Onderzoek gevolgen Wkb voor gemeenten

In opdracht van de gemeente Woerden heeft Debra Kasbergen vorig jaar onderzoek gedaan naar de gevolgen voor gemeenten mocht de Wkb doorgang vinden. Kasbergen voerde het onderzoek – waarmee ze de jaarlijkse scriptieprijs won – uit in het kader van haar rechtenstudie aan de Hogeschool Leiden.

Het doel van het onderzoek was gemeente Woerden adviseren hoe de huidige werkprocessen, verordeningen en beleid aangepast moeten worden als gevolg van de Wkb. De conclusie die Kasbergen trekt is dat ht nieuwe stelsel staat of valt met ‘loslaten’. Als de gemeente haar traditionele taak uit blijft voeren omdat zij geen vertrouwen heeft in de markt, zal de kwaliteitsborger zijn rol niet oppakken en zal de bouwer niet de urgentie voelen om zijn verantwoordelijkheid te nemen. Een tweede belangrijke conclusie is dat ook handhaving door de gemeenten cruciaal isz voor het slagen van de Wkb. Volgens Kasbergen wordt de kwaliteitsborger “een gekooide tijger” als de gemeente dit nalaat.

Kasbergen pleit er voor om alle partijen binnen een gemeenten tijdig mee te nemen in de nieuwe rol en werkwijze. Ook de gemeenteraad moet vooraf duidelijk worden gemaakt wat taak en rol van de gemeente onder de Wkb is.

Het onderzoeksrapport is via deze link te downloaden

Benchmark van de bouw – De klant centraal

Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) heeft op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een onderzoek gedaan naar de mogelijke invulling van een benchmarksysteem van de bouw. Doel van het onderzoek is om inzicht te bieden in de mogelijke routes voor een robuust raamwerk dat voor consumenten een transparantere bouwmarkt creëert.

EIB concludeert onder meer het essentieel is dat de informatie over kwaliteit en prijs van (ver)bouwwerkzaamheden door een onafhankelijke partij verzameld en verwerkt worden. Daarnaast is geconstateerd dat consumenten naast een score per aannemer ook zoeken naar informatie over bijvoorbeeld specialisaties en certificering van bedrijven.

Het rapport is via deze link te lezen.

“Voor verbetering is meer nodig dan een Wet Kwaliteitsborging Bouw”

Op 27 maart jl. promoveerde Hugo Strang aan de TU Delft op het onderwerp ‘Toezicht en coördinatie in het bouwproces’. Op de website van de TU Delft is een kort interview gepubliceerd waarin Strang een aantal factoren noemt die bepalend zijn voor het slagen van een bouwproject. Toezicht en coördinatie zijn daarbij essentieel. Strang noemt een onafhankelijke coördinator, een heldere overlegstructuur en duidelijk vastgelegde aansprakelijkheidsprikkels als voorwaarden hierbij. De Wkb geeft hieraan  aar zijn mening slecht beperkt invulling.

Strang geeft tevens aan dat de in de Wkb beoogde aanpassing in de aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering een goede ontwikkeling is. Al hoewel er op de formulering naar zijn mening nog wel wat aan te merken is.

Het gehele interview met Hugo Strang is te lezen via deze link. Lees ook het interview met Hugo Strang in Cobouw.

Promotieonderzoek: “Wkb leidt tot hogere bouwkwaliteit”

Op 2 oktober a.s. om 16:30 u zal mr. ing. P.M.J. de Haan in het openbaar zijn proefschrift verdedigen in de Academiezaal van de aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, in Nijmegen. Hij heeft als onafhankelijke promovendus gedurende bijna vier jaar onderzocht of de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging uit het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) leidt tot de beoogde hogere bouwkwaliteit. Daarnaast heeft hij onderzocht of alternatieven leiden tot een hogere bouwkwaliteit.

Inmiddels is de niet-commerciële versie van zijn proefschrift verschenen met de titel “De preventieve en repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften in het publieke bouwrecht. Constructieve veiligheid nader beschouwd”. Later zal een aangepaste commerciële versie van zijn proefschrift in de Bouwrecht Monografieën van het Instituut voor Bouwrecht verschijnen, die dus te koop zal zijn. Daarin zal ook de bouwactiviteit onder de Omgevingswet worden toegelicht. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift.

