Marktinitiatieven: trainingen kwaliteitsborging Greenworks Academy

Greenworks Academy organiseert training voor werkvloer en management over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Zaken die aan de orde komen zijn:

  • Wet- en regelgeving
  • De rol van opdrachtgever versus opdrachtnemer
  • Hoe u succesvol met elkaar samenwerkt
  • Hoe u de risico’s van een project bepaalt
  • Hoe u een goed projectdossier opbouwt
  • Kwaliteitsborging op de werkvloer

Meer informatie:

Wet private kwaliteitsborging voor het management Bekijk training
Wet private kwaliteitsborging voor de uitvoering Bekijk training

Ook zonder Wkb zijn (pilot)projecten mogelijk

Verschillende aannemers, adviseurs en opdrachtgevers hebben aangegeven om – ondanks uitstel van de Wkb – door te willen gaan met kwaliteitsborging. Ook als gemeente is het mogelijk om aan pilotprojecten mee te doen en zo alvast kennis te maken met de kwaliteitsborging die bedrijven zelf organiseren. U kunt daarbij als gemeente zelf de spelregels bepalen, waarbij er wel enkele – juridische – randvoorwaarden gelden. Voorkomen moet worden dat – door bijvoorbeeld een klacht van een boze buurman – een vergunning uiteindelijk vernietigd zou worden bij de rechter. Het is daarom van belang dat een aanvrager daadwerkelijk aannemelijk maakt dat aan de voorschriften wordt voldaan. Dat kan prima op basis van de informatie die de aanvrager en/of zijn kwaliteitsborger u levert. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn:

  1. Het bevoegd gezag verleend vergunning pas indien het naar zijn mening aannemelijk is dat aan de voorschriften wordt voldaan. U moet dus wel het hele plan beoordelen. U heeft daarbij wel de ruimte om te variëren in intensiteit van de toetsing. Werkt u bijvoorbeeld met een toetsprotocol dan kunt u de aangeleverde rapportage van de kwaliteitsborger beoordelen op het laagste toetsniveau.
  2. Het al dan niet ‘aannemelijk zijn’ is gebaseerd op door de aanvrager aangeleverde gegevens en bescheiden. U mag een kwaliteitsborger of opdrachtgever niet op zijn of haar blauwe ogen geloven. Dus naast een toetsrapportage moet een complete set gegevens en bescheiden worden overlegd. Dat kan natuurlijk eerst op hoofdlijn en vervolgens – op basis van 2.7 Mor – meer in detail direct voor of tijdens de bouw.

Meer informatie over de aannemelijkheidstoets leest u in het memo Reikwijdte-aannemelijkheidstoets: nu al starten met pilots.

marktinitiatieven: Jaarcongres VTH – 23 november 2017

Download hier het volledige programma

Blog: Meer kwaliteit, ook zonder Wkb

Hoe je méér bouwkwaliteit krijgt (ook zonder de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen)

Dit artikel is geschreven door Ottilie Laan en gepubliceerd op De Bouwadvocaat

‘Madonna, what have I done?’

‘Are we really going down? I don’t understand’ schreeuwde kapitein Mario Schettino.

Op dat moment sloegen de rotsen Isole Le Scole een gigantisch gat in de romp van de Costa Concordia. Een kwartier later kapseisde het cruiseschip in ondiep water net buiten de haven van Giglio. Kapitein Mario Schettino bracht een zeemansgroet. De rotsen zag hij over het hoofd. Ze stonden niet op de kaart, zei hij. In werkelijkheid staan ze er wel op. Èn steken ze duidelijk boven het water uit.

Zo ging het ook met het wetsvoorstel voor de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen.

Wat regelt Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen?

In dit wetsvoorstel zorgt de bouw zelf voor meer bouwkwaliteit en een betere positie van de bouwconsument. Private kwaliteitsborgers toetsen bouwplannen vooraf en houden toezicht tijdens de bouw. De aannemer is eerder aansprakelijk. Ondertussen blijven gemeenten verplicht om te handhaven als een bouwwerk na de oplevering niet voldoet aan de voorschriften.

