp dat men wenst te laten bouwen. En in dit kader ook te bepalen of dat bouwplan gaat leiden tot een bouwwerk dat voldoet aan de wettelijke eisen zoals het Bouwbesluit.

Belangrijk hier is het natuurlijk wel om het Metaalunielid dat een nieuwe productiehal laat bouwen niet tot die categorie opdrachtgevers te rekenen. Het definiëren van de grens zal best lastig zijn maar is wel noodzakelijk. We kunnen hierin niet volstaan met een beschrijving als zakelijke opdrachtgevers versus niet-zakelijke opdrachtgevers. Met betrekking tot de positie van het bevoegd gezag is het van belang dat hierin snel duidelijkheid moet worden gecreëerd. Bijna alle partijen staan nu in de wachtstand. Gemeenten zijn hun afdelingen Bouw en woningtoezicht (BWT) aan het afbouwen (geweest) en de nieuwe kwaliteitsborging organisaties hebben nog lang geen bezetting aan borgers opgebouwd om de taken van BWT over te nemen. Logisch omdat er geen duidelijkheid is of de wet alsnog aangenomen wordt of niet en ook niet hoe lang of dit nog gaat duren.

Deze impasse komt juist op een tijdstip dat de bouw sterk aantrekt en er vele bouwprojecten op stapel staan. Er kunnen grote problemen verwacht worden bij het behandelen van de vergunningsaanvragen om- dat de capaciteit er niet meer is om die aanvragen te beoordelen. Hier past dus maar een credo: neem een besluit! Wees duidelijk en wacht daar niet nog maanden mee!

Standpunten Wkb in de aanloop naar het debat Eerste Kamer

Met het debat in de Eerste Kamer op komst (4 juli 2017, vanaf 15.25) hebben diverse partijen hun standpunten inmiddels schriftelijk aan de Eerste Kamer aangeboden. Hierna is een aantal punten uit de brieven van VNG, G4, AFNL en Aedes opgenomen. De brieven zelf zijn via de links in de tekst te lezen.

De VNG geeft aan dat ze blij zijn dat de wet op punten is aangepast, maar vragen nog wel om enkele broodnodige aanpassingen en een goed implementatietraject. De VNG geeft onder meer de volgende randvoorwaarden aan voor een goed stelsel:
– dat de rol van gemeenten helderder wordt vormgegeven;
– dat het oplevermoment nader wordt ingevuld;
– om 1 januari 2019 tot uitgangspunt te nemen voor de inwerkingtreding, en;
– dat een half jaar voorafgaand aan de inwerkingtreding in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en gemeenten beoordeeld wordt of inwerkingtreding realistisch en verantwoord is.

De Aannemersfederatie Nederland roept de Eerste Kamer in een brief op om snel te besluiten over de Wkb zodat deze zo spoedig mogelijk in kan gaan. In de brief geeft AFNL aan nog vragen te hebben naar aanleiding van de AMvB Kwaliteitsborging en geven ze hun visie hoe de verschillende voorschriften gelezen zouden moeten worden. Daarbij zou AFNL graag zie dat Gevolgklasse 1 breder wordt, door ook een deel van wat nu vergunning dan wel Bouwbesluittoetsvrij wordt hieronder te laten vallen. Ook wil AFNL verbouw van bouwwerken gevolgklasse 2/3 meenemen onder Gevolgklasse 1. Verder vraagt AFNL nadere uitleg over onder meer de onafhankelijkheid, de informatieplicht van de kwaliteitsborger en de waarschuwingsplicht van de aannemer.

Aedes geeft in haar brief aan in het huidige stelsel omvoldoende prikkels te zien voor bouwpartijen om daadwerkelijk kwaliteit te leveren. Doorslaggevende reden voor Aedes om het wetsvoorstel te steunen, is dat er voor de markt eindelijk echte prikkels worden geïntroduceerd om hun verantwoordelijkheid te nemen. Aedes concludeert dat in dit nieuwe stelsel de verantwoordelijkheid van bouwpartijen voor de gerealiseerde kwaliteit van het bouwwerk centraal, gaan onafhankelijke private partijen de kwaliteit borgen tijdens het bouwen, houdt de overheid toezicht op het functioneren van het stelsel en wordt de positie van de bouwconsument versterkt.

Namens de G4 geeft de gemeente Den Haag in een brief aan van mening te zijn dat de amendementen die ter verbetering van de positie van gemeenten in de Wkb zijn opgenomen onvoldoende zijn uitgewerkt. In de brief doet de G4 daarom enkele voorstellen voor aanpassing van het Besluit kwaliteitsborging. De aspecten die beter geregeld zouden moeten worden zijn de relatie is tussen de risicobeoordeling en de rol van de gemeente en  het dossier gereedmelding en de rol van de gemeente. De G4 biedt aan om dit gezamenlijk op te pakken.