Het stelsel van kwaliteitsborging leidt – bij uitvoering zoals beoogd – volgens De Haan tot een hogere bouwkwaliteit. Ook bevat het nieuwe stelsel aanzienlijk meer waarborgen om die hogere bouwkwaliteit te realiseren dan het geldende stelsel. In het stelsel van kwaliteitsborging toetst een kwaliteitsborger in zijn risicobeoordeling of het bouwplan aan het Bouwbesluit voldoet. Hoewel die risicobeoordeling geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning is, kan het bevoegd gezag naar aanleiding daarvan in een uiterst geval aanwijzingen geven en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Als het bouwplan niet aan het Bouwbesluit 2012 voldoet, dan geeft de kwaliteitsborger in een borgingsplan aanwijzingen tot aanpassing van het bouwplan. Ook naar aanleiding van dit borgingsplan kan het bevoegd gezag ingrijpen en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Daarnaast moet de kwaliteitsborger bouwfouten aan het bevoegd gezag melden. Naar aanleiding daarvan kan het bevoegd gezag dan weer handhaven. Voorts is de kwaliteitsborger verplicht het voltooide bouwwerk te controleren. De kwaliteitsborger geeft alleen een verklaring af als dat bouwwerk aan de nieuwbouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012 voldoet. Zonder die positieve verklaring mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Bovendien kan de kwaliteitsborger aansprakelijk worden gesteld als hij ten onrechte een verklaring heeft afgegeven. De gereedmelding volstaat niet. Het bevoegd gezag kan besluiten dat ingebruikname niet is toegestaan, omdat de positieve verklaring bij de gereedmelding ontbreekt. Dit dwingt de aannemer om een bouwwerk te realiseren dat aan de nieuwbouwvoorschriften voldoet. De verhoogde aansprakelijkheid van de aannemer in het wetsvoorstel Wkb – die buiten het kader van dit promotieonderzoek valt – dwingt de aannemer verder een hoge bouwkwaliteit te realiseren.

In het nu geldende stelsel geldt alleen een preventieve aannemelijkheidstoets van het bouwplan door het bevoegd gezag. Tot drie weken voor aanvang van de bouw mag de initiatiefnemer nog technische bouwtekeningen en berekeningen indienen, terwijl hij al de omgevingsvergunning heeft om te bouwen. Bovendien is het bevoegd gezag niet verplicht om het gerealiseerde bouwwerk te controleren. De gemeentelijke bouwinspecteur komt thans weinig op de bouw om te controleren, aldus De Haan.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wkb in de Eerste Kamer is besproken of er geen betere alternatieven zijn. De Haan komt tot de conclusie dat het onwenselijk is in plaats van het stelsel van kwaliteitsborging een andere vorm van bouwtoezicht in te voeren. Er zijn geen goede alternatieven voor het stelsel van kwaliteitsborging. De erkende technische oplossingen gaan uit van gestandaardiseerde oplossingen voor bouwdelen om aan te tonen dat het bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 voldoet. Daarbij wordt geprobeerd om locatieafhankelijke factoren mee te nemen. De Haan ziet echter geen praktische mogelijkheden om bijvoorbeeld de zeer diverse Nederlandse ondergrond als locatieafhankelijke factor mee te nemen. Ook is het niet doorrekenen van de wisselwerking tussen de verschillende constructiedelen gevaarlijk.

Bij andere alternatieven voert het bevoegd gezag een intensievere toetsing van het gerealiseerde bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 uit. Dit staat op gespannen voet met het gebrek aan kennis en capaciteit bij de kleinere gemeenten. Dit kan worden opgelost door de toetsing te laten uitvoeren door een regionaal overheidsorgaan. De regering wil echter dat de private bouwsector meer verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit neemt, zodat ook een repressieve toetsing door een regionaal overheidsorgaan geen oplossing biedt. Doordat het overheidsorgaan dan aangeeft dat het gerealiseerde bouwwerk veilig is voor ingebruikname, wordt ten onrechte meer verantwoordelijkheid bij de overheid neergelegd. Er is ook geen realistische mogelijkheid om meer ambtenaren bouw- en woningtoezicht aan te trekken. De leges kunnen niet verder worden verhoogd voor een financiering van die ambtenaren.

Met de aantrekkende bouwsector zullen afgestudeerden volgens De Haan liever niet kiezen voor een baan als ambtenaar. Jarenlang is immers door bezuinigingen roofbouw gepleegd op de gemeentelijke afdelingen bouw- en woningtoezicht. De Haan beveelt aan het stelsel van kwaliteitsborging in te voeren.

Tekst: Peter de Haan

 

 

Onderzoek naar contractvormen onder de Wkb

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van het ministerie van BZK onderzocht wat de positie van de consument is bij verschillende contractvormen voor het realiseren van een nieuwbouwwoning. Uitgaande van de situatie na invoering van de Wkb is met name gekeken naar de verschillen tussen de koopovereenkomst en de aannemingsovereenkomst. SEO concludeert dat beide contractvormen voordelen hebben voor de consument (Zie ook de uit het rapport afkomstige overzichtstabel):

Koop biedt twee voordelen:

  • De koper betaalt pas bij aflevering
  • Bij koop geldt conformiteit volgens de koopovereenkomst

Daartegenover staan enkele voordelen van aanneming ten opzichte van koop, deels als gevolg van het Wetsvoorstel:

  • De aannemer is verplicht te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht
  • Onder de Wkb is de aannemer aansprakelijk voor niet ontdekte gebreken (die aan hem toerekenbaar zijn), bij koop alleen voor gebreken die de koper niet redelijkerwijs had kunnen ontdekken.
  • Bij aanneming is de aannemer verplicht de opdrachtgever schriftelijk de mogelijkheid te bieden om tot opschorting over te gaan.