Waarom is de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in het zicht van de haven gestrand?

Tijdens het debat vergeleek Minister Plasterk het bouwen van een bouwwerk met het kopen van een auto bij de dealer. Als de auto niet goed is, ga je terug naar de dealer. Als het bouwwerk niet goed is, ga je terug naar de aannemer. Die vergelijking gaat mank.

Lees meer…

Promotieonderzoek: “Wkb leidt tot hogere bouwkwaliteit”

Op 2 oktober a.s. om 16:30 u zal mr. ing. P.M.J. de Haan in het openbaar zijn proefschrift verdedigen in de Academiezaal van de aula van de Radboud Universiteit, Comeniuslaan 2, in Nijmegen. Hij heeft als onafhankelijke promovendus gedurende bijna vier jaar onderzocht of de invoering van het stelsel van kwaliteitsborging uit het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) leidt tot de beoogde hogere bouwkwaliteit. Daarnaast heeft hij onderzocht of alternatieven leiden tot een hogere bouwkwaliteit.

Inmiddels is de niet-commerciële versie van zijn proefschrift verschenen met de titel “De preventieve en repressieve toetsing aan bouwtechnische voorschriften in het publieke bouwrecht. Constructieve veiligheid nader beschouwd”. Later zal een aangepaste commerciële versie van zijn proefschrift in de Bouwrecht Monografieën van het Instituut voor Bouwrecht verschijnen, die dus te koop zal zijn. Daarin zal ook de bouwactiviteit onder de Omgevingswet worden toegelicht. Hieronder volgen de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift.

Het stelsel van kwaliteitsborging leidt – bij uitvoering zoals beoogd – volgens De Haan tot een hogere bouwkwaliteit. Ook bevat het nieuwe stelsel aanzienlijk meer waarborgen om die hogere bouwkwaliteit te realiseren dan het geldende stelsel. In het stelsel van kwaliteitsborging toetst een kwaliteitsborger in zijn risicobeoordeling of het bouwplan aan het Bouwbesluit voldoet. Hoewel die risicobeoordeling geen weigeringsgrond voor een omgevingsvergunning is, kan het bevoegd gezag naar aanleiding daarvan in een uiterst geval aanwijzingen geven en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Als het bouwplan niet aan het Bouwbesluit 2012 voldoet, dan geeft de kwaliteitsborger in een borgingsplan aanwijzingen tot aanpassing van het bouwplan. Ook naar aanleiding van dit borgingsplan kan het bevoegd gezag ingrijpen en zo nodig tijdens de bouw handhaven. Daarnaast moet de kwaliteitsborger bouwfouten aan het bevoegd gezag melden. Naar aanleiding daarvan kan het bevoegd gezag dan weer handhaven. Voorts is de kwaliteitsborger verplicht het voltooide bouwwerk te controleren. De kwaliteitsborger geeft alleen een verklaring af als dat bouwwerk aan de nieuwbouwvoorschriften uit het Bouwbesluit 2012 voldoet. Zonder die positieve verklaring mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Bovendien kan de kwaliteitsborger aansprakelijk worden gesteld als hij ten onrechte een verklaring heeft afgegeven. De gereedmelding volstaat niet. Het bevoegd gezag kan besluiten dat ingebruikname niet is toegestaan, omdat de positieve verklaring bij de gereedmelding ontbreekt. Dit dwingt de aannemer om een bouwwerk te realiseren dat aan de nieuwbouwvoorschriften voldoet. De verhoogde aansprakelijkheid van de aannemer in het wetsvoorstel Wkb – die buiten het kader van dit promotieonderzoek valt – dwingt de aannemer verder een hoge bouwkwaliteit te realiseren.

In het nu geldende stelsel geldt alleen een preventieve aannemelijkheidstoets van het bouwplan door het bevoegd gezag. Tot drie weken voor aanvang van de bouw mag de initiatiefnemer nog technische bouwtekeningen en berekeningen indienen, terwijl hij al de omgevingsvergunning heeft om te bouwen. Bovendien is het bevoegd gezag niet verplicht om het gerealiseerde bouwwerk te controleren. De gemeentelijke bouwinspecteur komt thans weinig op de bouw om te controleren, aldus De Haan.

Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wkb in de Eerste Kamer is besproken of er geen betere alternatieven zijn. De Haan komt tot de conclusie dat het onwenselijk is in plaats van het stelsel van kwaliteitsborging een andere vorm van bouwtoezicht in te voeren. Er zijn geen goede alternatieven voor het stelsel van kwaliteitsborging. De erkende technische oplossingen gaan uit van gestandaardiseerde oplossingen voor bouwdelen om aan te tonen dat het bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 voldoet. Daarbij wordt geprobeerd om locatieafhankelijke factoren mee te nemen. De Haan ziet echter geen praktische mogelijkheden om bijvoorbeeld de zeer diverse Nederlandse ondergrond als locatieafhankelijke factor mee te nemen. Ook is het niet doorrekenen van de wisselwerking tussen de verschillende constructiedelen gevaarlijk.

Bij andere alternatieven voert het bevoegd gezag een intensievere toetsing van het gerealiseerde bouwwerk aan het Bouwbesluit 2012 uit. Dit staat op gespannen voet met het gebrek aan kennis en capaciteit bij de kleinere gemeenten. Dit kan worden opgelost door de toetsing te laten uitvoeren door een regionaal overheidsorgaan. De regering wil echter dat de private bouwsector meer verantwoordelijkheid voor de bouwkwaliteit neemt, zodat ook een repressieve toetsing door een regionaal overheidsorgaan geen oplossing biedt. Doordat het overheidsorgaan dan aangeeft dat het gerealiseerde bouwwerk veilig is voor ingebruikname, wordt ten onrechte meer verantwoordelijkheid bij de overheid neergelegd. Er is ook geen realistische mogelijkheid om meer ambtenaren bouw- en woningtoezicht aan te trekken. De leges kunnen niet verder worden verhoogd voor een financiering van die ambtenaren.

Met de aantrekkende bouwsector zullen afgestudeerden volgens De Haan liever niet kiezen voor een baan als ambtenaar. Jarenlang is immers door bezuinigingen roofbouw gepleegd op de gemeentelijke afdelingen bouw- en woningtoezicht. De Haan beveelt aan het stelsel van kwaliteitsborging in te voeren.

Tekst: Peter de Haan

 

 

Redactioneel IBR: “Eisen van goed en deugdelijk werk”

Bron: Instituut voor Bouwrecht (www.ibrtracker.nl), 29-08-2017

Redactioneel: Eisen van goed en deugdelijk werk en de verplichting tot leveren van handleiding voor gebruik en onderhoud

Inmiddels zal iedereen op de hoogte zijn van het voorlopig stilliggen van de behandeling van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen. Toch blijven de in de wet geregelde onderwerpen actueel. Eén van de onderwerpen die bij deze wet een rol speelt is het zogenaamde opleverdossier voor de consument. Dat het onderwerp leeft in de bouwpraktijk, blijkt ook uit een recente uitspraak van de Raad van Arbitrage die hieronder door mr. dr. E.M. Bruggeman wordt besproken.

Het opleverdossier in de Wet kwaliteitsborging
Over het opleverdossier is al veel geschreven in TBR en in dit medium.1 Ik houd het daarom kort. In de Memorie van Toelichting werd al aangegeven dat de wens tot introductie van een dergelijk dossier leefde, maar was de levering ervan door de aannemer niet verplicht gesteld middels een (dwingendrechtelijke) bepaling.2 Met het aannemen van amendement nr. 17 wilde de Tweede Kamer toch een bepaling wijden aan dat dossier (art. 7:757a BW). In het dossier wordt o.a. aan de opdrachtgever informatie verstrekt die hem inzicht zou moeten geven in wat nu daadwerkelijk is geleverd. Voor de volledigheid: het nieuw in te voeren artikel is niet van dwingend recht, dus partijen kunnen te allen tijde overeenkomen dat geen dossier, of een dossier met andere inhoud dan genoemd in het artikel, wordt geleverd.3

De te leveren informatie en bescheiden genoemd in het wetsartikel, zijn niet allemaal even duidelijk omschreven, maar onder b is wel opgenomen dat ook gegevens en bescheiden die nodig zijn voor gebruik en onderhoud van het bouwwerk geleverd moeten worden.