SEO adviseert te komen tot contractvormen die de voordelen van beiden combineert. Tevens adviseert SEO omvia de voorwaarden van garantie- en waarborgregelingen ook koop als contractvorm mogelijk te maken. Het volledige rapport van SEO is via rijksoverheid.nl downloaden

 

Onderzoeken #kwaliteitsborging voor het bouwen aangeboden aan de Tweede Kamer

Op vrijdag 9 december heeft minister Blok een drietal onderzoeken over de Wkb aangeboden aan de Tweede Kamer: Financiële gevolgen voor gemeenten, Tussentijdse evaluatie proefprojecten en De rol van de gemeente binnen het stelsel van private kwaliteitsborging.

Het rapport Kwaliteitsborging bouwen achterblijvende taken en financiële gevolgen voor gemeenten (Cebeon, 2016) geeft een verdieping op het eerder door Sira Consulting uitgevoerd onderzoek naar de financiële gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het rapport bespreekt op basis van de financiële verantwoording van gemeenten wat de effecten zijn van het wegvallen van de toets aan het Bouwbesluit en wat de gevolgen zijn voor de kosten van de achtergebleven taken. Cebeon concludeert dat onder invloed van de Wkb de gemeentelijke lasten naar verwachting sterker afnemen dan de baten, waardoor het dekkingstekort vanuit de leges per saldo afneemt tot minder dan 20% (macro), hetgeen vanuit gemeenten gezien een positieve ontwikkeling is. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de verschillen per gemeente groot zijn en dat daardoor ook de uiteindelijke effecten kunnen verschillen. Verder verwacht Cebeon dat door het verder aantrekken van de conjunctuur mag worden verwacht dat de legesinkomsten (voor projecten met een grote bouwsom) toenemen, maar de kosten niet evenredig zullen stijgen.

Het rapport Tussentijdse evaluatie proefprojecten (Ligthart Advies, 2016) bevat een onderzoek naar de resultaten van en ervaringen met het experiment Keurmerk Garantiewoning en de pilots Amsterdam-Zeeburgereiland en Leiderdorp-Plantage. Een belangrijke conclusie in het rapport is dat er een duidelijk leereffect van alle proefprojecten uitgaat. Dat geldt zowel de gemeenten als de instrument- aanbieders, de kwaliteitsborgers en de bouwers. De werkwijze van de kwaliteitsborgers is in alle beschouwde proefprojecten aangepast naar aanleiding van de ervaringen, met name als het gaat om constructieve veiligheid. In alle drie de projecten is ingrijpen door het bevoegd gezag en / of de kwaliteitsborger noodzakelijk gebleken. Wellicht mede daardoor is door Ligthart geconstateerd dat het bewustzijn van de eigen verantwoordelijkheid bij de bouwers toeneemt.

Het rapport De rol van de gemeente binnen het stelsel van private kwaliteitsborging (Lubach, Boogers, Stok, & Plat, 2016) beschrijft de bestuursrechtelijke en bestuurskundige aspecten van de rol van gemeenten na invoering van de Wkb. Het eerste deel bespreekt de spagaat tussen het bewijsvermoeden dat de verklaring bij gereedmelding oplevert versus de taak van gemeenten om zo nodig handhavend op te treden. Naar de mening van de onderzoekers is het hierbij noodzakelijk om te zorgen voor een goede communicatie en informatie tussen de actoren en aandacht voor maatregelen die het vertrouwen tussen de actoren versterken. Ook in het tweede deel komt informatieverstrekking nadrukkelijk aan de orde, en dan specifiek richting het bestuur en de Raad. Ook zij moeten goed op de hoogte zijn van de wijzigingen die het nieuwe stelsel met zich meebrengt als het gaat om taken en bevoegdheden. Wat betreft de resterende taken adviseren onderzoekers om regionale samenwerking te faciliteren. Tot slot wordt geadviseerd een praktisch leidraad op te stellen voor de invoering van de Wkb voor gemeenten.

In de aanbiedingsbrief geeft minister Blok aan de aanbevelen over te nemen en met de VNG en andere betrokkenen in overleg te treden over de uitvoering daarvan.