Dit is, in tegenstelling tot een aantal andere in het artikel genoemde punten, een redelijk concreet onderdeel van het voorstel. En het valt uit consumentrechtelijk oogpunt toe te juichen. Voor verkrijgers is informatie voor gebruik en onderhoud van hun woning uiteraard van essentieel belang om zo (onnodige) schade of vroegtijdige slijtage door onjuist gebruik of onjuist onderhoud, te voorkomen. Zeker voor het de Cv-ketel, de afwasmachine, ingewikkelde Warmte-terugwin-installaties (WTW), warmte-koude-opslag-installaties (WKO) en domotica-systemen is het ontvangen van een goede handleiding essentieel.

De Bouwpraktijk
De Raad van Arbitrage deed onlangs een interessante uitspraak over de vraag of op aannemers de verplichting tot het leveren van een goede handleiding en andere informatie nodig voor het onderhoud, niet (al) rust op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk. Het gaat om RvA 6 juli 2017, No. 80.966.

Aannemer heeft de woning van verkrijgers gebouwd op basis van een aannemingsovereenkomst (projectmatige bouw) voor eengezinshuizen met toepassing van de Woningborg garantie- en waarborgregeling overeenkomstig het Woningborg model van januari 2010.

De overeenkomst is gedateerd op 10 september 2010. In de overeenkomst heeft aannemer zich jegens verkrijgers verbonden conform de betreffende technische omschrijving en tekening(en) en voor zover aanwezig staten van wijziging de woning (af) te bouwen naar de eisen van goed en deugdelijk werk met inachtneming van de voorschriften van overheid en nutsbedrijven. Bij de overeenkomst zit een technische omschrijving. In die technische omschrijving is een uitgebreide passage opgenomen over de eigenschappen van de Warmte- en Koude Opslag Installatie (WKO).

Bij de Raad van Arbitrage klagen verkrijgers, zeer kort samengevat, dat de WKO-installatie niet is uitgevoerd en functioneert zoals zij op basis van de technische omschrijving en de eisen van goed en deugdelijk werk mochten verwachten en niet goed is ingeregeld. Voorts voegen zij daar ter zitting aan toe dat aannemer schriftelijke specificaties, gebruiks-instructies en handleidingen moet verstrekken van het systeem dat is aangebracht (onder 1.5 van de uitspraak). In de memorie van eis is toegelicht dat aanneemster bij haar pogingen de klachten over de WKO te verhelpen wijzigingen in de aansturing daarvan heeft aangebracht die niet zijn omschreven in het onderdeel van de technische omschrijving dat ingaat op de WKO. Verkrijgers verlangen dat aannemer hen schriftelijke specificaties van de aangebrachte installatie-onderdelen met gebruiksinstructies en handleidingen verschaft.

In rov. 21 komt de Raad tot het oordeel dat de verkrijgers terecht klagen:
‘Aannemer is op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk verplicht verkrijgers voldoende informatie te verschaffen om het mogelijk te maken de aangebrachte voorzieningen te bedienen en te onderhouden.4 Hij dient daartoe de gebruiksinstructies van de installatie als geheel voldoende duidelijk, schriftelijk (waaronder arbiter tevens elektronisch verstaat) toe te lichten en de specificaties en handleidingen van de geplaatste apparatuur te verstrekken.’.