 

QuickScan stelsels Kwaliteitsborging Bouwen in het buitenland

In het kader van de voorbereiding van het wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een bureau-onderzoek uit laten voeren naar de stelsels voor kwaliteitsborging in zeven westerse landen (Duitsland, Engeland en Wales, Frankrijk, Ierland, Zweden, Noorwegen en Australië). Het ministerie wil met dit onderzoek inzicht krijgen in de mogelijkheden hoe een stelsel voor kwaliteitsborging verder kan worden ingericht. Vragen zijn bijvoorbeeld:

  • Wat zijn de precieze taken en verantwoordelijkheden van de private en publieke partijen in de stelsels?
  • Hoe is de aansprakelijkheid van de private partijen geregeld?
  • Wat is de rol van verzekeringen?

Het gaat in dit onderzoek primair om de uitvoeringsaspecten van de stelsels. Het onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeksinstituut OTB van de Technische Universiteit Delft. Het rapport is via deze link te lezen.

Consumenteninformatie: Digitaal, alles bijeen en device onafhankelijk

protypeRecent heeft Mare Research in opdracht van BZK een onderzoek uitgevoerd naar de informatiebehoefte van consumenten.  In het onderzoek zijn 52 consumenten geïnterviewd die recent een huis gekocht of verbouwd hebben en mensen die dat op korte termijn van plan zijn. Tevens is een aantal huurders geïnterviewd. Het onderzoek geeft op basis van de interviews en aanvullend onderzoek antwoord op de vragen:

  1. Wat vindt de Bouwconsument noodzakelijk om te weten (basis opleverdossier, minimaal benodigde informatie).
  2. Wat vindt de Bouwconsument wenselijk om te weten (optioneel, pluspakket?).
  3. Hoe moet de informatievoorziening eruitzien (vorm, digitaal/ fysiek).
  4. Hoe moet de informatievoorziening verlopen (wie vult/ vullen het dossier, toegang, delen, statisch vs. meebewegen met Bouwconsument).

Op basis van het onderzoek concludeert Mare dat er nadrukkelijk behoefte is aan meer informatie, niet alleen over de woning maar ook de directe omgeving. Mare beveelt aan om te komen tot een digitaal platform om deze informatievoorziening mogelijk te maken.

Het gehele rapport Opleverdossier voor de Bouwconsument is hier te lezen.

Onderzoeken Wkb naar Tweede Kamer

image002Vooruitlopend op het wetsvoorstel zelf, heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vandaag de onderzoeken over de kosten en baten van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer toegezonden. Het betreft de door EIB uitgevoerde maatschappelijke kosten-baten analyse (MKBA) en de door Sira Consulting uitgevoerde onderzoeken naar de administratieve lasten (AL) voor burgers en bedrijven en de financiële gevolgen voor gemeenten.

De MKBA laat zien dat het wetsvoorstel een positief effect heeft op de maatschappelijke kosten en baten en ook uit het AL-onderzoek komt een beperkte afname van de administratieve lasten naar voren. Het onderzoek naar de financiële gevolgen voor gemeenten leidt niet tot een directe uitkomst. De onderzoekers constateren dat de gemeentelijke praktijk te divers is om te komen tot een uitspraak over de gevolgen voor (individuele) gemeenten. Wat in de onderzoeken niet aan de orde komt zijn de aanpassingen in de leges als gevolg van het wetsvoorstel.

In de begeleidende brief geeft minister Blok aan de komende tijd nog enkele aanvullende gesprekken met bouwende partijen, overheden en consumentenorganisaties te gaan voeren ter afronding van het wetsvoorstel. De verwachting is dat de gesprekken in februari zullen worden afgerond.

De brief en de onderzoeken zijn via deze link te lezen.

Eerder heeft iBK een advies gepubliceerd over de planning van het wetsvoorstel. De beoogde toezending van het wetsvoorstel aan de Kamer past binnen deze planning.

 

Onderzoek naar het draagvlak voor de oprichting van een Register van Bouwbesluitdeskundigen

Vanuit het Constructeursregister is onderzocht in hoeverre er bij marktpartijen draagvlak is voor de oprichting van een Register van Bouwbesluitdeskundigen. Een dergelijk register zou – gekoppeld aan de wettelijke eisen die gesteld worden aan kwaliteitsborgers – direct duidelijk maken welke personen voor welke instrumenten voor kwaliteitsborging ingezet kunnen worden. Naar de mening van iBK draagt een dergelijk register bij aan een goede werking van het beoogde stelsel en om die reden is een bijdrage verleend aan het vooronderzoek. Het Constructeursregister werkt inmiddels aan de vervolg dat naar verwachting volgend jaar zijn beslag krijgt.

De eindrapportage van het onderzoek:  Register van Bouwbesluitdeskundigen.