In het hier beschreven geschil ging het om een vrij ingewikkelde, althans voor consumenten, WKO-installatie die zowel ten aanzien van het gebruik als het onderhoud behoorlijk wat toelichting nodig had. Daar kwam bij dat aannemer, om de door verkrijgers geuite klachten over het systeem te verhelpen, ook wijzigingen had aangebracht ten opzichte van het systeem zoals dat omschreven was in de technische omschrijving. Verkrijgers konden op grond van de technische omschrijving en als gevolg van de aangebrachte wijziging, niet op juiste wijze (zo blijkt uit de uitspraak) het systeem bedienen en onderhouden. Derhalve oordeelde arbiter dat aannemer op grond van de eisen van goed en deugdelijk werk verplicht was gebruiksinstructies van de installatie en de specificaties en handleidingen van de geplaatste apparatuur te verstrekken. Dit dient voldoende duidelijk en schriftelijk, waaronder arbiter tevens elektronisch verstaat, te geschieden.

Conclusie
Uit bovenstaande uitspraak blijkt dus onomwonden dat ook zonder de Wet kwaliteitsborging, maar mét de contractuele eisen van goed en deugdelijk werk, op de aannemer de plicht rust informatie te verschaffen die nodig is voor het gebruik en onderhoud van de woning en de geleverde installaties.

dr. E.M. Bruggeman

Eindnoten:

  1. H.P.C.W. Strang, ‘Redactioneel; Post Scriptum (2) bij tweede termijn Kamerbehandeling wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen’, Actualiteiten Bouwrecht 20 februari 2017; E.M. Bruggeman & H.P.C.W. Strang, ‘Wet Kwaliteitsborging behandeld in Tweede Kamer,’ TBR 2017/52; E.M. Bruggeman, Redactioneel: Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing, Actualiteiten Bouwrecht 4 juli 2017.
  2. E.M. Bruggeman: ‘De privaatrechtelijke aspecten van het wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Deel 1)’, TBR 2016/78, par. 5.
  3. Wat ik uit het oogpunt van duidelijkheid ook zou adviseren. Lees ook: E.M. Bruggeman, Redactioneel: Het opleverdossier onder de Wet Kwaliteitsborging: een nadere beschouwing, Actualiteiten Bouwrecht 4 juli 2017, E.M. Bruggeman, De gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het Bouwen voor het werk en de rechtsverhouding van de architect, TBR 2017/91, par. 4.3
  4. Meer over de invulling van de eisen van goed en deugdelijk werk: S..J.H. Rutten, De eisen van goed en deugdelijk werk, TBR 2012/28.

 

Sabotage…

Dat is waarvan we in het artikel ‘Kwartiermakers en ambtenaren saboteerden wet privaat bouwtoezicht’ op Cobouw worden beschuldigd. Op basis van gesprekken met 14 personen over de totstandkoming van de Wet kwaliteitsborging is een dag later een reconstructie van de totstandkoming van de wet kwaliteitsborging voor het bouwen gepubliceerd. We hebben een bijdrage geleverd aan de reconstructie en worden ook gequoot; evenals de heren Thomsen, De Vries en Van der Wal. Harry Nieman gaat in een interview met Cobouw al in op punten die onder meer door hen genoemd worden.

We hebben als kwartiermakers de afgelopen jaren een deel van onze tijd besteed aan ondersteuning bij de totstandkoming van een wet die moet leiden tot een betere positie van de consument en vooral ook een betere kwaliteit in de bouw. Onze inspanningen waren gericht op de inhoud en we hebben daarbij zo goed als mogelijk alle geluiden uit het veld richting het ministerie van BZK en de Stuurgroep kwaliteitsborging samengevat en verwerkt in de vorm van adviezen. Dat niet iedereen blij is met het eindresultaat is begrijpelijk. Wat we wel onthutsend vinden is dat we – met name in het eerste artikel – worden weggezet neergezet als de kwade genius achter een wet die vooral ons eigen belang dient.

Voor alle duidelijkheid: We hadden en hebben een ondersteunende rol bij de totstandkoming van de Wkb. De politieke discussie en besluitvorming is en was aan BZK en de Eerste en Tweede Kamer. Ons werk in de stichting iBK is deeltijdwerk (1 FTE met z’n drieën). Daarnaast hebben we werkzaamheden die uiteraard bouwgerelateerd zijn en soms ook Wkb, maar die niet afhankelijk zijn van het al dan niet doorgaan van dit wetsvoorstel: onderwijs, trainingen bouwregelgeving, workshops, advies aan overheden en gebouweigenaren en redactiewerk.

Wij zullen ons blijven inzetten voor de totstandkoming van een goede kwaliteitsborging. Wie daarover met ons in gesprek wil, is van harte welkom. Maar dan graag niet anoniem via Cobouw.

Harry Nieman
Gert-Jan van Leeuwen
Hajé van Egmond

Onderzoek naar contractvormen onder de Wkb

SEO Economisch Onderzoek heeft in opdracht van het ministerie van BZK onderzocht wat de positie van de consument is bij verschillende contractvormen voor het realiseren van een nieuwbouwwoning. Uitgaande van de situatie na invoering van de Wkb is met name gekeken naar de verschillen tussen de koopovereenkomst en de aannemingsovereenkomst. SEO concludeert dat beide contractvormen voordelen hebben voor de consument (Zie ook de uit het rapport afkomstige overzichtstabel):

Koop biedt twee voordelen:

  • De koper betaalt pas bij aflevering
  • Bij koop geldt conformiteit volgens de koopovereenkomst

Daartegenover staan enkele voordelen van aanneming ten opzichte van koop, deels als gevolg van het Wetsvoorstel:

  • De aannemer is verplicht te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht
  • Onder de Wkb is de aannemer aansprakelijk voor niet ontdekte gebreken (die aan hem toerekenbaar zijn), bij koop alleen voor gebreken die de koper niet redelijkerwijs had kunnen ontdekken.
  • Bij aanneming is de aannemer verplicht de opdrachtgever schriftelijk de mogelijkheid te bieden om tot opschorting over te gaan.

SEO adviseert te komen tot contractvormen die de voordelen van beiden combineert. Tevens adviseert SEO omvia de voorwaarden van garantie- en waarborgregelingen ook koop als contractvorm mogelijk te maken. Het volledige rapport van SEO is via rijksoverheid.nl downloaden

 

KOMO houdt vertrouwen in modernisering bouwwetgeving

Bericht afkomstige van www.komo.nl – 24 juli 2017

De behandeling van de Wkb (ontwerp Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) in de Eerste Kamer op 4 juli jl. heeft ertoe geleid dat het kabinet het wetsontwerp zal aanpassen. Het aangepaste wetsontwerp zal daarna opnieuw de parlementaire weg afleggen. Komt van uitstel afstel? Wij denken van niet. Modernisering van de bouwwetgeving is hard nodig. Dat beseffen de politieke partijen ook.

Minder regeldruk
Al ruim 20 jaar is die modernisering onderwerp van gesprek in Den Haag. In zijn brief aan de Tweede Kamer (d.d. 7 februari 2014) gaf Minister Blok aan onder andere voornemens te zijn bestaande instrumenten van erkende kwaliteitsverklaringen, prestatieverklaringen en private documenten een plaats geven binnen het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging. Doel: minder regeldruk, betere bescherming van de bouwconsument én het vervangen van publiek toezicht op een bouwplan vóóraf naar gestructureerd privaat toezicht tijdens het bouwproces en de oplevering.

KiK is en blijft beschikbaar
Dat blijven belangrijke aspecten, óók nu in de Eerste Kamer is toegezegd om in een aangepast wetsontwerp een aantal onderdelen net wat anders in te richten.
KOMO houdt dan ook alle vertrouwen in een modernisering van de bouwwetgeving op een relatief korte termijn en verwacht dat deze goeddeels in lijn zal zijn met het ontwerp van wet dat afgelopen voorjaar door de Tweede Kamer is aangenomen. Het KOMO instrument Kwaliteitsborging (KiK) blijft dan ook uiteraard gewoon beschikbaar en wordt, zoals hiervoor, steeds verder ingevuld om aan de gebruikswensen van de markt tegemoet te komen.

Praktijkdag Kwaliteitsborging gaat door – 11 oktober 2017